Interview

Jan Derksen over wat er mis is met de GGZ

Nederlanders zijn psychisch net zo gezond als twintig jaar geleden, maar ze zijn veel vaker in behandeling. De Nijmeegse hoogleraar Jan Derksen geeft daar in zijn boek 'Iedereen een psychische aandoening?' nogal stevige verklaringen voor.

Beeld Martyn F Overweel

Jan Derksen klinkt reuze vriendelijk, met zijn zangerige Gelderse tongval. Maar zijn boodschap is bikkelhard. De helft van de 6,1 miljard euro die de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) jaarlijks kost gaat naar cliënten die niet in de GGZ thuishoren. 'Steeds meer mensen zoeken hulp bij hun persoonlijke ontwikkeling. Of hulp bij het vinden van rust in een hectische samenleving. En we verdragen geen ellende meer: al ons lijden moet worden verholpen en wel meteen. Kijk, dat mensen om deze redenen hulp vragen én krijgen, prima. Maar ze zijn niet ziek. Ze horen niet thuis in de verzekerde zorg.'

Wordt er misbruik gemaakt van de GGZ?

'Zo zit het niet. Die cliënten hebben een verzekering en als ze in een dip zitten denken ze: 'Goh, daar ben ik voor verzekerd.' En zo is het ook. Het probleem zit bij de sector zelf die te weinig nadenkt over de vraag waartoe ze op aarde is.

'Is de GGZ er voor echte aandoeningen? Of zijn ze er ook om culturele vraagstukken te helpen oplossen, zoals het fit houden van het mentale kapitaal van Nederland? Dat laatste is heel belangrijk in een kenniseconomie, maar de GGZ moet volgens mij denken in termen van ziek en gezond.'

Derksen baseert zich niet alleen op de omvangrijke steekproef onder de Nederlandse bevolking in 1992, die onlangs werd herhaald, maar ook op zijn 35-jarige ervaring als behandelaar. 'Ik zie heel veel patiënten die wel symptomen van een depressie hebben, maar geen echte depressie. De ernst van de stoornissen die tegenwoordig worden behandeld, is veel geringer dan vroeger.'

CV

Jan Derksen (1953) studeerde journalistiek, psychologie, sociologie en filosofie. Hij is hoogleraar klinische psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en sinds 1998 ook werkzaam als hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Brussel. Hij combineert zijn wetenschappelijke werk met een praktijk voor psychotherapie waar vijftien behandelaars werken. Zijn nieuwste boek Iedereen een psychische aandoening? is uitgegeven bij de Tijdstroom Uitgeverij en kost 20 euro.

Bedoelt u dat we tegenwoordig niets meer kunnen hebben?

'Het ligt ingewikkelder. De samenleving biedt minder structuren waarop we terug kunnen vallen. Denk aan de kerk, de vakbond of een inspirerend ideologisch kader. Dat is mooi, want het betekent een heel grote vrijheid. Tegelijkertijd dreigt isolement. We moeten zelf verbinding zoeken met andere mensen. En zekerheden en structuur in onszelf vinden, in plaats van daarbuiten. Dat lukt niet iedereen altijd. Het leidt gemakkelijk tot ontreddering.

'Daar komt nog bij dat we kinderen door een obstakelvrije jeugd proberen te loodsen. Ik ben ook in die valkuil getrapt, heb ook drie achterbankkinderen grootgebracht. We proberen ze te vrijwaren van frustraties waardoor ze niet getraind worden om met irritatie, boosheid en agressie om te gaan. Als het ene jochie het andere een bloedneus slaat op de speelplaats van de basisschool, rukt Bureau Halt uit. Er mogen geen emoties meer worden getoond - die moeten zorgvuldig onder de duim worden gehouden met pestprotocollen enzo. Dat gaat nergens over. Ik raad kinderen die gepest worden aan om één keer een flinke klap uit te delen, in het gezicht en met de vlakke hand. Liefst waar iedereen bij is. Daarna is het over. En de pester is gecorrigeerd. Vergeet niet, wij zijn zoogdieren. We moeten met onze driftmatige emoties leven. Als je die te veel onderdrukt, komt het er op andere manieren uit.'

Vroeger was zeker het beter? Toen er nog geen pestprotocollen waren en kinderen met de dreiging van duivel en slaag in het gareel werden gedwongen?

'Help nee. Dit is de beste tijd ooit, ever. Ik ben geen cultuurpessimist. Wat ik bedoel is dat we in een nieuw cultureel tijdperk zijn beland, waaraan onze psyche zich nog moet aanpassen. Dat maakt ons kwetsbaar, vooral in de adolescentie. De obstakels die in de kindertijd uitbleven, komen dan alsnog op ons pad. Dan spat de Facebook-droomwereld uit elkaar, blijken we een veel te rooskleurig beeld te hebben van de samenleving en van onszelf. Bij het eerste kritische functioneringsgesprek ligt een burn-out op de loer.'

Derksen mag graag een beetje rebelleren. In 2011 keerde hij zich tegen 'de goudzoekers in het brein' zoals Dick Swaab (Wij zijn ons brein) en Victor Lamme (De vrije wil bestaat niet). Red de psychologie uit de greep van de hersenmythe, heet het boek dat hij erover schreef.

In de Volkskrant stelde hij in 2012 voor om hoorcolleges voortaan op internet te zetten omdat hij geen zin meer had elke maandagochtend in de monden van vijfhonderd gapende, etende en pratende studenten te kijken. En nu noemt hij de GZ-psychologen - op die reuze vriendelijke toon van hem - een stelletje 'knutselaars, die meer handicaps creëren dan gezondheid'.

'Met dat geknutsel bedoel ik het werken volgens protocollen, behandelrichtlijnen. Die zijn alleen maar gericht op cognitie (denken) en gedrag. Dat is een uiterst beperkte en oppervlakkige aanpak, waarmee je de stoornis onder de duim houdt. Daar wordt het even beter van, maar je lost niets op. Daarmee verschraal je de sector.'

Beeld Adrie Mouthaan

Een beetje professional kan toch wel goed werk leveren, protocol of geen protocol.

'Dat is waar. Er zijn veel goede zorgverleners die in weerwil van het systeem uitstekend werk leveren. Maar de jongere generatie - die ik ook opleid - leert alleen volgens de behandelrichtlijn te werken.'

We kunnen moeilijk allemaal 700 uur in psycho-analyse.

'De klassieke psycho-analyse is allang uit de tijd. Maar die richting heeft wel effectieve, kortdurende therapievormen voortgebracht van pakweg twaalf sessies waarmee je mensen helpt naar binnen te kijken, naar de oorzaak van hun stoornis. Dat biedt de kans om van klachten verlost te raken. Dat proces van zelfontdekking is helemaal verdwenen. Evenals het laten ervaren van weggedrukte emoties. Er is geen oog meer voor onbewuste processen terwijl die de hoofdmoot uitmaken van het psychische leven.

'Het gaat nu om oplossingsgerichte gespreks- en gedragstherapie in de vorm van Cognitieve Gedrags Therapie (het omkeren van negatieve gedachten), EMDR (trauma's van emotionele lading ontdoen door ze op te roepen in combinatie met afleidende bewegingen en geluiden) en ACT (dat cliënten leert zich te richten op zaken die ze zelf kunnen beïnvloeden, zoals hun gedrag). Emoties worden uit de weg gegaan. Knutselwerk. Want bij ernstige psychische aandoeningen móét je met emoties werken.'

U schrijft dat de GGZ meer handicaps creëert dan gezondheid. Dat is nogal wat.

'De DSM, het handboek voor psychiatrie, heeft 360 etiketten geproduceerd. Die worden kwistig in het rond gestrooid. Door de GGZ, maar ook daarbuiten. Zo'n etiket bevat slechts de symptomen, blijft aan de buitenkant. Neem dyslexie. Ik houd vaak spreekbeurten op scholen en dan hoor ik de directeur zeggen: 'In deze klas heeft 70 procent een rugzakje.'

'Steeds meer kinderen gaan met een etiket door het leven. Zelfs kinderen met milde dyslexie krijgen een etiket en mogen langer over hun proefwerken doen. Dat is de verkeerde weg. De milde variant is goed te behandelen met training. Maar een etiket is makkelijker.'

De marktwerking heeft de GGZ gestimuleerd om zich vooral op de lichte gevallen te richten, waarmee makkelijker geld verdiend kan worden.

'Dat is een deel van het verhaal. De GGZ heeft vooral gereageerd op een toenemende en nieuwe vraag uit de samenleving, dat is begrijpelijk. Daar komt bij dat er de afgelopen decennia enorme aantallen zorgverleners zijn opgeleid. Die creëren ook weer hun eigen werk. Als er veel psychologen zijn, zijn er ook veel psychische problemen. Het is een wisselwerking. Nu er 600 miljoen bezuinigd moet worden, pleit ik voor een duidelijke afbakening van wat bij de GGZ thuishoort en wat niet. Er moet een wetenschappelijk antwoord komen op de vraag: wie is ziek en wie niet. Dan kun je - ondanks het kleinere budget - goede zorg leveren voor de mensen die het echt nodig hebben.'

Voor iemand die zich met een Harley Davidson verplaatst, zit Derksen opvallend strak in het pak. Glimmend speldje van zijn (motor)vliegclub op de revers. 'De enige club waar ik lid van ben.' Waarop hij uitweidt over zijn liefde voor alles wat gemotoriseerd is. Van motoren tot motorboten. De professor is gewend te doceren. Maar zodra er een vraag is, breekt hij zijn betoog af. Ook midden in een zin. 'Sorry', zegt hij dan. 'Ga je gang.'

Drie keer zoveel cliënten sinds 2002

De psychische gezondheid van Nederland is de afgelopen twintig jaar niet verslechterd. Dat blijkt uit onderzoek van de vakgroep klinische psychologie van de Radboud Universiteit. Ze legden 567 vragen voor aan een representatieve groep van 1.244 Nederlanders van 18 jaar en ouder over hun psychisch welbevinden. Deze steekproef uit 1992 werd twintig jaar later herhaald (2012) en liet geen toename zien van psychische aandoeningen of psychisch leed als gevolg van verslaving, suïcidale gedachten, depressie, angststoornis etc. Dat is opmerkelijk omdat in 2012 ongeveer drie keer zoveel mensen in behandeling waren voor psychische klachten als in 2002. Het beeld bevestigt eerdere studies van het Trimbos-instituut. Die studies kenden een andere opzet, maar lieten evenmin een verslechtering van de psychische gezondheid zien. Het Nijmeegse onderzoek heeft met twintig jaar echter een veel langere looptijd.

Heeft u ook een oplossing?

'Ja, maar die ga ik niet meer meemaken. Je moet twee specialisten als poortwachter aanstellen: een huisarts en een psycholoog die samen de patiënt ontvangen. Nou ja, de meeste patiënten. Niet die met een ingegroeide teennagel. De huisarts vraagt aan de patiënt die moeite heeft met slikken of hij keelpijn heeft, wanneer het is begonnen, of er koorts is. De psycholoog luistert en merkt op dat de patiënt in elke zin het woord stress laat vallen. De man heeft eigenlijk geen keelpijn maar voortdurend een brok in de keel, waarschijnlijk vanwege spanning. Als je dat met de patiënt bespreekt, is er kans dat hij anders naar zijn klachten gaat kijken. Je voorkomt dat de patiënt de deur platloopt bij kno-artsen die niets kunnen vinden. De psycholoog beoordeelt of de man psychisch ziek is en in aanmerking komt voor verzekerde zorg en geeft wel of niet een verwijzing. '

'Maar medici worden hier heel angstig van. Sámen consult houden, brr. En het lijkt twee keer zo duur. Maar dat is het natuurlijk niet, want samen kunnen ze voorkomen dat de GGZ onder de hulpvraag bezwijkt en dat ziekenhuizen verstopt raken met patiënten die medische problemen hebben waarvoor geen somatische verklaring gevonden kan worden. Dat is, schrik niet, gemiddeld de helft van de patiënten. Maar goed, zoals ik al zei: 'Die ommezwaai ga ik niet meer meemaken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden