Jachthonden aan de bridgetafel

De bridgers Bas Drijver en Sjoert Brink voelen elkaar feilloos aan. Bas is de gedegen technicus, Sjoert de avontuurlijke cowboy. Ze gelden als het beste paar van de wereld. Volgende uitdaging is de net begonnen Nederlandse competitie.

Beeld Aurélie Geurts

Aan het slot van het toernooi hield Bas Drijver de laatste kaart nadrukkelijk in de lucht en zei: 'Sjoert, goed kijken, dit is de laatste kaart die ik ooit met jou zal spelen.' Het was in 2002 in Salt Lake City, waar Bas Drijver en Sjoert Brink op uitnodiging van de World Bridge Federation een demonstratietoernooi speelden met de elitejeugd, een week voordat de Winterspelen begonnen.

Spuugzat was Bas de grillige Sjoert. Die kon onverstoorbaar een kaart spelen waarvan Bas geen idee had wat hij ermee aan moest, omdat ze er niks over hadden afgesproken. Een Brink-kaartje, noemde Sjoert die bevliegingen, een leuk idee dat desastreus uitpakt.

Bas en Sjoert spelen alweer tien jaar samen en zijn twee handen op één buik. Ze gelden als het beste paar van de wereld. Afgelopen zomer werden ze wereldkampioen met het zeskoppige Nederlandse team, het was hun tweede wereldtitel.

In de net begonnen Nederlandse competitie spelen ze voor het Amsterdamse Witte Huis. Hun team is de afgelopen drie jaar geen kampioen geworden. Dit keer heeft Het Witte Huis zich meteen bovenaan genesteld. De competitie in de meesterklasse geldt als het kampioenschap van Nederland, en duurt tot januari.

De twee hebben veel gemeen. Beiden zijn op jonge leeftijd begonnen met bridgen, beiden hadden als eerste partner hun broer, beiden waren jong international, zijn jong getrouwd en gescheiden (Sjoert twee keer), beiden hebben kinderen van 8 en 12 jaar (Sjoert bij verschillende moeders).

Ruim in de 30 - Bas 36, Sjoert 35 - zijn ze nog steeds kwajongens en nemen ze elkaar en anderen graag op de hak. 'Tegenstanders spelen graag tegen ons. Ze gaan lachend ten onder.'

Jeugdfoto van Sjoert.

In spel en gedrag zijn ze elkaars tegenpolen. Sjoert is de cowboy, avontuurlijk en soms roekeloos. Hij is van de geniale invallen en speelt op gevoel. 'Een praatjesmaker, maar wel een leuke', zegt Kees Tammens, schrijver van de bridgerubriek in de Volkskrant. Hij was hun bondscoach bij de junioren.

'Hij is het soort man dat staande voor het vuurpeloton nog tegen de dichtstbijzijnde zegt: ik lul me er wel uit', schreef Joost Prinsen in Een goede speler is niet eerlijk.

Bas Drijver, wiens naam in het buitenland wordt verhaspeld tot Bus Driver, is de gedegen jurist. Hij kan zich geweldig concentreren, doet geen gekke dingen, maakt nauwelijks fouten en is technisch de betere, al bestrijdt Sjoert dat laatste.

Duizenden afspraken

Bridge is een spel van afspraken tussen twee spelers. Hoe hoger ze bridgen, hoe verfijnder hun afspraken. 127 A4'tjes beslaan hun duizenden afspraken, waarmee ze aan elkaar duidelijk maken wat voor kaarten ze hebben en hoe ze gaan spelen.

Het is steno voor profs, hiërogliefenschrift voor de leek. Uitgeschreven voor de huis-tuin-en-keukenbridger zouden hun conventies duizenden vellen beslaan en dan nog zou die er niks van begrijpen.

Hoeveel afspraken spelers ook hebben gemaakt, er blijven blinde vlekken. Simpelweg doordat de kans dat de kaarten op identieke manier tussen de vier spelers zijn verdeeld nagenoeg nul is. (Een op een getal van 29 cijfers, volgens The Official Encyclopedia of Bridge.)

Internationale prijzen

1998
2de EK onder 20, Wenen*

2000
2de EK onder 25, Antalya, Turkije

2007
3de WK, Shanghai, China

2009
1ste Open EK, San Remo, Italië

2010
1ste Champions Cup, Izmir, Turkije

2011
1ste WK, Veldhoven

2012
2de EK, Dublin, Ierland

2014
3de Open WK, Sanya, China

2016
3de EK Boedapest, Hongarije

2016
1ste WK, Wroclaw, Polen

Dit betekent niet dat er geen systematiek in de spellen zit; elke bridger herkent de eenvoudige patronen direct en topspelers zijn experts in het herkennen en oplossen van bijzondere speelfiguren. Zij voelen aan wanneer een spel analoog is aan een spel waarover zij afspraken hebben gemaakt.

Vroeger liepen Bas en Sjoert de deur bij elkaar plat om nieuwe strategieën te bedenken. Voor veel problemen waarmee de bridgewereld jarenlang worstelde, hebben zij oplossingen bedacht.

Sjoert moet plezier hebben, wil hij goed bridgen. 'Als ik in scheiding lig, leg ik twee maanden geen kaart goed op tafel. Bas kan zich beter afsluiten van tegenslag in zijn privéleven.'

Ze spelen op winst, nemen meer risico dan andere bridgers en ontregelen de tegenstander. Voor de kenners: ze bieden veel preëmptief en doubleren vaak.

Bridge, het blad van de Nederlandse Bridge Bond, beschreef hun stijl tijdens het afgelopen WK aldus: 'Engeland had volkomen normaal geboden, maar werd door de hyperagressieve jachthonden Brink-Drijver bij de keel gegrepen.'

Over de typering van hun spel dollen ze graag.

In 2009 een eerste plek op het EK in San Remo, Italië.

Sjoert: 'Ruig, nee.'

Bas: 'Ik vind ruig wel lekker klinken.'

Sjoert: 'Jij voelt je ruig door je baardje.'

Bas: 'Oké, 50 procent ruig en 50 procent lekker.'

Sjoert: 'Daar houden we het op: ruig en lekker.'

Sjoert brink (links) en Bas Drijver bij Brink thuis in Rotterdam.Beeld Aurélie Geurts

Fouten afdwingen

'Het grenst aan het onwerkelijke wat zij doen. Ik ken geen sterker paar op de wereld', zegt Tammens. Als het enigszins kan, volgt hij hun wedstrijden online. Hij is 'verbijsterd' door wat hij ziet. 'Wat er aan psychologie aan tafel gebeurt, heb ik nooit eerder gezien. Ze dwingen hun tegenstanders fouten te maken. De sterkste paren trappen in hun val. Die zitten er na twee uur als geslagen honden bij.'

Bij bridgewedstrijden op topniveau staat er een schot op tafel zodat partners niet naar elkaar kunnen seinen wat voor kaarten ze hebben, anders dan met hun bied- en speelkaarten. Spelers zien één tegenstander.

Frans Borm begeleidde de twee op hun eerste schreden als jeugdinternationals. 'Als de tegenstander biedproblemen heeft, is Sjoert er als de kippen bij om het vuurtje op te stoken. Een aarzeling links, een vlotte pas rechts, hij laat het allemaal meespelen bij zijn strategie.' Tammens: 'Hun tegenstanders gaan ongemakkelijk op hun stoel schuiven en worden boos op elkaar. Bridge op topniveau is emotioneel.'

Bas is de sobere en solide technicus, zegt Borm. 'Sjoert kan zijn streken uithalen doordat Bas zo gedegen speelt.'

Het spel

Bridge wordt gespeeld met 52 kaarten, aas is de hoogste, 2 de laagste. Ook kleuren hebben een rangorde: schoppen, harten, ruiten, klaveren. Na het delen - elke speler krijg dertien kaarten - begint het bieden. De twee paren geven te kennen hoeveel slagen ze denken te maken. Na het bieden wordt degene met het hoogste bod de leider, zijn partner legt zijn kaarten open. De tegenstanders proberen te voorkomen dat het bod wordt gehaald. Spelers leggen om beurten een kaart op tafel, de hoogste kaart wint de slag. Wie de kleur niet heeft, mag troeven. Na dertien slagen wordt de score opgemaakt.

Anton Maas, manager van het Nederlands team dat wereldkampioen werd: 'Ze voelen elkaar geweldig aan. Sjoert had vroeger weleens de kolder in zijn kop. Hij speelt tegenwoordig serieuzer en heeft geen enorme negatieve uitschieters meer.'

Borm haalt er een bekende indeling bij, die uitgaat van drie soorten bridgers: 1. de prof die speelt volgens de kansberekening, 2. de ict'er die snel beslist, meestal goed, zo niet, volgende keer beter, en 3. de handige cafékaarter. Bas is een mix van de prof en de ict'er, Sjoert van de ict'er en de cafékaarter, vindt Borm.

Bij Drijver thuis zijn ze spelletjesgek, monopoly, risk, kaarten, wat speelden ze niet toen de kinderen klein waren. Door boerenbridge kreeg Bas het maken van slagen onder de knie, vermoedt zijn moeder Gertie van den Berg.

Op zijn 12de kon Bas al aardig bridgen, drie jaar later zat hij in de nationale jeugdselectie. Op zijn 18de won hij met zijn broer Tom zilver op het EK.

Bij de familie Brink werd vooral gekaart, pesten en zwartepieten op kleuterleeftijd, en niet veel later rikken. Volgens vader Klaas Brink de beste voorbereiding op bridgen, omdat rikken ook bestaat uit bieden (zeggen hoeveel slagen je denkt te maken) en afspelen (slagen maken).

Klaas Brink, zelf een verdienstelijke bridger, organiseerde in 1992 een bridgekroegentocht in het Gelderse Didam. Zijn zoons moesten de scorebriefjes ophalen en daar had Niek zo de balen van dat hij besloot de volgende keer mee te kaarten.

Daarvoor had hij een partner nodig en dat werd zijn 11-jarige broertje Sjoert. Het bridgen hadden ze snel onder de knie, een half jaar later werden ze vijfde op het Nederlands kampioenschap. Hun eerste internationale toernooi speelden ze nog datzelfde jaar in Lille. Sjoert sprak geen woord over de grens, zijn vader zat achter hem om te vertalen.

De spelers

Toen kolonel Lucardie in 1930 de Nederlandsche Bridge Bond oprichtte, werd bridge gespeeld in deftige salons door heren in smoking. Lang heeft het dat elitaire karakter behouden, het ledental van de bond kwam niet boven de vijftienduizend. Totdat in de jaren zeventig ook bridge democratiseerde, het ledental explodeerde en bridgers in spijkerbroek hun intrede deden. Na de Amerikaanse en Franse is de Nederlandse Bridge Bond met 1.050 clubs en 115 duizend leden de derde grootste van de wereld. De bond schat dat een half miljoen Nederlanders bridgt.

Fullprofs

Sinds tien jaar zijn Bas en Sjoert fullprof bridger. Nederland telt er hooguit vijftien. Sjoert was belastingadviseur en controller bij de gemeente Rotterdam voordat hij van bridge zijn beroep maakte, Bas bedrijfsjurist bij dezelfde gemeente.

Ze spelen competitie in China en Rusland en krijgen geregeld aanbiedingen om toernooien te spelen in Amerika, Monaco, Japan en een keer in Australië (vier dagen reizen om vier dagen te kaarten). Ze worden uitgenodigd door bridgegekke miljonairs die zelf niet goed genoeg zijn en topspelers in hun team opnemen.

In de vier maanden dat ze in het buitenland spelen, verdienen ze naar eigen zeggen een ton. 'En dat is mooi betaald voor een paar maanden werken.'

Wereldkampioen in Polen, 2016.

De rest van het jaar hebben ze tijd voor hun kinderen en spelen ze padel (een mix van tennis en squash), zeker tien uur per week. Daarnaast squashen en tennissen ze - alle sporten doen ze graag, als er maar iets te winnen valt, er moet competitie zijn. Duiken zullen ze niet gauw gaan doen.

De vrijdagse training bij de bond slaan ze geregeld over. Afgelopen zomer, toen ze met Nederland wereldkampioen werden, hebben ze hun beste wedstrijden gespeeld zonder dat ze veel hadden getraind. Ze willen er plezier in blijven houden. Als je te vaak speelt, wordt het moeten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden