Jacob Olie's foto's gekoesterd in luiertjes

Op het receptenboekje van Jacob Olie is een hartje geplakt, met in schoonschrift het woord Photographie. Treffender dan hijzelf had niemand zijn liefde voor de fotografie kunnen verbeelden....

Van onze verslaggeefster

Judith Koelemeijer

AMSTERDAM

'Ontroerend hartje, vind je niet?' In het depot van het Gemeentearchief Amsterdam bladert Anneke van Veen, conservator fotografie, door Jacob Olie's receptenboek. Met zwierige hanepoten beschrijft Olie 'developeermiddel' en de 'methode Rodriquez'. 'Ik kan hier nog geen wijs uit worden', zegt ze, 'het vergt nog heel wat studie om te achterhalen hoe hij zijn chemicaliën samenstelde.' Op tafel ligt een deel van 'de schat' die de collectie-Jacob Olie volgens haar is: de camera die hij zelf in elkaar knutselde, doosjes met glasplaat-negatieven, originele afdrukken, foto-albums en schetsboeken. 'Het is uniek dat dit allemaal bewaard is gebleven. Een vergelijkbare, want zo'n complete collectie vind je niet in Nederland.'

Onlangs werd bekend dat de Mondriaan Stichting bijna een kwart miljoen gulden beschikbaar stelt om de collectie Olie te conserveren. Dat was hard nodig, laat Anneke van Veen zien. Het Gemeentearchief kocht in 1960 de glasplaat-negatieven van de familie Olie, de rest van de nalatenschap werd zes jaar geleden verworven. De kwaliteit van de kwetsbare glasplaten is er in die 35 jaar sterk op achteruit gegaan. Van de een is bij het afdrukken een hoek afgebroken, bij de ander 'verzilveren' de randen. Ook de originele afdrukken zijn er niet beter op geworden. Op een zelfportret van de fotograaf - in een dandy-achtige outfit, met zijn hondje - dreigt Jacob Olie in een gele mist te verdwijnen.

Anneke van Veen: 'Foto-negatieven en afdrukken zijn zelfdestructief, door de chemicaliën vreten ze zichzelf op. Als je er niks aan doet, verlies je het authentieke, historische beeld.' Dupliceren is de enige manier om het origineel te bewaren. Met de subsidie van de Mondriaan Stichting zullen zo'n 1100 originele afdrukken - waarvan geen negatief bestaat - gereproduceerd worden. Van de bijna vierduizend glasplaat-negatieven worden de 1500 meest bijzondere exemplaren overgezet op 'interpositieven': speciale films die gegarandeerd vijfhonderd jaar goed blijven. Het interpositief fungeert als moederexemplaar. Daarnaast zal van elke plaat een werknegatief gemaakt worden, dat gebruikt wordt om afdrukken te maken voor bijvoorbeeld catalogi, privéverzamelaars en uitgevers.

Het is voor het eerst dat de Mondriaan Stichting een omvangrijke subsidie verleent voor de conservering van foto's. Het besef dat er in Nederland zoiets bestaat als een 'fotografisch erfgoed' is nog niet zo oud. 'In Nederland heb je op de gekste plaatsen foto-verzamelingen, van het spoorwegmuseum tot zwakzinnigeninrichtingen', zegt Van Veen. 'Maar tot voor kort zag niemand daar echt de betekenis van, men zag het eigene van de fotografie niet. De aandacht is altijd gericht geweest op het conserveren van papier en schilderijen.'

Het klimaat veranderde met de oprichting van het Nederlands Fotogenootschap, vijf jaar geleden, de overdracht van enkele belangrijke particuliere foto-verzamelingen door de Rijksdienst Beeldende Kunst aan het Rijksmuseum (waarmee de Nationale Fotocollectie in het leven werd geroepen) en de opening van het Nationaal Fotorestauratieatelier in Rotterdam in 1994. 'Men ziet nu in dat foto's méér zijn dan makkelijk reproduceerbare plaatjes, dat oude negatieven een eigen, authentieke waarde hebben. Zo zitten er in de collectie-Olie vierhonderd natte-collodium negatieven uit de periode 1860-1870, toen fotografen hun platen nog ter plekke met chemicaliën moesten bewerken. Daar zijn er nog heel weinig van. Het is uniek studiemateriaal.'

Jacob Olie was bouwkundige, tekenleraar, directeur van de Ambachtsschool en vanaf 1860 een gepassioneerd fotograaf. Zijn eerste opnamen maakte hij noodgedwongen dicht bij huis, in Amsterdam: de platen moesten op straat geprepareerd worden en direct daarna ontwikkeld in de doka in de bedstee. Op Jacob Olie's eerste foto's van kinderen en buren is het nadeel van deze techniek goed te zien: als hij niet hard genoeg rende, waren de platen voor het ontwikkelen al te veel opgedroogd en vertoonde het negatief overal barsten. Waarschijnlijk viel het resultaat ook Olie tegen, want van 1870 tot 1890 fotografeerde hij niet. Pas na de uitvinding van de kant en klare, droge glasplaat-negatieven ging hij weer de straat op. Tot zijn dood, in 1905, maakte hij duizenden foto's.

Oogt Amsterdam op de foto's van 1860 nog als een slaperig grachtendorp, in 1890 zijn duidelijk modernere tijden aangebroken. Het aantal inwoners nam van 1880 tot 1900 met bijna 200 duizend toe tot een half miljoen. De grotendeels nog zeventiende-eeuwse stad barstte uit zijn voegen. Jacob Olie legde die verandering vast: de bouw van het Stedelijk Museum op de desolate vlakte achter het Rijksmuseum, de drukke straten met de paardetrams, handkarren, voetgangers en rijtuigen, de florerende markten, de voorbij denderende stoomtrein, de bedrijvigheid in de haven. Hij sleepte zijn camera overal mee naar toe. Van de toen nog landelijke Weesperzijde met koeien naar de 'bad- en zweminrichting' aan de Westerdoksdijk, van de speeltuin in het Tweede Weteringplantsoen naar het Vondelpark.

'Mijn vader vond alles interessant', zou zijn dochter eens gezegd hebben. Jacob Olie was een ambachtsman, geen kunstenaar. Zijn foto's moesten een volledig, scherp en overzichtelijk beeld van Amsterdam geven. En er moesten 'poppetjes' op staan, zoals hij zijn figuranten zelf noemde. Bij hem geen verstilde of impressionistische beelden. Amsterdam komt met de juffers, meiden, bouwvakkers en kinderen met hoepels in alle levendigheid op je af. Op de Utrechtse Straat, 1897, kijken twee dames vanonder hun hoeden de camera in; iets verderop sjouwt een Saartje een plunjezak. Het is Amsterdam, maar een heel ander Amsterdam.

De conservering zal zo'n twee jaar in beslag nemen. In 1999 zal het Gemeentearchief een grote monografie uitgeven over Jacob Olie, die begeleid wordt door een overzichtstentoonstelling. Tegen die tijd liggen de glasplaat-negatieven van Jacob Olie allemaal in de nieuwste, veiligste 'kunststof-luiertjes' - zoals Anneke van Veen ze noemt - in het archief. Gekoesterd voor de eeuwigheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden