Interview Jacques Grishaver

Jacques Grishaver over het Holocaust Namenmonument: ‘Het zal een levend monument worden en blijven’

Jacques Grishaver dinsdag bij de maquette van het Namenmonument. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Jacques Grishaver kan eindelijk stoppen met zijn strijd: het Holocaust Namenmonument komt er. ‘Wij nabestaanden willen dat het verhaal wordt overgedragen aan de volgende generatie, zodat die begrijpt waar discriminatie en antisemitisme toe kunnen leiden.’

Zodra de Amsterdamse bestuursrechter dinsdagochtend uitspreekt dat de bouw van het Nationaal Holocaust Namenmonument mag doorgaan, klinkt er bij een groot deel van de toehoorders een zucht van verlichting. Dan worden er handen gedrukt, schouders beklopt en beslaan her en der de brillenglazen. ‘Ja, ik heb ook wel even een traantje weggepinkt’, zegt Jacques Grishaver een paar uur later. ‘Na al die maanden van spanning, voel je toch een enorme ontlading.’

Als voorzitter van het Nationaal Auschwitz Comité strijdt Grishaver (77) al dertien jaar voor de komst van een monument met daarop de namen van de 102 duizend Nederlandse Joden, Roma en Sinti die het slachtoffer werden van de Holocaust.

En een strijd was het. Nadat een eerder ontwerp van de Pools-Amerikaanse sterarchitect Daniel Libeskind in 2014 in het Wertheimplantsoen werd ingetrokken, ontstond op een volgende locatie langs de drukke Weesperstraat opnieuw weerstand onder omwonenden. Zij verzetten zich tegen het grote monument, dat de groenstrook zal vullen met muren die metershoge stalen Hebreeuwse letters dragen. De gemeente zou bovendien geen nette inspraakprocedure hebben gevolgd.

Maar door die redenering zet de bestuursrechter dus een streep. Formeel is het verzet daarmee nog niet ten einde. Buurtbewoners kunnen nog naar de Raad van State stappen. Maar de kans dat de hoogste bestuursrechter nog een ander oordeel zal vellen, wordt aan beide kanten bijzonder klein geacht.

De stenen, die al maanden geleden zijn gebakken, kunnen eindelijk worden gegraveerd. En Grishaver hoopt daarom dat de bouw dit jaar nog begint. Zodat hij volgend jaar, na ruim twintig jaar, voldaan kan stoppen als voorzitter van het Auschwitz Comité. ‘Het zal tijd worden, ik ben inmiddels een oude man.’

Die haast van u om het monument te voltooien was een van de redenen waarom u zoveel weerstand opriep.

‘Mag dat na dertien jaar? Ik krijg de berichten van nabestaanden die hopen dat hun vader van 95 het monument nog zal zien. Ook vandaag is er waarschijnlijk weer iemand doodgegaan die het monument graag had willen zien.  Wij nabestaanden willen er zeker van zijn dat het verhaal van de Holocaust wordt overgedragen aan de volgende generatie, zodat die begrijpt waar discriminatie en antisemitisme toe kunnen leiden.’

U was vaak ook echt kwaad op de tegenstand vanuit de buurt.

‘Ik vond dat inderdaad moeilijk. Op een gegeven moment begonnen ze zelfs over de fundering van het monument op de metro. Dan dacht ik echt: je bent gewoon argumenten aan het zoeken om het tegen te houden. Dat kost niet alleen tijd, maar ook geld. De bouwkosten liepen de afgelopen jaren hard op. Net als de rekeningen van de advocaten.’

Maar er was toch ook veel fundamentele kritiek. Dat u uw zin doordrijft en een brede discussie dwarsboomt over hoe zo’n monument eruit zou moeten zien, en wat de beste plek zou zijn.

‘Dat is echt flauwekul. Toen we in 2006 met dit idee begonnen, hebben we met heel veel belangengroepen samen nagedacht over wat we wilden: Joodse organisaties, nabestaanden van het verzet en de Oorlogsgravenstichting. Daar is uitgekomen dat wij een monument wilden met namen die aanraakbaar zijn. Later heeft Libeskind tot mijn grote verrassing aangeboden het ontwerp te doen.

‘Als mensen dan in 2017, na het zien van het ontwerp van Libeskind, komen met een oproep voor een nationale discussie, dan zijn ze daar gewoon te laat mee. Daar is decennialang de tijd voor geweest. Maar toen heb ik gezegd: sorry jongens, het is een gepasseerd station. Natuurlijk kun je het niet mooi vinden, dat mag. En je kunt ook met hele mooie beschouwingen komen over hoe het allemaal mooier en beter had gekund. Maar dit is ons initiatief en daar staan heel veel mensen achter.’

Wat heeft de strijd van de afgelopen jaren u geleerd over hoe we naar de Holocaust in Nederland kijken?

‘Dat er nog steeds veel leed en verdriet is, en dat lang niet iedereen daar op dezelfde manier mee omgaat. Dat levert regelmatig pijnlijke situaties op. Er zijn bijvoorbeeld enkele nabestaanden geweest die ons benaderden omdat ze niet wilden dat de naam van hun familielid in de muur wordt opgenomen.’

Hoe gaat u daarmee om?

‘Die moeten we teleurstellen. Dat is best heel moeilijk, maar we moeten wel één lijn volgen. Die lijst met namen is zorgvuldig opgesteld door verschillende organisaties en daar gaan wij niet zomaar in schrappen. Als je daaraan toegeeft bestaat natuurlijk ook de kans dat er over een paar jaar een volgende generatie is, die hun opa of oma juist weer wel wil toevoegen.’

U heeft zich de afgelopen jaren ook wel beklaagd dat er zo weinig steun was vanuit de Joodse gemeenschap voor uw project. Hoe is dat nu?

‘Dat ging er vooral over dat lang niet alle families besloten om stenen van hun voorouders te adopteren. Vaak overigens niet omdat ze tegen het monument zijn, maar omdat ze vinden dat de Joden niet hun eigen monument hoeven te betalen. Wat ik op zich ook wel kan begrijpen.’

Inmiddels hebben het Rijk en de gemeente Amsterdam zich opgeworpen als de belangrijkste financiers van de 15 miljoen euro voor het monument, dus ook geld lijkt het probleem niet meer. Bent u benieuwd of het de functie gaat krijgen die u verwacht?

‘Ik ben ervan overtuigd dat het een unieke plek wordt waar veel mensen naartoe zullen komen. Dat zie je ook bij andere monumenten zoals in Berlijn, of het Vietnammonument in Washington en Ground Zero in New York. Daar lopen mensen met kindertjes. En met papiertjes die ze over de namen leggen om een kopie van de naam te maken. Bovendien gaan we er ook voor zorgen dat er dagelijks minimaal één klas het monument bezoekt. Het zal een levend monument worden en blijven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden