Jacob Gelt Dekker: redder of egotripper?

Toen hij er zeven jaar geleden voor het eerst kwam, trof hij een vervallen wijk, die geteisterd werd door junks. Tandarts-entrepreneur Jacob Gelt Dekker pompte er 45 miljoen euro in en maakte Otrobanda, ‘de andere kant’, op Curaçao weer sprankelend.

De Curaçaose schooljeugd neemt plotseling bezit van zijn gerestaureerde stadsplein. Vanuit zijn kantoor luistert de Hollandse entrepreneur Jacob Gelt Dekker naar het gejoel van de kinderen, die zijn luxe 'vijf sterren-creatie' komen bekijken. Even geen Amerikaanse zakenlui of toeristen op het plein die ruim tweehonderd dollar per nacht over hebben om deelgenoot te zijn van de 'Kura Hulanda Ervaring'. Nee, het is de jeugd uit arme volkswijk Santa Rosa.

Weer eens wat anders ook dan de Hollandse toerist uit het Van der Valk-hotel, aan de overkant van de pontjesbrug, die van Jacob Gelt Dekker (55) heeft gehoord en nu wil zien wat die 'rijke homo' allemaal heeft neergezet in Otrobanda. Blije, verbaasde kindergezichtjes staren naar al het moois dat hen omringt. Naar 18de-eeuwse koloniale gebouwen die zijn hersteld en omgetoverd tot sjieke hotelkamers, naar het Eco-zwembad met waterval en rotspartij.

'Deze kinderen hebben nog nooit in hun leven een hotel gezien', zegt leraar Rene Hoyer als Gelt Dekker zich tussen de kinderen wurmt. 'Wat hier is neergezet, is goed voor Otrobanda. Het was hier een grote rotzooi, een verwaarloosde plek in de stad die nu een van de mooiste stukken van Willemstad is geworden. De kinderen moeten dat zien.'

Weer terug in zijn kantoor, als de 45 miljoen euro ter sprake komt die hij gespendeerd heeft in het Kura Hulanda-complex, praat Gelt Dekker wederom over het bezoek van de jeugd. 'Wat je zoëven zag, dat is mijn plezier. Deze kinderen zullen wat ze hebben gezien met zich meenemen als ze opgroeien. Zij zijn de toekomst van Curaçao. Wat is de waarde van het leven als je niet kan scheppen? Anderen kopen een jacht met hun miljoenen. Dat zou ik nooit doen. Natuurlijk, 45 miljoen is nogal wat om af te schrijven, maar als je Curaçao wilt ontwikkelen, de armoede wilt bestrijden, dan heb je business nodig.'

Otrobanda op een drukke zaterdag. In de Breedestraat, de gezellige winkelstraat van de wijk, doet de verkoper van gebraden spareribs goede zaken. Groepjes mannen discussiëren op het Brionplein, met uitzicht op de wijk Punda aan de overkant van de Sint Annabaai, fel over de laatste politieke ontwikkelingen. Een zachte bries wurmt zich door de straatjes en steegjes van de historische wijk - een aangename bries, want zelfs de Curaçaoënaar klaagt dezer dagen volop over de hitte.

De toerist die Otrobanda ('de andere kant') na jaren weer bezoekt, staat versteld van de verandering die de buurt heeft ondergaan. Was Punda, het traditionele hart van Willemstad, altijd trots op de kleurige bebouwing aan het water, Otrobanda doet daar nu zeker niet voor onder. Een lint van opgeknapte herenhuizen, nieuwe winkels, restaurants en hotels slingert zich door de wijk die jarenlang werd geplaagd door leegloop en misdaad.

Verscholen achter de Breedestraat manifesteert zich een van de opvallendste projecten: het honderd panden tellende Kura Hulanda-complex. Een museum, hotel en instituut zijn ondergebracht in een stuk van de woonwijk zonder dat stratenpatroon en bebouwing geweld is aangedaan. Wat doet een luxe-hotel het zo gewone Otrobanda? Een prestige-project?

'Dit is toch niet voor ons bestemd?', zegt een bewoner gepikeerd in het zijstraatje dat toegang biedt tot het complex. 'Weet u hoeveel een kopje koffie in de restaurants kost?' 'Otrobanda is er flink door opgeknapt', zegt een winkelverkoper in de Breedestraat, 'maar de gewone man komt er niet, ook niet in het museum. Het blijft toch vooral iets voor buitenstaanders, voor de toeristen.'

Binnen in Hotel Kura Hulanda, de acht blokken zorgvuldig gerenoveerde koloniale architectuur, loopt Gelt Dekker, voormalig tandarts, de hele dag van tafel naar tafel. Hij is ongeneeslijk ziek, praat alsof zijn leven ervan af hangt met gasten, vrienden of voorbijgangers over het hotel, over het nabijgelegen slavernijmuseum waar zijn Curaçaose avontuur mee begon, en over politiek en kunst.

Ook de top van de Nederlandse politiek, een paar weken geleden op bezoek op het eiland, wilde met hem praten over zijn Antilliaanse ervaringen. Hup, daar ging Gelt Dekker weer. Curaçao heet bankroet te zijn. Maar terwijl het eiland leegloopt en Den Haag geen raad weet met het koninkrijksdeel, blijft Gelt Dekker er investeren, zoals hij ook miljoenen heeft gestoken in andere 'ontwikkelingsprojecten', van India tot Tanzania.

Wat bezielt de in Oterleek geboren zakenman, die een fortuin vergaarde met deelname aan bedrijven als Superphoto en autoverhuurder Budget en nummer 303 staat op de Quote-lijst van rijkste Nederlanders, om zoveel privé-geld te investeren in zo'n verwaarloosd gebied, op een eiland notabene waar hij nog steeds niet wordt begrepen?

Egotripperij, zo kwalificeren sommige Curaçaoenaren zijn spendeerdrift en aandacht voor de slavernij. Gelt Dekker wijst de kritiek fel van de hand. 'Volstrekte flauwekul dat dit een eilandje in de wijk zou zijn. Je hebt die schoolkinderen toch gezien? De buurt komt hier wel degelijk langs. Als er een huwelijk is, komen ze hier hun foto's maken.'

In die zeven jaar sinds zijn eerste bezoek aan Curaçao heeft Otrobanda een ingrijpende metamorfose ondergaan. Een decennium terug had de toerist niets te zoeken in de verpauperde wijk. De buurt werd geteisterd en onveilig gemaakt door verslaafden ('chollers').

'Het deed pijn om de wijk zo te zien', zegt Joop Hart (63), gepensioneerd leraar en betrokken bij Plataforma Otrobanda dat zich al jaren inzet voor het opknappen van de buurt. 'Dit is alles wat we hebben, dit is ons erfgoed.' Met in zijn kielzog een groep Nederlandse toeristen, tourt gids 'Jopie' op een namiddag door historisch Otrobanda. Langs nauwe steegjes met vervallen winkels. Maar ook door straten met gerenoveerde woningen of nieuwbouw, opgetrokken in de karakteristieke, kleurige bouwstijl die Willemstad deed belanden op de World Heritage-lijst van Unesco.

Niet alleen geld is een groot struikelblok om de historische gebouwen aan te pakken. Omdat veel panden al decennialang onbewoond zijn, is het vinden van de eigenaar niet altijd gemakkelijk. Hart: 'Is hij of zij overleden, dan rijst de vraag wie de erven zijn. Vaak moet je, behalve met de echtelijke kinderen, ook rekening houden met vele buitenechtelijke nazaten.' Hart eindigt zijn tour in Kura Hulanda ('Hollands Hofje').

Het is avond en het complex baadt in een zee van licht en felle kleuren. Omdat de straten zijn geplaveid met keien lijkt het of de bezoeker wandelt door het 18de-eeuwse Otrobanda. Het is moeilijk voor te stellen dat dit gebied een paar jaar terug nog een woestenij was van vervallen straatjes vol verlaten, dichtgetimmerde panden, waar het niet raadzaam was 's avonds rond te lopen.

'Er zijn mensen die Gelt Dekker niet kunnen luchten', zegt Hart tegen de toeristen. 'But we like the guy. Hij heeft Otrobanda weer op de kaart gezet. Dit project is een voorbeeld hoe je een wijk weer levendig kan maken. Een stad als Willemstad, Otrobanda in het bijzonder, heeft dit soort initiatieven hard nodig.' Hij deelt de kritiek op het complex niet. 'Gezeik is het', zegt hij later op een terras, 'een heleboel gedoe om niets.'

Hart: 'Ik kan je verzekeren dat de meerderheid van Otrobanda geen aanstoot neemt aan dit project. Integendeel, vanwege de uitstraling van Kura Hulanda zijn hun panden flink in waarde gestegen. Door de vele restauraties van de laatste jaren is het tij nu gekeerd. Het is weer aantrekkelijk geworden om hier te investeren. Maar we moeten oppassen dat de buurt geen museum wordt. De mens is de ziel van de stad, zeker in Otrobanda, niet de gebouwen. De mens vormt de coleur locale.'

En dan te bedenken dat Gelt Dekker net zo goed in Paramaribo had kunnen belanden. Want met Curaçao had hij echt niks toen hij er in 1996 voor het eerst was. 'Ik schrok van de armoe. Otrobanda leek wel op Berlijn vlak na de oorlog. Men zag de waarde van het historische erfgoed niet meer. Politici riepen dat de gebouwen tegen de vlakte moesten.'

Hij begon panden te kopen, hij had plannen voor een museum over de slavenhandel. 'Black Holocaust', zo noemt hij het lot van de miljoenen slaven die hier verhandeld werden. Voor de West Indische Compagnie was Curaçao een van de belangrijkste distributie-centra voor slaven. Het museum opende in 1999 de deuren.

Pas daarna ontstonden de plannen voor een hotel. Gelt Dekker: 'Wat doe je met zo'n collectie gerestaureerde huizen? Je kan er particulieren in laten wonen maar daar is geen markt voor. Ik wilde zorgen voor sustainable development en een hotel zorgt nu eenmaal voor werkgelegenheid. Geef je de armen vis of laat je hen vissen? Doel was een achterstandswijk weer op poten te krijgen. Dit gebied was toen een shooting alley.'

Voormalige verslaafden en werklozen werken er nu als beveiligingsman of in de huishoudelijke dienst. De keien in zijn straten zijn niet zomaar keien, ze zijn afkomstig van een van zijn andere 'ontwikkelingsprojecten'. In Rajasthan in India zette hij een steengroeve op om Kura Hulanda te voorzien van de nodige bestrating. 'Met de 25 dollar die de mensen per maand verdienden, konden ze hun gezin onderhouden.' Honderd containers met keien werden naar Curaçao verscheept.

Staat hier een miljonair met een nobel doel? Of een ijdel persoon die kickt op aandacht? De verwijten van ego-tripperij worden gevoed door zijn borstbeeld dat prominent in het Kura Hulanda-complex staat opgesteld en vanwege het instituut dat zijn naam draagt. 'Ik ben alleen ijdel als ik 's morgens voor de spiegel sta', zegt hij nonchalant. 'Het beeld heb ik cadeau gekregen en het instituut werd naar mij vernoemd toen ik ernstig ziek was. Ik had het willen noemen naar de kleinzoon van Haile Selassie.'

In straf tempo leidt hij rond. Door het museumpje met klei-tabletten uit zijn privé-verzameling, tabletten van 3000 v.Chr uit Syrië en Irak. Door het slavernij-museum met honderden voorwerpen, kunstwerken, tekeningen en beelden. Een scheepsruim is nagebouwd zodat de bezoeker kan zien hoe en in welke omstandigheden de slaven werden vervoerd. Honderden kunstvoorwerpen, de oudste 1200 jaar v. Chr, laten de rijke cultuur zien van de Afrikaanse koninkrijken in West-Afrika.

Het museum-complex is gebouwd rond een plein waar vroeger de slaven arriveerden. De meesten bleven ruim drie jaar op Curaçao om een vak te leren. Alleen geschoolde slaven waren in trek bij de Amerikaanse slavenhandelaren. Gelt Dekker graait in een grote kist vol orginele boeien waarmee de slaven waren geketend. De kist is tot de nok gevuld. 'We hebben er genoeg, maar geen enkele is afkomstig van het eiland. De musea hier wilden niet meewerken. Ze wilden alles in hun eigen kasten houden.'

Die sneer tekent zijn haat-liefdeverhouding met het eiland. Onbegrepen voelt hij zich. Op Museumdag wordt hij niet opgenomen in het programma. Jarenlang werd hij buiten officiële folders gehouden. Gelt Dekker: 'Het is de kleinzieligheid van een afgunstige elite die mij niet kan uitstaan. Als ik zwart was geweest, was ik eerder geaccepteerd, koffiemelk-kleur was helemaal ideaal geweest. So what dat ik een Nederlander ben.'

De kanker is uitgezaaid. Gelt Dekker wenst liever kort en krachtig te leven dan zich jarenlang te laten behandelen in ziekenhuizen. Wat moet er met Kura Hulanda gebeuren als hij er niet meer is? Is hij niet bang dat het als een kaartenhuis in elkaar stort?

Gelt Dekker: 'Een stichting, waarin Antillianen en vrienden als advocaat Gerard Spong zitten, zullen het overnemen en voortzetten. Dit hotel moet kostendekkend worden. Het moet zich kunnen bedruipen. Ik ken geen hotel in de wereld waar een stadscentrum zo als hotel functioneert. Het heeft mogelijkheden. Maar als dit toch in elkaar dondert als ik er niet meer ben? So what?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden