Jan Cremer en Bob Dylan

Gijsbert Kamer

Deze zomer verscheen Ik Jan Cremer 3, en het is me volledig ontgaan. Ik was waarschijnlijk op vakantie en heb bij terugkomst tijdens doornemen van oude kranten over de recensies heen gekeken. En anders dan voorheen bij Cremers schrijfsels trilde de publicatie niet bepaald lang na in literair Nederland. Ik had er dan ook geen notie van genomen waneer ik er een paar weken geleden niet op gewezen was.

'Die nieuwe Jan Cremer is weliswaar niet goed maar er staan bijzondere dingen over Bob Dylan, Nico, Edie Sedgwick en Andy Warhol in', werd me verteld. 3 zou zich vooral afspelen in New York eind jaren zestig, waar Cremer toen een tijd verbleef in het Chelsea Hotel. Allemaal zaken die mijn interesse hebben dus ik begon het toch maar te lezen.

En inderdaad, het is geen goed boek, maar toch heb ik er van gesmuld. Cremer maakt in 1966 deel uit, als we hem mogen geloven, van de hippe jet set van Manhatten. Is minnaar van onder meer Nico en Jayne Mansfield en woont in het Chelsea boven kamer 211 waar Bob Dylan verblijft.

Over Nico, Edie en Andy Warhol wellicht een volgende keer, het gaat me hier vooral over wat Cremer over Bob Dylan te zeggen heeft. Niet veel goeds, in elk geval. Cremer leert hem kennen als een niets ontziende carrierejager die mensen gebruikt en weer dumpt wanneer hem dat zint. 'Dylan wilde de top bereiken en baande zich rucksichtlos een weg daarnaartoe. Hij had zich een nieuw imago aangemeten en daarbij hoorde het ontkennen van het verleden'.

Cremer heeft het niet zo op Dylan en nog minder op zijn gevolg, vooral ene Taco Pronto 'het schoothondje' van Dylan krijgt er van langs. 'Een op alle fronten mislukte, karakterloze figuur die op elke vingerknip van zijn meester kwam aandraven.'

Wie is die Taco Pronto. Bij mijn weten komt hij in de Dylan literatuur maar 1 keer voor. In de inleiding bij het Playboy interview dat Nat Hentoff in maart 1966 met Dylan publiceerde. 'Sitting nearby [Dylan]-also long-haired , tieless and black jacketed, but wearing faded jeans- was a stringy young man whom the singer only identified as Taco Pronto.'

Geheimzinnige figuur dus, die bij Cremer erg vaak voorkomt. Op de webiste Bobdylaninnederland.blogspot.com staat behalve een uitvoerig overzicht van waar en hoe Dylan in veertien hoofdstukken in Ik Jan Cremer 3 voorkomt ook een opmerking waarin gesuggereerd wordt dat Cremer de personnage van Pronto gemodelleerd heeft naar Bob Neuwirth.

Mogelijk dat Pronton inderdaad Neuwirth was maar dat betekent juist dat Cremer Dylan wel degelijk gekend heeft, anders was hij nooit op dezelfde schuilnaam gekomen.

De makers van de site hebben het maar moeilijk met Cremer en staan inderdaad een aantal onzinnige dingen in: zo zou Cremer het omslag van Dylans 'dichtbundel' Tarantula ontworpen hebben. Het was allereerst geen dichtbundel maar een mislukte romanpoging en van enig Cremer-ontwerp ontbreekt elk spoor.

Ook de suggestie dat Visions of Joanna vernoemd zou zijn naar de grootmoeder van Cremer, Janna lijkt me apekool.

Maar is daarmee alles wat Cremer over Dylan beweert onzin? Lijkt me niet. Neem bijvoorbeeld Dylans fameuze 'motorongeluk' in de zomer van 1966.

Deze kwestie interesseert me al jaren en vijf jaar geleden maakte ik er met Leon Giesen en Marcel Prins een filmpje van een minuut of twintig over voor VPRO's R.A.M. Ik gaf het indertijd al de titel mee I'm Not There, maar dat terzijde.

Dylan was in 1966 op het hoogtepunt van zijn roem ineens een paar maanden volledig uit beeld verdwenen, en het verhaal ging dat hij moest herstellen van een zwaar motorongeluk. Totdat Howard Sounes echt op onderzoek uitging namen ALLE Dylan bio's en verhalen dit klakkeloos aan.

Sounes ontdekte dat er van een ongeluk helemaal geen sprake kon zijn, en zijn spoor en bewijsvoering volgden we indertijd om inderdaad ook tot de conclusie te komen dat Dylan een eventueel klein ongelukje waar geen ziekenhuisbezoek op hoefde te volgen, had aangegrepen om een tijdlang zich van alle verplichtingen te ontdoen. Hij wilde gewoon rust.

Cremer gaat nog een stapje verder. Hij claimt Dylan in deplorabele staat in Woodstock te hebben bezocht terwijl deze aan het afkicken was. Niks motorongeluk, volgens Cremer kon Dylan niet eens rijden!

Dat laatste daar waren we ook al achter gekomen, maar dat maakt een val natuurlijk alleen maar aannemelijker.
Jan Cremer die zegt zeker te weten dat Dylan geen ongeluk gehad heeft, mag hier in Nederland dan geen enkele beroering te weeg hebben gebracht (de vooral negatieve kritieken hadden het te druk met Cremers dodelijk saai opgetekende neukpartijen). De Britse pers pikte het wel op zoals blijkt uit dit artikel in de Daily Telegraph.

Wat me altijd verbaasd is hoe goedgelovig de Dylan-gemeenschap is. Buitenstaanders die iets beweren over hun held worden nooit serieus genomen alleen die vreselijke boeken van Marcus Gray en Robert Shelton hebben de waarheid in pacht. Grappig is wel dat in Sheltons No Direction Home Cremer toch een keer voorkomt.
Sounes verbaasde zich toen we met hem aan het filmpje werkte ook al over: iedereen praat elkaar maar na, niemand onderzoekt echt iets.

Cremer blijkt in zijn boek een onverbeterlijke fantast, maar in het geval Dylan ben ik geneigd in een aantal punten met hem mee te gaan.

Dylan-exegeten, ga nu gewoon dat derde deel eens lezen, het is best vermakelijk en in ieder geval is het leuk om nu eens niet te lezen hoe geweldig persoon die Dylan is. Dat hij manipulatief is, zoals Cremer zegt, daar kwamen we vijf jaar geleden ook al achter. Niemand wilde voor de camera iets zeggen over de man, zonder eerst met hem daarover overlegd te hebben. Al zijn vrienden lijken een soort van eed te hebben afgezworen: niks zeggen over de ongenaakbare Bob Dylan, anders dan dat hij een groot muzikant is.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden