Jack, de schepper

Hij is muziekpionier, zingt in verschillende bands en beheert een platenlabel. Jack White (voorheen The White Stripes) zoekt de uitdaging.

'Uitdaging. Dat is het sleutelwoord. Mezelf iets opleggen dat onmogelijk lijkt, gewoon om de boel een beetje op te schudden. Dat houdt me scherp. Een plaat maken omdat ik nu eenmaal een stel liedjes klaar heb, dat is niks voor mij. Ik bedenk altijd een concept, en ga dat dan invullen, aldus Jack White, de zanger/gitarist/producer die begin deze eeuw doorbrak met het duo The White Stripes en er sindsdien met The Raconteurs en The Dead Weather er nog twee andere rockbands op nahoudt. Die laatste twee bestaan nog, aldus White (36) in een suite die hij een paar dagen betrokken heeft in The Driskill, een oud en stijlvol hotel in Austin, Texas.


De avond voor het gesprek heeft hij op South By Southwest (SXSW) het muziekseminar annex showcasefestival opgetreden - waar vooral nieuwe bands en artiesten live acte de presence geven. Het was aangekondigd als een soloconcert, maar bleek uiteen te vallen in twee shows met twee verschillende begeleidingsbands. Eén waarin White omringd werd door zes vrouwen, en na de pauze met louter mannen 'Dat pakte nu eenmaal zo uit. Meestal zal ik met een van deze bands een concert geven en bepaal ik 's ochtends aan het ontbijt pas met wie. Of ik alleen met de jongens of met de meisjes op het podium ga staan, beslis ik pas dan. Vreemd? Nou, vooral erg kostbaar', lacht White. Ik neem beide bands mee op tournee, ze moeten allebei dezelfde liedjes instuderen en zoals je hebt gehoord, komen die van de platen van The White Stripes, The Raconteurs en The Dead Weather.' En van zijn eigen, net verschenen eerste soloplaat Blunderbuss, zo bleek tijdens het dubbelconcert in Austin.


Zusje

Blunderbuss is het elfde album met White in een hoofdrol. Hij maakte zes platen met The White Stripes en twee met zijn andere bands, die anders dan The White Stripes, het duo dat hij tussen 1998 en 2011 met Meg White vormde, nog gewoon bestaan. 'Ik mis The White Stripes nog elke dag. Maar Meg was de baas, zij bepaalde wanneer we moesten stoppen.'


Dat was begin 2011, nadat Meg al had aangegeven niet meer op tournee te willen. Jack had zijn tijd inmiddels al verdeeld tussen twee andere bands, de meer pop georiënteerde Raconteurs, en het steviger rockende The Dead Weather waarin hij vooral drumde.


'Nee, dat was niet omdat ik me in The White Stripes te beperkt voelde. Dat werd wel altijd gezegd, zo van: die Jack is het zat om steeds maar alleen met zijn zusje op het podium te staan en wil eens wat anders in een echte band met bassist en echte drummer. Maar dat is onzin, bovendien vond ik Meg een fantastische drummer.'


Dat verhaal dat het hier zijn zusje betrof, is toch uit zijn duim gezogen? White begint te lachen en maakt een wegwerpgebaar. 'Daar gaan we het toch niet nog een keer over hebben?'


Vanaf het begin dat het duo van zich deed spreken met sterk op minimale blues leunende garagerock ging het verhaal al rond. The White Stripes uit Detroit waren helemaal geen broer en zus, zoals de bio vermeldde. Het betrof ex-geliefden. Jack, die altijd het woord voerde, met Meg stilzwijgend aan zijn zijde, heeft dit echter altijd ontkend. Ook toen onderzoek uitwees dat White in werkelijkheid John Anthony Gillis heette en in 1996 trouwde met Meg White, wier achternaam hij overnam.


Journalisten vragen er al jaren niet meer naar en laten White geloven in zijn verzinsel, dat deel uitmaakte van het White Stripesconcept: duo in de kleuren zwart, wit en rood dat primaire rock-'n-roll speelt, sterk leunend op traditionele blues.


'Over die kleuren, wil ik nog wel wat zeggen. Dat alles aan The White Stripes die drie kleuren had, van platenhoezen tot onze kleding en de podiumaankleding, had te maken met het gegeven dat ik me een beetje beschaamd voelde als jonge blanke gitarist zo nadrukkelijk zwarte blues te spelen. Ik wilde niet als de zoveelste imitator gezien worden, dus bedacht ik dat concept, dat leidde de aandacht immers af. Iedereen praatte over hoe de Nederlandse De Stijl van invloed was op onze primaire muziek.'


White kon, zo vertelt hij, in interviews lekker uitweiden over zijn favoriete architectuur- en vormgevingstromingen uit 'het midden van de vorige eeuw'. Iets waar hij nog steeds veel mee op heeft. Ooit werkte hij als stoffeerder en hij geeft toe als binnenhuisarchitect door te zijn gegaan als het in de muziek niks geworden was.


'Nog altijd is vormgeving een grote passie. Ik denk altijd in kleuren, ook als ik aan een nieuw project begin. De kleur van Blunderbuss is blauw, die past goed bij de thema's, als eenzaamheid, liefdesverdriet en de dood waar veel liedjes over gaan.'


Dat klinkt wat al te zwaarmoedig, want veel nummers op Blunderbuss klinken juist uitbundig, euforisch zelf en ontberen juist iedere zwaarmoedigheid. Toch lijkt White wat persoonlijker, en meer bereid in zijn liedjes iets van zichzelf te tonen dan voorheen. Heeft zijn scheiding van model en zangeres Karen Elson, na zes jaar huwelijk, iets met die kleur blauw te maken?


'Nee, in elk geval niet bewust. We kunnen heel goed met elkaar overweg, ze zingt ook op de plaat mee. Daar zit geen zeer wat mij betreft.'


Waar wel?


'Nergens, ach er zijn altijd wel van die persoonlijke dingetjes, maar die hou ik voor me zelf. Echt autobiografisch zijn de liedjes niet. Dat blauw als thema, dat bedacht ik pas toen er een stuk of wat liedjes waren. Die ben ik toen gaan groeperen.'


Het was aanvankelijk ook helemaal niet de bedoeling een echt solo-album te maken. White had besloten af en toe onder eigen naam een single uit te brengen, zoals hij dat ook doet met andere artiesten op zijn eigen label Third Man Records, dat hij sinds een paar jaar runt vanuit Nashville.


Hij vertrok naar de hoofdstad van de country-muziek omdat Detroit hem 'muzikaal en sociaal' steeds minder aansprak. 'Alle creativiteit sijpelde uit de stad weg, de scene van gitaarbands waarin ook The White Stripes opbloeiden, raakte verdord. Los Angeles of New York waren ook opties geweest, maar in Nashville is veel minder concurrentie. Ja, onder countrymuzikanten, maar de stad is zeer aantrekkelijk voor rockmuzikanten die nog met analoge apparatuur willen werken. Die zoeken elkaar op.'


In Nashville vond White een paar jaar geleden een mooi pand dat hij aanvankelijk kocht om zijn apparatuur (gitaren, versterkers, microfoons, bandrecorders) op te bergen. 'Het pand kreeg steeds meer functies naarmate ik me meer met de inrichting bemoeide.' Hij vestigde er zijn platenmaatschappij, een studio en een podium voor lokale muzikanten. Onbekende en bekende artiesten hebben inmiddels van Alabama Shakes tot Tom Jones een single op zijn Third Man uitgebracht. Naar schatting produceerde White de afgelopen drie jaar ongeveer honderdveertig nummers. 'Ik houd van doorwerken ja. Ik moet regelmatig iets scheppen, anders voel ik me schuldig. Dat zal wel met mijn katholieke achtergrond te maken hebben.'


Geld

White lacht: 'de muziekbusiness ligt op zijn reet, maar dat inspireert me juist. Ik houd van klassiek vinyl, mooi verpakte platen, en die markt zit in de lift. En anders, wat dan nog. Al die singles die ik uitbreng, daar verlies ik alleen maar geld op, maar ik vind dat ze er moeten komen. In Detroit leerde ik al vroeg niet al te veel over mogelijk succes na te denken. Ik moest, zo zei men daar, vooral niet denken het echt te gaan maken en kon dus maar beter spelen waar ik echt achter stond. Met Meg was ik maar een duo, dus dat kostte ook niet veel en in iedere stad zouden genoeg mensen ons leuk vinden om aan optredens wat over te houden. Zo ben ik echt begonnen.'


Nu is Jack White miljonair, en hard op weg alles kwijt te raken met onverkoopbare platen en dingen als een Rolling Record Store. Waanzin, zegt mijn accountant, maar ik vind het leuk. Alleen al heerlijk om zo'n bus in te richten. Die rijdt vervolgens rond met Third Man-singles. Gewoon omdat ik dat belangrijk vind. Ik houd van vinyl. Van singles en elpees, ik denk ook altijd nog in die formats, ouderwets of niet.'


Uitdagingen zoeken en concepten bedenken, dat is waar White zijn tijd mee vult. Waarom maakt hij het zichzelf zo moeilijk zoals nu met zijn twee begeleidingsbands? Gewoon met vier man op tournee is toch ook leuk?


'Maar niet genoeg. Die dynamiek ken ik met Dead Weather en de Raconteurs. Maar daarin ben ik gewoon een van de vier. Nu ben ik helemaal de baas, voor het eerst, en dat mag iedereen weten ook. Niks gewoon met een bandje spelen, hoor. Dat is veel te saai.'


Maar meent hij nu echt dat Meg in The White Stripes de baas was, de dame die in interviews er altijd maar een beetje bijzat en zelden iets inbracht?


'Ja, zij had echt de controle over alles. Ik deed nooit iets zonder haar toestemming. Een andere band ernaast, dat kon nog net, maar deze plaat had ik nooit naast The White Stripes kunnen maken. Had ik ook niet gedaan als The White Stripes nog bestonden. Echt, ik mis het. Van alle concepten beviel dit duo me het meest. Die uitdaging om als duo grote festivals te imponeren, die was prachtig. Maar dat ga ik nu niet alleen proberen te overtreffen. Ik doe het nu weer helemaal anders. Met twee grote bands tegelijk op tournee. Waanzin ja, maar ik wil het zo.'


Jack White: Blunderbuss. Third Man Recordings/XL Recordings/Beggars.


Jack White speelt 25 juni in de Heineken Music Hall, Amsterdam


Extra: Third man records

Jack White richtte zijn Third Man Records al in 2001 op toen hij met de White Stripes nog in Detroit verbleef. Sinds maart 2009 is Third Man behalve een platenlabel, gespecialiseerd in vinylsingles, ook de naam van het multifunctionele hoofdkantoor in Nashville. Behalve het label is er een studio en een concertzaal gevestigd. Tot nu toe verschenen er op Third Man Records meer dan 140 titels, waaronder platen van Whites eigen The Dead Weather, The White Stripes, maar ook singles van Laura Marling, Alabama Shakes en Tom Jones.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden