Jagtlust

Met mijn gedichten als leidraad volg ik deze zomerse weken het spoor terug, een bezigheid die niet altijd tot vreugde stemt. Ik loop tegen dichtregels aan die tijden dat ik geen raad met mezelf wist in herinnering brengen. Ontrouwe nachten, dagen zonder doel en van slordig beheer, om de titel van een door mijn vader geschreven novelle over te nemen. Is het wel gezond om je zo in jezelf te verdiepen? Ik kan niets meer ongedaan maken. Als ik een tijdje in mezelf heb zitten lezen, verlang ik er naar om buiten te spelen, in de wereld van nu. De verleden tijd berooft me van de tegenwoordige.


In 1962 kwam de bundel Dit gebeurde overal uit. Die bevatte onder andere een reeks tamelijk sombere gedichten, die ik 'Jagen, leven, herinneren' genoemd had. In het jaar dat de bundel verscheen was mijn humeur aanzienlijk opgeklaard. Het was zomer en mijn roman Het leven is vurrukkulluk, die eind 1961 het daglicht zag, was al in zijn derde druk. Het begon erop te lijken dat ik van mijn werk kon leven en het vertalen van toneelstukken en boeken van anderen vaarwel mocht zeggen. Goedgemutst begon ik aan een tweede roman, Liefdesschijnbewegingen. Een van de figuren erin had te maken met de dichteres Fritzi ten Harmsen van der Beek met wie ik een paar jaar had samengewoond, de ander met haar broertje Heintje. Die twee kenden elkaar van haver tot gort. Als ze samen waren voelde ik me buitengesloten, een vreemde eend in de bijt. Over die periode en daarna heeft Annejet van der Zijl een mooi boek geschreven, Jagtlust.


Terug naar de poëzie. Uit 'Jagen, leven, herinneren':


In de groezelige nacht:


allen dronken, de tedere bassist


op andermans bed uitgeteld,


met de sluwe ogen van klein geld


vertelt wapenfeiten, niemand luistert.


Dat speelde zich ook af op Jagtlust, het huis waar van Heintje en verre mensen op af kwamen. De tedere bassist was de jazzmusicus Arend Nijenhuis, die we onderdak verleenden en die zoals wij allen met grote moeite zijn kostje bij elkaar scharrelde. De buitenlandse gast was een vage kennis van Fritzi, opgedaan in een vorig leven toe ze in Frankrijk woonde. Ik vertrouwde hem voor geen cent, vandaar het klein geld. Hij had in het Vreemdelingenlegioen gezeten, diamanten gesmokkeld en J.P. Sartre bepaalde diensten bewezen, die helaas geheim moesten blijven. Terwijl hij sprak vlogen zijn oogjes heen en weer. Volgens mij was het allemaal gelogen.


Ik geloof dat iedereen eenzaam is


gevangen in deze kou


die uit de grond komt.


De stad een ziek nachtcafé


waar souteneurs pochen op hun vuil dak


tegen schilders en matrozen.


Ik zit in de tram


en hoor iemand praten over tien gulden opslag


en merk dat ik huil,


lamenteerde ik in hetzelfde gedicht. Er viel nog een hoop valse romantiek af te leren. Ik moet er nog altijd voor uitkijken.


Voor het overige: in 1962 stierf prinses Wilhelmina en bezocht Robert Kennedy Den Haag met het doel de Nederlandse regering uit Nieuw-Guinea te praten. Jacques Anquetil won de Tour.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden