JAN BOR EN ERRIT PETERSMA MAKEN EEN LEKKER BOEK OVER DE GESCHIEDENIS VAN HET DENKEN; 'Met die plaatjes hebben we de filosofie een lichaam willen geven'

Ik probeer mijn pen, de geïllustreerde geschiedenis van de Nederlandse letterkunde, was het voorbeeld. Nu is er een evenzeer geïllustreerde geschiedenis van de filosofie, De verbeelding van het denken....

ALS JAN BOR 'academia!' zegt, doet hij dat tegelijkertijd èn met ironische aanhalingstekens èn cursief èn met een verontwaardigd uitroepteken. Want de filosoof Bor heeft het niet zo op de academia, het universitaire establishment in de filosofie, op de vakgroepen waar 'iedereen maar op zijn eigen postzegel, zijn eigen krent dingen zit te doen'. Het mag duidelijk zijn dat hij daar zelf niet bijhoort (en als men zijn mening als rancune wil opvatten, mag dat ook).

Maar dan bedenkt hij zich. 'Ik wil er ook niet te veel op afgeven, ik heb die mensen toch ook allemaal bereid gevonden aan dit boek mee te werken. Je ziet: ik ben er heel dubbel in.'

Twaalfeneenhalf jaar geleden vatten Errit Petersma, destijds redacteur bij uitgeverij Boom, en Jan Bor, die voor Boom de bloemlezing 25 Eeuwen filosofie had samengesteld, het plan op een geïllustreerde geschiedenis van de filosofie te maken. Wat hun daarbij voor ogen stond, was Ik probeer mijn pen, een royaal geïllustreerde geschiedenis van de literatuur die niet lang daarvoor, in 1979, was verschenen.

Onlangs verscheen bij uitgeverij Contact De verbeelding van het denken. Een kleine vierhonderd pagina's dik, en onbekrompen voorzien van illustraties. 'Die plaatjes', zegt Bor, 'zijn echt essentieel geweest voor de joy die we van ons werk gehad hebben. Dat was onze drijfveer. We wilden iets moois. Aan een geschiedenis van de filosofie zonder plaatjes zouden we niet eens zijn begonnen.'

Om dat te benadrukken hebben ze aan het einde van het boek een plaatje uit Alice in Wonderland gezet, met daaronder: ' 'Wat heeft een boek zonder plaatjes voor zin?', dacht Alice.' Die is alvast bestemd voor de critici. Want die vragen meteen: wat heeft een boek mèt plaatjes voor zin?

Het hoofdstuk over China bijvoorbeeld opent met een serene tekening: Eenzame visser op de rivier; het Nabije Oosten zet in met de ten-hemel-opneming van Mohammed; het Duitse idealisme is voorzien van een ultra-romantisch landschap van Caspar David Friedrich; de Franse filosofie van eind vorige eeuw krijgt het schilderij Oorlog van Henri Rousseau mee (door critici omschreven als een nachtmerrie; de twintigste eeuw met haar gruwelijke wereldoorlogen kondigt zich aan) en het pragmatisme is een zwartwit fotootje van New York in de jaren veertig (toen Dewey nog een grote invloed uitoefende op het Amerikaanse denken).

Enig rechtstreeks verband met de tekst lijkt ver te zoeken.

Bor: 'Ah! Dat wil ik graag met verve verdedigen! Met die plaatjes hebben we de filosofie een lichaam willen geven. We hebben ermee willen aangeven dat de filosofie is ingebed in een cultuur. En kunst maakt zichtbaar wat er in een cultuur aan de hand is. Je herkent er de tijdgeest aan. We denken dat je dank zij die plaatjes minder gauw verdwaalt in de filosofie.'

Bovendien, hoopt Bor, geven die illustraties de lezer het gevoel dat filosofie ook een zekere schoonheid bezit, dat 'filosofie soms ook wel lekker is, bij wijze van spreken'.

Dat doet het, ongetwijfeld. Een lekkerder boek over de geschiedenis van de filosofie bestaat niet. Jammer dat het misschien ook meteen het laatste in zijn soort zal zijn. De tijd van 'de' filosofie is, blijkens de inleiding èn de epiloog van de makers, namelijk voorbij.

Uit de epiloog: 'Een samenhangende en afdoende visie op de wereld behoort niet meer tot de mogelijkheden van het hedendaagse denken, evenmin als een theorie van het Ding an sich nog tot onze mogelijkheden behoort. (. . .) Meer dan voorheen leeft het besef dat óók in de filosofie de verbeelding aan het werk is. (. . .) Er is niet één waarheid: de waarheid heeft vele gezichten.'

- Wanneer je deze conclusie leest, blijft er van de filosofie weinig over. De filosofie wordt een vorm van literatuur, waarin het ene verhaal evenveel waard is als het andere.

Bor: 'Nou, ja, wat daar staat is een beetje de tijdgeest, hè? Maar het is niet mijn eigen mening, hoor. Nee, nee! Dit is niet de filosofie volgens Bor, als zoiets al bestaat, in alle bescheidenheid. Voor mij blijft filosofie altijd dènken, het maken van hele mooie, ingewikkelde redeneringen. Ze keert nooit terug naar de mythe, wat Mulisch bijvoorbeeld wil uitdragen.'

- Wat ook in de epiloog staat, is dat de tijd van de hegeliaanse kijk op de geschiedenis - als een proces dat uitmondt in 'een uiteindelijk en compleet weten' - voorbij is. Toch begint dit boek bij de oude Grieken en marcheert het rechtlijnig langs de kalender voort naar 1995.

Bor: 'Die chronologie is een stijlfiguur. We hebben ervoor gekozen vanuit de chronologie de geschiedenis neer te zetten, maar zonder daarbij het idee te hebben dat de laatste filosofen tegelijk ook de besten zijn. Dat niet.

'Trouwens, het postmoderne idee van filosofie, als een aantal filosofische verhalen die naast elkaar bestaan, vind je óók terug in dit boek. Je kunt er namelijk in bladeren. En al bladerend kun je Plato, Heidegger en Nagarjuna naast elkaar zetten, bijvoorbeeld.'

Bor heeft uitgerekend dat hij en Petersma ieder drie hele werkjaren in het project hebben gestoken. 'Het is heel moeilijk na te gaan waar dat werk precies in is gaan zitten. Weinigen zullen zien hoeveel moeite erin is gestoken, weinigen zullen zien dat het ook in grote mate òns boek is geworden. Als je dat wil uitleggen kom je in metaforen terecht zoals: vergelijk het met de directie van een groot orkest waar de dirigent tenslotte toch ook een duidelijk stempel drukt op de interpretatie van de symfonie.'

Het orkest, dat is in dit geval het team van specialisten dat de afzonderlijke hoofdstukken van het boek heeft geschreven. Daartoe behoren E. Zürcher (China), S. IJsseling (negentiende eeuw), Th. de Boer (twintigste eeuw) en C. Verhoeven (oudheid).

Bor: 'Het zijn gewoon de besten op hun vakgebied. Of. . . als je de keuze hebt, kies je natuurlijk degenen die het beste kunnen schrijven. Verhoeven bijvoorbeeld, die heeft toch een prachtig stuk geschreven? Anderen zullen het er misschien niet op alle punten mee eens zijn, maar het is een vreselijk mooi verhaal! De auteurs zijn zeker ook gekozen op hun mooie pen. Daar had ik door mijn andere boek gelukkig al ervaring mee opgedaan. Ik wil geen namen noemen, dat zou flauw zijn, maar een aantal lastpakken van toen mocht niet meer meedoen.'

Door de keuze voor een team van auteurs wijkt De verbeelding van het denken principieel af van de meeste andere geschiedenissen van de filosofie die door één auteur geschreven zijn (Von Aster, Störig, Russell).

Bor: 'Dat is natuurlijk heel knap, maar ook heel ouderwets. Niemand beschikt meer over al die kennis, dus wie zoiets probeert, gaat het toch weer uit de handboeken halen. Zodat je boek nooit werkelijk actueel kan worden. Als je deskundigen inschakelt, krijg je de laatste stand van zaken. Dat is het nieuwe aan ons boek: het is actueel.

'Sinds Russell en Störig is er heel veel onderzoek gedaan. Dat wil je erin hebben. En hoe we de twintigste eeuw hebben behandeld, dat is ook bepaald origineel. Kijk eens naar die indeling: dat vind je zo niet in andere geschiedenissen van de filosofie.

'Daar is zwaar over nagedacht. Het meest opvallende verschil is, dat wij een hoofdstuk aan Oost en West hebben gewijd. Een onderwerp dat er anders altijd uitgegooid wordt. Waardoor een zeer groot denker, echt een knal van een jongen, Nishida, eindelijk eens de aandacht krijgt die hij moet hebben. Petersma was aanvankelijk tegen het opnemen van die oosterse filosofie. Maar, om het in militaire termen te zeggen: die slag heb ik gewonnen. En nu beschouwt ook hij het als een absolute must.'

Behalve die keuze moest er een eindeloze reeks kleinere beslissingen worden genomen: 'Wij als redacteuren mochten bepalen hoeveel bijvoorbeeld Heidegger waard is in de hele filosofie van de twintigste eeuw.

'Twee bladzijden, zeg je?

'Hm. En toch staat het er aardig, is het niet?'

Dat kan niet ontkend worden. Het is kort, maar nergens wordt het oppervlakkig, en altijd blijft het leesbaar. Nog maar een keer: het is een lekker boek.

Bor: 'Je kunt er ook zeshonderd bladzijden over schrijven en dan leest niemand ooit meer wat Heidegger ooit gezegd heeft.

'Echt waar? Twee bladzijden maar?! Dat wil ik toch even weten.

'Een. . . twee. . . ah, kijk: drie! Wat zeg ik, drieëneenhalf, mèt een biografietje'

Via de lange omweg van het boek komt het gesprek op de plek waar het Bor pijn doet: 'Dit boek had gesubsidieerd moeten worden door het Prins Bernhard Fonds. Maar dat is niet gebeurd.' Hij zoekt in zijn zakken en haalt een brief te voorschijn. ('Dit is het enige dat ik voor dit interview heb meegenomen.') 'De argumentatie waarmee dat werd afgewezen: ze zeggen dat dit boek niets toevoegt aan de bestaande geschiedenissen van de filosofie. Dat is dus gewoon niet waar. Dat is totáál onwaar.

'En dat terwijl een soortgelijk project, dat was opgezet vanuit de academia, faliekant mislukte. Een door Nederlanders en Belgen geschreven geschiedenis van de filosofie, die gepubliceerd zou worden door Samsom. Dat boek is er nooit gekomen. Dat is gewoon mislukt door politiek gedonder. Maar dat project kostte wel een heleboel geld. Terwijl wij het uit liefde en gratis hebben moeten doen.

'En wat mij nog het meeste steekt, is dat in het hele lange traject van dit boek niemand ooit op het idee is gekomen eens te vragen: 'Jongens, hoe dóen jullie dat eigenlijk. Moeten wij jullie niet eens een bureautje geven waar jullie dat project kunnen doen? En zorgen dat je niet alleen maar patat uit de muur hoeft te trekken?' (overdreven, hè?). Dat komt in die koppen dus niet op. En dat vind ik een redelijk ernstige zaak.'

Michel Maas

Jan Bor & Errit Petersma: De verbeelding van het denken - Geïllustreerde geschiedenis van de westerse en oosterse filosofie.

Contact; ¿ 69,90.

ISBN 90 254 0039 6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.