Jaar lang literair linten doorknippen

JONGE, verliefde meisjes houden hun dagboek bij. Tegen de tijd dat ze een vaste vriend hebben, valt er niet veel meer te dwepen in het lief dagboek....

In de afgelopen jaren bracht de uitgever op verzoek geschreven 'persoonlijke kronieken' uit in de reeks. Rogi Wieg, Boudewijn Büch en Maarten 't Hart tekenden een jaar lang volslagen niet-argeloos gebeurtenisjes, stemmingen, overwegingen en boosheden op. Het is een lastig, gecorrumpeerd genre, dit dagboek met voorbedachten rade. De schrijver die weet dat ieder woord gepubliceerd wordt, kan de kans benutten om wat rekeningen te vereffenen, deining te verwekken en om een publicitair gunstig zelfportret te tekenen. Knappe schrijver die de verleiding weerstaat.

In het rampjaar 2001 was de beurt aan Ronald Giphart. Het is het jaar dat omineus begint met 'Volendam', het jaar waarin Herman Brood van het Hilton springt, het jaar waarin duizenden mensen sterven aan terreurdaden in de VS: 'Let maar op', had vriend Bert Natter hem op 13 september voorspeld: 'Iedereen die je privé-domein openslaat, zal het eerst kijken wat je schrijft over 11 september.' Dit leest de lezer die inderdaad het boek op die pagina openslaat. Op de dag zelf volstaat Giphart met een Fokke & Sukke-tekening, waarop de twee figuurtjes met open monden voor de tv zitten. De titel van zijn dagboek, Het leukste jaar uit de geschiedenis van de mensheid, die hij begin september bij zijn uitgever had bevestigd, lijkt hem op de 13e 'een van mijn mindere vondsten'. Toch laat hij het zo. Ironie, of liever, wrang cynisme, dat kan altijd natuurlijk.

De WTC-aanslag is de eerste verpletterende historische gebeurtenis in het leven van een zondagskind dat 'min twee' was toen Kennedy werd vermoord. Het zat allemaal mee. Een gelukkige jeugd in de linkse kerk, dan veelbelovend schrijvertje, succesvol schrijver, en tot slot een gelukkig gezin. Vijfendertig is hij. 'Een hypotheek, twee kinderen, twee auto's, een set anti-aanbakpannen, een pensioenregeling, combimagnetron en een wasdroger die ook kan schaken'- nee, die opsomming duidt niet op het 'fascinerende leven' dat hij als jonge romanticus voor ogen had. Maar hij kan er geen moment mee zitten, geeft hij toe.

Zijn enige angst is dat zijn kinderen doodgaan. 'Is Nedelland ook Amelika?', vraagt zijn driejarige zoontje Broos als het gezin na de aanslag dagen aan het scherm geketend zit. Nee hoor, in Nederland moet papa op 14 september optreden op de Nacht van de Voortplanting, op de 15e is er een interview met een Vlaamse journalist, op de 18e vergadert de schrijver (die in mei nog met stomheid was geslagen bij het zien van het enorme bedrag op de jaarlijkse uitgeverij-afrekening) met de groep-Mak over een beter standaardcontract, op woensdag 19 brainstormt hij met Hugo Borst over vagina's. Een schrijversleven gaat door.

Als er iets verandert in de opgewekte toon van het dagboek ná 11 september, dan is het dat Giphart bij het optekenen van al die bezigheden die allemaal met literatuur te maken hebben, maar tegelijk ook helemaal niets, steeds vaker 'Baldwin, Baldwin!' verzucht. Daarmee verwijst hij naar een zin van deze schrijver op zijn T-shirt: 'What am I doing here?'

Geen gekke vraag. Een dagboek is niet het enige wat Giphart op bestelling levert. Signeren, voorlezen in alle uithoeken van het land, dat is dagelijkse kost. En dan is er nog een discussie met pubers in het Jongerenlagerhuis, een cabaretjury op een school, een personeelsfeestje met een Echte Schrijver, het 'funtheatre' van de boekenweek, een reis naar Praag voor de KNVB met een damesvoetbalteam, geïnterviewd worden over een mislukte verfilming van Ik ook van jou, vergaderen over een betere verfilming van Phileine zegt sorry, naar Koeweit voor een koeienspecial van Rails, (die wegens de MKZ-crisis niet doorgaat, maar het reisje is al geboekt), een fotosessie met twee meisjes in schuimbad, discjockey spelen voor de radio, eindelijk als talking head in een show op tv - om nog maar te zwijgen over al die vergaderingen over programma's, sites en shows die níet doorgaan.

Doodmoe word je, alleen al van het lezen over al dat leesbevorderende straathoekwerk in deze reality novel, zoals Giphart zijn boek natuurlijk noemt. En dan is er nog niets geschreven. Dat doet Giphart ook op bestelling: een verhaal voor op het pakpapier van een boekhandel, iets over zijn feministische jeugd voor Opzij, een tekstje voor een brillenwinkelketen, geschreven 'door de ogen van Jan Wolkers', en ga zo maar door. De columns die hij schreef voor Kijk bundelt hij in Ten liefde, waarna hij ze nog eens recyclet tot bedscènes in Pakhuis de Jong, waarvan verslag wordt gedaan in dit dagboek. Tussendoor zijn er nog de schattige Broos en Tip over wier aandoenlijkheid Giphartig trouwhartig bericht ('Kom niet aan Tips spenen') en het tweede huisje aan de plas dat nodig geschilderd moet.

Een schrijver heeft een winkel, zeker. Maar wanneer schrijft die man eigenlijk, vraag je je af, als je iedere dag gevuld ziet met afspraken. Giphart neemt het fulltime-schrijverschap zo serieus dat het schrijven, het echte schrijven, erbij inschiet. Van een roman, bijvoorbeeld, die een paar jaar in beslag neemt. Een roman waarin langer dan drie alinea's ergens bij wordt stilgestaan, een roman die niet op iedere pagina een pakkende punchline hoeft te hebben, een roman die níet zijn grootste vrees belichaamt (zoals hij in 1997 in een interview in de Volkskrant zei): een schrijver te worden die 'volgens ouders en leraren zo leuk is voor jongeren'. Zo'n roman moet iemand met het talent van Giphart, de brille die ook in dit dagboek regelmatig schittert, toch ooit kunnen schrijven.

Als er al iets een 'thema' is in deze kroniek van 2001, dan is het wat Giphart zelf de 'peristaltiek van de roem' noemt. Zijn jongensdroom is uitgekomen, hij is bekender dan Jeroen Brouwers, het geld stroomt binnen. Maar ja. Hij ziet zichzelf, allengs treuriger, literair linten doorknippen en leesbevorderend voetballen, 'Een blije eikel', dat is hij.

Het blijmoedige gesnater valt begin juli even stil. Dan maakt Giphart met Manon Uphoff en Rosita Steenbeek een reis naar Bosnië. Eerder had hij, met andere schrijvers, in een Open Brief in de dagbladen de Nederlandse politiek ter verantwoording geroepen voor de slachting in Srebenica - Ze ontmoeten een vrouw van wie 22 familieleden vermoord werden door de Serviërs. 'Jullie zijn zes jaar te laat', zegt zij.

In een mortuarium staan de schrijvers tussen de hoogopgestapelde lijkzakken. Een sterke ammoniakgeur walmt uit de lijken. In zo'n koelcel slaan, echt, alle grappen dood. Ze hebben de keus tussen kotsen of huilen. Ook nu dringt zich de vraag 'waar zijn wij, schrijvers, mee bezig?' weer op, maar met een andere lading. Kunst verwijst naar zichzelf, maar wie kan schrijven, mag híer niet wegkijken. Het zijn de beste pagina's uit dit dagboek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden