Jacques Chirac

HIJ IS groot en gulzig. Le grand Jacques gebruikt graag beide handen tegelijk. Hij strekt zijn lange lijf en spreidt de armen wijd uit, zijn grote handen schuin in de lucht geheven, en met vier benige vingers maakt hij twee V-tekens....

ERIK VAN REE

Kok was met zijn typering van de Franse president als 'gedrevene' nog mild. Chirac wordt al jaren omschreven als 'hysterisch' en 'manisch driftig'. De man knettert. Voor de televisie verliest hij weliswaar een deel van zijn zelfvertrouwen, maar waar hij zich thuisvoelt, spreekt hij in staccato, als een ratelende typemachine. De duizendklapper moet zijn favoriete vuurwerk zijn, en boksen zijn favoriete sport. Maar zijn blik is niet scherp meer. Zijn enigszins lodderige ogen stralen sentimentaliteit uit, de treurigheid van een cocker spaniel. De jaren van onafgebroken strijd hebben hun sporen op het gegroefde gelaat van de president achtergelaten.

Chirac is wel de dolende ridder van Frankrijk genoemd. 'Hij laveert door de politiek zonder geheugen of bagage', schreef een zijner biografen, en Raymond Aron stelde: 'Hij is voortdurend op zoek naar een verkiezingsslogan, die hij weer vergeet enkele dagen na hem verzonnen te hebben.'

Aan het begin van zijn politieke loopbaan zag hij de zegeningen van de sterke staat, en zelfs de voordelen van een 'plan-economie'. In de jaren zeventig roerde hij de anti-kapitalistische trom, 'nee aan een Frankrijk dat slechts een vazal is van een imperium van kooplieden', meende hij toen. Maar in overeenstemming met de tijdgeest van het volgende decennium gooide hij koelbloedig het roer om. Hij bekeerde zich tot het gedachtengoed van Ronald Reagan en typeerde de staat nu als een 'monster' dat het persoonlijk initiatief teniet deed. Chirac pleitte voor 'maximale vrijheid', privatisering van het bankwezen en verruiming van het ontslagrecht. 'Onbelemmerde bijstand', zo meende hij, 'leidt tot decadentie'. Onder zijn burgemeesterschap beleefden de Parijse speculanten dan ook gouden tijden. En Jacques vergat ook zichzelf en zijn vrienden niet, luxe-appartementen kwamen tegen soepele voorwaarden ter beschikking.

In 1995 volgde echter weer een ferme ruk naar links. Chirac omarmde de jeugd, de ontheemden en de werklozen, en pleitte voor 'een inspanning zonder weerga voor de maatschappelijk buitengeslotenen'. En hij die ooit de Europese eenwording als het werk van 'Lucifer' afdeed, en hen die deze een warm hart toedroegen smalend als de 'partij van het buitenland' omschreef, spreekt nu van een 'natuurlijke leidersrol' van Frankrijk in het 'Europa der vaderlanden'.

Toch is wendbaarheid niet Chiracs meest prominente trek. Eerder dan een opportunist zonder overtuigingen is hij een overtuigd populist, in beleid zowel als in stijl. 'Wij vertegenwoordigen het volksgevoel', zo zei hij ooit, en hij omschreef zichzelf als 'nationaal links'. De Franse president wil vooral een man van het volk zijn. Weliswaar stamt hij uit de bankierswereld en genoot hij zijn opleiding aan de voorname Ecole Nationale d'Administration, maar hij groeide op tot een provocateur tegen de aristocratische levenswijze.

Haute cuisine is aan hem niet besteed. Zijn lievelingseten is kalfskop met bier, en hij heeft er schik in zijn elegante gasten op een gala-diner linzen met worst voor te zetten. Chirac loopt te koop met zijn eigen vraatzucht, zonder moeite of gêne propt hij twee volledige maaltijden achter elkaar naar binnen. Alhoewel hij Engels en Russisch kent, en zich vanuit een kennelijke hang naar het exotische verdiept heeft in de Chinese cultuur, laat hij zich er op voortstaan 'niet bijster intelligent' te zijn. Hij leest vooral detectiveboekjes en een enkel gedicht, want 'poëzie leest lekker vlug'. Tijdens de opera valt hij in slaap, of hij stapt na de eerste akte op. Echt geroerd wordt hij naar eigen zeggen slechts door de 'trompet van de cavalerie'. Mitterrand noemde hem 'vulgair', en Giscard dreef hij tot wanhoop door op diens bridge-avondjes een klaverjastafel te eisen en zijn sigarette-as op het kleed rond te strooien.

Chirac fulmineert tegen de 'monarchistische verwording' van het presidentschap. Waar zijn voorgangers stijlvol nieuw meubilair aanschaften, doet hij het met degelijk eiken en plastic tuinmeubelen. Monsieur le Président spot met de Franse vormen. Jacques laat zich door zijn medewerkers tutoyeren. En de intieme Jacques was te horen toen hij tijdens onderhandelingen met Margaret Thatcher, niet wetend dat de microfoon nog open stond, gromde: 'Wat wil die feeks nog meer, mijn kloten op een dienblad?' Chirac is gewikkeld in een levenslange oorlog tegen de valse stijl van intellectuelen en aristocratie. Hij wil spreken namens la France profonde, namens het Frankrijk van de boeren van het schrale Massif Central, van de autochtone arbeider en van de sappelende winkelier. Hij vertegenwoordigt een plebeïsch levensgevoel, door hemzelf aangeduid als 'de permanente waarden van Frankrijk'. De schijnbare tegenstrijdigheden van zijn beleid worden van hieruit begrijpelijk. Chirac kankert op de noord-Afrikanen 'met hun vier echtgenotes en twintig kinderen', die met hun 'lawaai en geuren' de 'Franse werker gek maken'. En hij deelt ook de vooroordelen van deze werker over de stupéfiants die de jeugd te gronde zouden richten. Maar deze reactionaire thema's gaan feitelijk goed samen met zijn sociale beleid, dat immers al even proletarisch geïnspireerd is. De president neemt de zelfgenoegzame Parijse elite onder vuur, die 'de werkloosheid van vijf miljoen Fransen als onvermijdelijk aanvaarden'. Hij heeft hun 'huiverige conservatisme van pappen en nat houden' de wacht aan gezegd, en pleit enthousiast voor een 'Europees sociaal model'. Chirac zwenkt niet van links naar rechts, hij is links en rechts. Hij is een volkskeizer.

0ET IS DAN ook niet de vermeende incoherentie van zijn programma, maar de onbeheerste stijl waarmee hij het presenteert die hem zal opbreken. Jacques Chirac gelooft niet in het defensief, doch alleen in de aanval. Hij is mateloos geboeid door strijd, en stelt er zichtbaar behagen in om zich heen te slaan zowel als te incasseren. Hij is een relschopper, en geniet evenzeer van zijn eigen blauwe oog als van dat van de ander. 'Ik heb het bloed van een radicaal in mijn aderen', zei hij ooit. Doch de straatvechter legt het uiteindelijk af, hij houdt te veel van het gevecht. De Franse president moge dan altijd bruisen van vitaliteit, zijn pleidooien tegen de 'politiek van kleine pasjes en homeopathische hervormingen' imponeren lang niet altijd. Daarvoor is zijn activisme te grillig.

Chirac is wel omschreven als een 'dynamo van energie en lawaai' en Pompidou zag in hem een 'bulldozer zonder stuurwiel'. De president wekt argwaan, want hij straalt een zekere wildheid uit. Hij regeert vanuit zijn buik en is altijd op zoek naar de volgende confrontatie, met een zekere wellust. Na Muroroa kwamen de Nederlandse koffieshops. En het zal niet lang duren voor hij deze weer vergeten zal zijn, ze zullen hem gaan vervelen. De aandacht van de Franse president zal door iets nieuws worden getroffen, en hij zal dan als een woedende neushoorn abrupt omkeren en met hetzelfde enthousiasme op zijn volgende doelwit afgalopperen. Ook Jacques Chirac is verslaafd - aan zijn eigen grote vuisten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden