Jack Keijzer verloor twee zoons: met zijn verhaal wil hij jongeren behoeden

'Ik kan alleen zeggen: denk na'

De oudste zoon van Jack Keijzer, leraar op een vmbo, werd vermoord. Negen jaar later maakte zijn jongste zoon zelf een eind aan zijn leven. Sindsdien heeft hij een missie.

Foto Erik Smits

Het is stil in lokaal 104. Vijftig mbo-leerlingen van een roc in Den Helder luisteren naar het verhaal van gastdocent Jack Keijzer (59). Hij vertelt over de moord op zijn zoon Pascal, negen jaar geleden, bij een uit de hand gelopen drugsdeal. Zijn zoon was 16.

Het ging mis met Pascal toen hij naar de brugklas ging, zegt Jack. Hij werd vaak de klas uitgestuurd en haalde slechte cijfers. 'Toen ik voor het eerst hoorde dat het niet goed ging en hem vroeg hoe dat kwam, zei Pascal: 'Papa, ik kan het niet.' Jacks stem trilt. Hij neemt een slok water. 'Dit glas is mijn grote vriend. Water helpt altijd.'

Keijzer vervolgt: 'Pascal trok zich steeds meer terug. Hij begon te blowen en hing rond met jongens die drugs gebruiken.' De jongen had ADD, een aandachtsstoornis - maar toen ze daar achter kwamen, was het eigenlijk al te laat. Ritalin wilde hij niet slikken. Hij zocht zijn heil in speed en cocaïne. Om dat spul te betalen, begon hij te dealen.

In april 2007 werd Pascal in zijn nek gestoken met een snoeischaar. De precieze reden is onduidelijk. Mogelijk waren de daders, twee drugsdealers van 36 en 40 jaar, boos omdat ze dachten dat hij cocaïne van slechte kwaliteit had geleverd. Met hun auto reden ze drie keer over hem heen.

Op zijn laptop start Keijzer een reportage van RTV Noord-Holland over de nasleep van de moord, die op het schoolbord wordt geprojecteerd. Onderdeel hiervan is een oud familiefilmpje: Pascal en en zijn jongere broertje Remy waden als jochies door de branding van de Noordzee.

'Dit was het verhaal van Pascal', zegt Jack. 'Het is niet aan mij om te zeggen: je mag geen drugs gebruiken. Dat moet je zelf weten. Het enige wat ik kan zeggen is: denk na. Niet eens zozeer over de gevolgen voor jezelf, maar voor je ouders, je broers, je zussen.' Dan is het tijd voor vragen. Een blond meisje snijdt, zonder dat ze dat weet, het onderwerp aan waarover Keijzer het nou juist níét wilde hebben: 'Hoe ging uw andere zoon hiermee om?'

Jack weifelt, slikt. 'Remy is ook dood. Hij heeft zelfmoord gepleegd, in mei 2016. Hij kon het verlies van zijn broer niet aan.'

Een paar meisjes slaken een kreet van schrik, anderen beginnen te huilen. Jack laat zich niet van zijn stuk brengen. 'Dit is ook een gevolg van de moord op Pascal. Ons gezin was al naar de kloten, maar nu is er niks meer van over.'

Foto Erik Smits

Het is de grootste angst van ouders: langer leven dan je kind. Jack Keijzer en zijn vrouw werden twee keer getroffen door dit noodlot. Na de dood van Pascal had hij niet de neiging te zwelgen in verdriet, hij wilde iets doen. Hij gaf interviews over de moord op zijn zoon, en werd actief bij belangenclubs van slachtoffers en nabestaanden. Keijzer geeft, naast zijn werk als leraar wiskunde en economie op een vmbo, lezingen op scholen. Hij is positief en pragmatisch: als hij anderen kan behoeden voor fouten, is het overlijden van zijn kinderen niet helemaal voor niets geweest.

Keijzer spreekt recht uit het hart, maar probeert alles met nuance te brengen. Zo zet hij anderen aan het denken, ze kunnen zijn opmerkingen niet afdoen als onversneden woede. Dat nabestaanden nu meer rechten hebben tijdens een rechtszaak, is voor een belangrijk deel Keijzers verdienste. Tijdens het proces tegen de moordenaars van Pascal, wilde diens jongere broertje graag iets zeggen in de rechtszaal, maar dat werd niet toegestaan. Jack moest namens Remy spreken. Voor hem was het aanleiding bij VVD-Kamerlid Fred Teeven aan te dringen op nieuwe wetgeving. Inmiddels mogen meerdere nabestaanden spreken in de rechtszaal.

Zijn vrouw praat alleen in de privésfeer over Pascal en Remy. Dat Keijzer er zijn levenswerk van heeft gemaakt hun verdriet te delen, accepteert ze, zolang ze maar niet mee hoeft. Dat ze na bijna 35 jaar huwelijk nog samen zijn, is bijzonder: driekwart van de stellen gaat uit elkaar na de moord op hun kind.

Terug naar 10 mei 2016, het huis van de familie Keijzer in Hoogkarspel. Jack en de dan 22-jarige Remy staan in de logeerkamer van de eengezinswoning.

'Ik vind dit een enge kamer', zegt Remy.

'Waarom, Reem?'

Remy wijst naar een muur, waaraan vlak onder het plafond een beugel is vastgeschroefd, een grote stalen haak, met aan het uiteinde een haakje waaraan ooit een boksbal heeft gehangen. 'Als ik naar die haak kijk, is het net een galg.'

'Kom, we gaan naar boven. Weet je wat, morgenvroeg schroef ik die haak van de muur.'


Jack schrikt van Remy's opmerking, maar laat dat niet merken. Zijn zoon lijdt sinds een jaar aan een psychose, bij vlagen heeft hij waanideeën. 'Ik wil rust in mijn hoofd', zegt hij vaak. De haak schroeft Jack inderdaad van de muur, de volgende dag.


Twee dagen later is de meivakantie voorbij. Jack gaat weer aan het werk, op school. Normaal gesproken eindigt zijn dag met een mentoruur, maar dat blaast hij af. Jack maakt zich zorgen over zijn zoon en wil snel naar hem toe.


Het is stil als hij om vier uur 's middags thuiskomt. Wanneer Jack even later boven gaat kijken, ziet hij dat de deur van de logeerkamer wagenwijd openstaat en het logeerbed is verplaatst. Hij krijgt kippenvel. Gelukkig is die haak weg, denkt hij. Die ligt veilig in de garage.

Foto's uit het familiealbum Foto Erik Smits

Dan stapt Jack de kamer binnen. Rechts van hem hangt Remy aan de haak, die weer aan de muur is vastgeschroefd. Hij hangt aan een paarse stropdas van zijn vader - dood.

Voor Jack Keijzer is het belangrijk dat Remy in alle rust zelfmoord heeft gepleegd. Die conclusie trekt hij uit de manier waarop het is gebeurd. Zijn zoon heeft de grote stalen beugel uit de garage gehaald en voorzichtig naar de logeerkamer getild. Er zit geen krasje in de verf op de vier deuren waar hij doorheen is gegaan, en ook niet in het trappenhuis. Remy heeft de haak zorgvuldig vastgeschroefd in de muur. Voordat hij zich ophing heeft hij alles uit zijn broekzakken gehaald en op de overloop gelegd, langs de plint: een aansteker, pakje shag, portemonnee, pinpas, rijbewijs en een steeksleutel. Remy handelde niet in een vlaag van verstandsverbijstering of paniek.

Dat Remy aan een paarse stropdas hing, was geen toeval, denkt zijn vader. Jack droeg die das zelden, hij hing achter op het rek. Paars is de katholieke kleur van de rouw. Sinds zijn psychose was Remy erg bezig met religie, hoewel hij niet gelovig was opgevoed.

Achteraf gezien heeft Remy op de dag voor de zelfdoding afscheid genomen, zegt Keijzer. Zijn zoon zei toen dat Jack en zijn vrouw goede ouders zijn geweest, en dat hij heel veel van ze hield. En Remy vroeg zo luchtig mogelijk hoe laat zij de volgende dag thuis zouden komen. Hij wilde kennelijk dat zijn vader hem zou vinden, en niet zijn moeder. Jack zou dat beter aankunnen.

Keijzer en zijn vrouw weten zeker dat de Remy's dood een direct gevolg is van de moord op Pascal, negen jaar eerder. Remy was 13 toen hij zijn ouders hielp om Pascal in zijn kist te tillen. Daarna schoof hij zijn eigen zegelring om de vinger van zijn broer. Sinds die tijd sliep hij in de kamer van Pascal. Remy maakte er een monumentje voor hem, met foto's en andere herinneringen, zoals een verkeersboete.

De jaren daarna deed Remy alsof het goed met hem ging. Hij maakte zijn school af, bleef thuis wonen en ging aan de slag als tegelzetter. Maar het leek of de dood hem achtervolgde. Kort na elkaar verloor hij een vriend, bij een verkeersongeluk en een vriendin, door leukemie.

In 2015, acht jaar na de dood van zijn broer, ging het mis en kreeg hij last van waanbeelden. Een posttraumatische stressstoornis, volgend op de serie gebeurtenissen waarvan Pascals dood de ergste was, zo luidde de diagnose van zijn psychiater, in combinatie met een vorm van schizofrenie.

De waanbeelden werden erger: Remy dacht dat hij een goddelijke opdracht had. Hij moest zorgen dat er geen nieuwe 'onschuldige doden' zouden vallen. In slechte tijden luisterde hij naar de stemmen in zijn hoofd, in goede tijden functioneerde hij - met medicatie - redelijk. Maar de vooruitzichten waren somber: de psychose zou nooit helemaal genezen.

De dag na Remy's dood belde Mark Rutte om Keijzer te condoleren. Ze kenden elkaar al langer. Keijzer organiseert sinds de moord op Pascal de jaarlijkse Dag Herdenken Geweldsslachtoffers, altijd goed bezocht door politici - toenmalig koningin Beatrix gaf Keijzer er na afloop ooit twee zoenen.

Verder is hij de drijvende kracht achter het Burgercomité tegen Onrecht, samen met Leefbaar Rotterdam-wethouder Joost Eerdmans, en voorzitter van Landelijke Organisatie van Nabestaanden Geweldsslachtoffers. Na het telefoontje werd Keijzer uitgenodigd voor een gesprek in het Torentje. Er stond een gesprek van een kwartier ingepland, maar ze praatten een uur. Rutte liet broodjes kaas aanrukken en stelde de ene vraag na de andere.

De allereerste keer dat Jack Keijzer een groot publiek toesprak, was op 5 mei 2007, vlak na de dood van Pascal. In die tijd werd hij al bloednerveus van een praatje voor collega's, maar hij deed het toch, om zijn zoon een eer te bewijzen. Na een stille tocht voor Pascal sprak hij de zevenhonderd deelnemers toe. 'Verkloot je leven niet met drugs', was de boodschap. Tijdens de koffie na afloop werd hij uitgenodigd te komen spreken bij een christelijke vereniging in Zwaagdijk. Dat ging hem te snel; zijn zoon was nog niet eens gecremeerd.

In het najaar van 2007 ging Keijzer alsnog, en sindsdien geeft hij met grote regelmaat lezingen in verenigingszaaltjes, kerken en gevangenissen. Hij gaat in principe op elk verzoek in, tenzij het te ver rijden is. Geld wil hij er niet voor hebben, hij vraagt een reiskostenvergoeding en een vrijwillige bijdrage voor een goed doel: een tehuis voor aidswezen in Zuid-Afrika.

Sinds Remy's dood spreekt Jack ook over zelfmoord, zoals op deze zaterdagavond in de Onze-Lieve-Vrouw-Geboortekerk in Uitgeest. Jack staat achter een katheder. Verspreid over de houten bankjes luisteren zo'n zestig mensen naar zijn verhaal.

'Toen het dankzij medicatie even wat beter ging met Remy, ging hij aan de slag als tegelzetter', vertelt Keijzer. 'Van zijn baas hoorde ik dat mijn zoon in de pauze altijd alleen zat. Toen ik vroeg waarom, zei Remy: 'Als ik mijn collega's zou vertellen wat ik echt denk, denken ze dat ik gek ben. Niemand begrijpt me papa. Jij ook niet.'

Met bevende stem zegt hij: 'Remy was ernstig ziek in zijn hoofd, voor hem was dit ondraaglijk lijden. Wat hij heeft gedaan, zie ik als een vorm van euthanasie. Dit was zijn keuze, die moet ik accepteren. Als ik het moeilijk had met de dood van Pascal, zei Remy altijd: 'Je moet leven, pap.' Dat doe ik dan maar.'

Na de lezing schudt Keijzer handen van bezoekers bij de uitgang. Tweemaal wordt hij aangeklampt, door vrouwen die ook een zoon hebben verloren. Voor buitenstaanders is zo'n lezing vaak heftiger dan voor hem, zegt hij. Keijzer is kapot van het verlies van zijn kinderen, maar het is zijn dagelijkse realiteit. Erover praten helpt: hij krijgt er energie van als hij ziet dat de boodschap overkomt.

Hij werd op de camping in Frankrijk eens zomaar aangesproken door een 15-jarig meisje, dat hem uitvoerig bedankte voor de lezing die hij had gegeven bij haar op school. Ze vertelde dat ze in die tijd blowde, rondhing met foute vrienden en soms een nacht wegbleef van huis. Na het verhaal van Jack heeft ze nooit meer drugs gebruikt. Ze doet een hbo-opleiding en het gaat haar goed. Dat geldt ook voor het meisje dat hem ooit toevertrouwde dat ze dood wilde, en op zijn aandringen hulp heeft gezocht.

Veel nabestaanden hebben last van schuldgevoel, Keijzer niet. Het enige dat hij zichzelf een beetje kwalijk neemt is dat hij te lang heeft gedacht dat Pascal nooit drugs zou gebruiken. Maar dat is achteraf: zijn vrouw en hij waren naïef, zoals veel ouders. Hij put steun uit het besef dat hij niet zo'n vader was die nauwelijks tijd had voor zijn kinderen.

Het gezin bracht elke zomer door in hun stacaravan op camping De Woudhoeve in Egmond aan den Hoef. Keijzer koestert de bekers en medailles die zijn zoons wonnen in zelf georganiseerde wedstrijden flessenvoetbal en penaltyschieten. De ene keer liet hij Pascal winnen, de andere Remy. Zelf werd hij altijd derde. Ook nam hij hen mee naar trainingen voor het Amsterdam Toernooi van Ajax. Daar poseerden ze met David Beckham in de regen. En ze gingen op vader-zoonreis, om de beurt, naar Parijs, Londen en Hamburg.

Hij heeft lang gezegd dat hij geen behoefte had aan wraak op Pascals moordenaar, maar dat is sinds de dood van Remy veranderd. Afgelopen zomer dacht hij tijdens een autoritje één van de moordenaars te zien hardlopen langs de weg: Emiel T., die na negen jaar cel weer op vrije voeten is. Keijzers eerste reactie was: ik rijd hem van de weg. Maar toen hij de hardloper passeerde, bleek het T. niet te zijn. Hij moest even zijn auto parkeren. Dit is niet wat hij wil; de ratio moet het altijd winnen van de emotie.

Sinds de dood van Pascal, negen jaar geleden, draagt hij om zijn linkerpols diens zilverkleurige horloge, inmiddels draagt hij ook een ring van Remy. Het verdriet om zijn zoons kan Jack zomaar overvallen; als hij in het weekend per ongeluk niet twee, maar drie borden op de eettafel zet. Of als hij op tv een vader en een zoon elkaar ziet omhelzen.

Op zulke momenten rollen de tranen over zijn wangen en loopt hij naar de eettafel, waarboven twee op canvas gedrukte foto's hangen: Pascal in een wit T-shirt, een schakelketting om zijn nek. Remy in een Zuid-Afrikaans wildpark, stoer poserend bij een leeuw. Dan kijkt hij naar zijn zoons, en zegt: 'Jongens, jongens, jongens'.

Als je hem vraagt hoe hij het dubbele verlies heeft verwerkt, zegt Keijzer: 'Verwerken is het verkeerde woord. Verwerken is iets wat je doet met vuil, in een fabriek - daarna is het klaar. Dit houdt nooit op; ik zal geen schoonvader worden, geen opa. Na de dood van je kinderen komt er nooit een moment waarop je kunt zeggen: ik heb het verwerkt. Je kunt hooguit proberen ermee te leren leven.'

Praten over zelfdoding kan bij de hulp- en preventielijn 0900-0113 (113online.nl).

Ontmoeting met de dader

In 2015 heeft Jack Keijzer moordenaar Emiel T. ontmoet, in een gevangeniskapel. Keijzer wilde weten waarom Pascal is vermoord. Daar kreeg hij geen antwoord op, maar T. toonde wel berouw. De hoofddader is nu weer vrij, hij woont vlak bij de nabestaanden en moet zich houden aan gebiedsverboden. Jack en zijn vrouw vrezen hem tegen te komen; dan staan ze niet voor zichzelf in. Ze hebben er bij de reclassering en het OM op aangedrongen dat T. verhuist. In maart volgt een gesprek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.