Jaloersmakende selectie uit overvolle vijver

De twintig mannen en vrouwen die Nederland vertegenwoordigen op het langebaanschaatsen in Sotsji, bieden hoop op een rijke medailleoogst. Is het genoeg om het record van Nagano aan te vallen?

SCHAATSEN - Het beste schaatstoernooi uit de geschiedenis van Thialf, zo werd het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van de laatste dagen van 2013 door waarnemers beschreven. Misschien een wat hoogdravende kwalificatie, maar ook niet zo ver bezijden de waarheid. Het olympische kwalificatietoernooi in Heerenveen bood de duizenden tribuneklanten en miljoenen tv-kijkers liefst drie laaglandwereldrecords.


Nog nooit ging het zo hard, sprak Arie Koops, technisch directeur van schaatsbond KNSB. Hij noemde de records op zeeniveau van Ireen Wüst op de 1.500 meter, van Sven Kramer op de 10 kilometer en van Michel Mulder op de 500 meter. Die laatste tijd (34,31) was een evenaring van de tijd van de grote Jeremy Wotherspoon.


Na het mannelijke sprintgeweld van vrijdag hield de opwinding aan en klonken de loftuitingen van Koops en diens collega-directeur, NOC*NSF-chef Maurits Hendriks, niet zo vreemd. 'Het was van ongekend niveau', zei Koops. 'Ik bespeur een enorme stijging van het niveau van het Nederlandse schaatsen', sprak Hendriks, die Henk Gemser aflost als chef de mission bij de Winterspelen.


De toptijden in Heerenveen zullen in het buitenland met bewonderend gefluit of gefrustreerd tandengeknars zijn ontvangen. Andere landen kunnen niet tippen aan de breedte van het Nederlandse professionele schaatsen, dat onder de vlag van goed betalende commerciële teams zijn bestaan heeft bewezen.


'Het systeem', zo benoemde Hendriks de aanpak in Nederland. Daar horen tegenvallers bij, ergens bij de stap van Jong Oranje naar de betaalde seniorploegen, maar 'uitvallers horen bij topsport' aldus de directeur van NOC*NSF. Er zijn ook talenten, die met enige vertraging de stap naar de top maken. Lotte van Beek (22) is er een. Zij kan in Sotsji een gooi doen naar het zilver op de 1.500 meter. Het goud op die afstand lijkt gereserveerd voor titelverdedigster Ireen Wüst.


Het systeem werkte de afgelopen vier jaar goed. De pure vrouwenploegen, eerst Op=Op, later Liga en Activia, hebben het niveau van het vrouwenschaatsen in Nederland opgetild. In 2009 kon Diane Valkenburg zich met 4.09 op de 3 kilometer voor de Spelen van Vancouver kwalificeren. Ze was toen nummer twee. Nu werd ze met 4.04 zesde en kon ze Sotsji vergeten. De 4.09 van talent Pien Keulstra betekende een twaalfde plaats.


Hendriks zei tevreden achter de toppers een onverwacht grote vloed aan talent te hebben bespeurd. Kai Verbij (19) versloeg Koen Verweij op de 1000 meter. Thomas Krol (21) schoot naar de vierde plaats op die afstand, maar mocht niet naar de Spelen. Zo waren er nog veel meer nieuwe namen, met de uitverkoren Antoinette de Jong (18) als uitschieter in de vijver vol talent.


Dat stemt hoopvol voor de lange termijn. Voor de korte termijn ging het over de medailles. Maurits Hendriks, de man die in Nederland over de olympische doelstellingen gaat, wenste op Oudjaarsdag zijn persoonlijke plan voor Sotsji ('Vancouver plus één') niet naar boven bij te stellen.


Hij houdt dus zeven plus één aan als medailledoel. Het resultaat van Vancouver (Winterspelen 2010, 3 goud, 1 zilver, 3 brons) stelde destijds teleur. Van Sven Kramer alleen al waren drie gouden medailles verwacht. Hij bracht er één mee; de motivatie voor zijn huidige goudjacht.


Hendriks riposteerde in Heerenveen dat calculaties vooraf allemaal leuk en aardig zijn, maar dat olympische omstandigheden altijd weer tot andere uitkomsten leiden. 'Ik ben buitengewoon hoopvol, maar ik loop lang genoeg mee om te weten dat het nog een hele strijd wordt. De teller staat nog op nul.'


De Nederlanders zullen in Sotsji vooral stuiten op tegenstand uit gastland Rusland (Joeskov en Fatkoelina), uit de VS (Davis, Bowe en Richardson), Tsjechië (Sablikova) en Zuid-Korea (Mo en de vele Lee's). Maar als Kramer en Wüst hun OKT-vorm behouden lijkt een recordoogst op het olympische schaatstoernooi op handen.


Nog altijd is de hoeveelheid eremetaal van Nagano 1998 leidend. Daar won Nederland vijfmaal goud (Marianne Timmer 2, Gianni Romme 2 en Ids Postma). Niet zeven plus één (medailles), maar vijf plus één (goud) zou daarom het streven moeten zijn van de nationale ploeg, in een tijd waarin de Nederlandse overheersing van het mondiale schaatsen excessieve vormen aanneemt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden