Reportage aan boord van de Bra 5

Jakleer in visnetten moet de Noordzee plasticvrij maken

Schipper Dirk Kraak (rechts) vaart al enige tijd met jakleer in zijn netten. ‘Wij willen de zee ook schoon houden, we leven ervan.’ Beeld Raymond Rutting

In de strijd tegen de plasticsoep hangen vissers uit Den Helder jak­leer in hun netten. De taaie huid voorkomt het slijten van de netten. Het was een gepensioneerde slager op reis in Mongolië die het licht zag.

In de haven van Den Helder heeft schipper Dirk Kraak de sleepnetten van zijn kotter Bra 5 hoog opgetakeld om te ­laten zien hoe hij zijn steentje bijdraagt aan de strijd tegen plasticsoep. Onder aan het net hangt iets dat lijkt op een groot verweerd lederen harnas. ‘Dit is het dus’, zegt schipper Kraak niet zonder trots. Met zijn zwager en compagnon Jan Poel trekt hij de dikke stroken leer uit elkaar. Het is afkomstig van een dier dat je nu niet direct associeert met de Noordzee: de jak.

Ruim een jaar varen Kraak, zijn broers en zwager nu met de huid van het Aziatische bergrund in hun netten. In die tijd zijn ze ervan overtuigd geraakt dat het natuurproduct een goed alternatief is voor ‘vispluis’. En dat moet wat hun betreft iedereen weten.

Er zijn dagen dat een landrot niet nadenkt over het probleem met ‘pluus’ – zoals de Helderse vissers het uitspreken. Dus legt Kraak het graag nog even uit. ‘Dat zijn lange kunststofdraden die je waarschijnlijk weleens op het strand hebt zien liggen. Wij vissers binden die aan ‘de portemonnee’, het achterste gedeelte van het net waar de vis in ­terechtkomt, om te voorkomen dat het slijt terwijl het over de zeebodem wordt getrokken.

In plaats van het net, slijt dan dus het pluis. Het breekt af en belandt op stranden, eindigt in de magen van zeevogels of als spaghetti in de plasticsoep. De kleurige draden van polyethyleen verkruimelen, maar breken nooit helemaal af. Hoeveel pluis er op die manier in de zee terechtkomt, is niet exact bekend. Maar onderzoekers schatten dat het minimaal om 65 duizend kilo per jaar gaat.

Op zoek naar alternatieven

In 2013 is een project begonnen van Rijkswaterstaat, vissers, onderzoekers en Stichting De Noordzee om de Noordzee ‘vispluisvrij’ te maken. Jak­leer is een van de alternatieven waarmee is geëxperimenteerd, naast twee typen kunststof die minder schadelijk zijn voor het milieu. Ook wordt er getest met constructies waarbij de ‘portemonnee’ niet meer over de bodem schuurt.

De zoektocht naar alternatieven is inmiddels bittere noodzaak, zegt Marijke Boonstra van Stichting De Noordzee. ‘Europa heeft dit jaar een richtlijn aangenomen waar de aanpak van vervuiling van vistuig gerealiseerd moet worden, lidstaten hebben nog twee jaar de tijd om dit in hun landelijke wetgeving op te nemen.’ De komende maanden wordt er door vissers met verschillende alternatieven getest, de resultaten zullen naar verwachting eind dit jaar duidelijk worden.

Maar wat Kraak betreft hoeven vissers daar niet op te wachten. Hij roept collega’s op om nu al zoveel mogelijk over te stappen op jakleer. En dat wil hij graag uitventen, zegt hij bij een kop koffie in de kombuis van de Bra 5. ‘En ook omdat we zo laten zien dat vissers de kwaadste niet zijn.’ Poel knikt instemmend. ‘Wij worden zo vaak neergezet alsof we alleen maar bezig zijn de zee leeg te vissen en te vervuilen. Maar wij willen de zee ook schoon houden, we leven ervan. Dus wij begrijpen ook dat al die plastics een slecht idee zijn.’

De reis naar Mongolië

Het idee dat jakleer weleens een goed alternatief zou kunnen zijn voor pluis, kwam grappig genoeg van een gepensioneerde slager. Peter Koning is al ­jaren lid van het Helderse visserskoor, levert vlees aan de kotters in de haven en volgt het visserijnieuws op de voet. Bij hem ging een lampje branden toen hij enkele jaren geleden naar Mongolië reisde met ontwikkelingsorganisatie PUM, die vrijwillige professionals uitzendt naar ontwikkelingslanden. Terwijl Koning Mongoolse slagers adviseerde over hygiënisch slachten, ontdekte hij dat jaks, die ’s winters moeten overleven in de ijskoude sneeuwstormen van de Mongoolse vlakte, een zeer dikke en stugge huid hebben. Het leer is uitermate taai.

Zo werd jakleer opgenomen in het onderzoek van vispluisvrij. Hoewel de uitslag van die test nog niet gepubliceerd is, is al wel duidelijk dat de testvissers er niet onverdeeld enthousiast over zijn. Het leer is relatief duur, per kilo kost het ruim drie keer zoveel als pluis. En in de zuidelijke Noordzee, waar op de bodem veel scherpe stenen en rotsen liggen, kan dat behoorlijk aantikken.

Maar voor de zandbodems van de noordelijke Noordzee valt die rekensom veel minder negatief uit, rekent Kraak voor. ‘Ik praat niet graag over getallen, maar oké. Het kost me per jaar zo’n 1.500 euro.’ Hoewel veel duurder dan normale vispluis is het op de totale ‘besomming’ van de Bra 5 te overzien. Het bescheiden kottertje viste afgelopen jaar voor een miljoen euro aan vis uit de zee. Bovendien hoeft het leer iets minder vaak vervangen te worden en heeft Kraak de indruk dat het leer ervoor zorgt dat het net iets minder weerstand geeft. ‘Het bespaart volgens ons dus ook brandstof.’

Jakleer in de loods

Marijke Boonstra is blij te horen dat de Helderse vissers positief zijn. ‘Uiteindelijk hopen we dat alle vissers, ook op de ruigere gronden, beschikbare alternatieven inzetten om vervuiling van vispluis te verminderen.’

Kraak en zijn broers zijn ervan overtuigd dat de jak een blijvertje is in de Nederlandse visserij. Vooruitlopend op de handel die er daardoor in het leer zal ontstaan, hebben de compagnons al flink ingeslagen. In hun loods ligt een stapel van wel tweeduizend kilo jak­leer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden