Jaap de Groot 1923-2011

Eerst richtte hij een groot bouwconcern op en toen stichtte hij een museum.

Over de laatste vijf jaar van zijn leven lag een schaduw. Het tweede grote levenswerk van Jaap de Groot was hem volgens zijn dochter Jeanette Spaans ontstolen. Het oorlogs- en verzetsmuseum Overloon had zijn kostbare collectie oorlogsvoertuigen in handen gekregen en hem de toegang onmogelijk gemaakt.


Op 12 april overleed De Groot, 88 jaar oud. Jarenlang gold hij als de koning van de staalbouw. Hij was een van de grote ondernemers van de naoorlogse wederopbouw. Het door hem en zijn vader in 1948 opgerichte staalconstructiebedrijf Grootint zou uitgroeien tot een internationaal concern met vierduizend werknemers. In 1990 verkocht hij het familiebedrijf uit Zwijndrecht aan de Heerema Groep, omdat hij geen opvolgers had. Hij stortte zich vanaf dat moment op zijn tweede levenswerk: het verzamelen van legervoertuigen.


De Groot werd in 1923 geboren. Hij was de oudste zoon van Pieter de Groot uit Alblasserdam, die constructietekenaar was bij Kloos Kinderdijk, een voorloper van het latere Hollandia Kloos. Jaap de Groot volgde enkele jaren de technische school. Maar de oorlog maakte een verdere opleiding onmogelijk.


In 1945 werd een berooid en verwoest Nederland bevrijd. Samen met zijn vader Pieter de Groot begon Jaap een bedrijf dat vernielde spoorbruggen en spoorrails sloopte. Al gauw werd De Groot Staalconstructie, zoals het bedrijf eerst heette, ook een bouwbedrijf. Dankzij de Marshallhulp kon de wederopbouw voortvarend van start gaan, al hadden veel bouwondernemingen als materiaal slechts oude legervoertuigen tot hun beschikking. De Groot bouwde vooral bruggen (de Moerdijkbrug, de brug bij Ewijk, de Tweede Brienenoordbrug, de Erasmusbrug, de Willemsbrug), bedrijfsruimten en industriële gebouwen. In de jaren zeventig werd een nieuwe markt ontdekt: de offshore. In de loop van de tijd werden diverse ondernemingen overgenomen, zoals in 1977 Penn & Bauduin uit Dordrecht. De Groot Staalconstructie werd Grootint en begon enorme platforms te bouwen voor de olie-exploratie en -productie op zee.


Jaap de Groot was de patriarch: streng maar rechtvaardig. Hij leefde voor zijn werk. Zijn enige hobby's waren het berijden van dressuurpaarden en het verzamelen van oude militaire voertuigen. Hij richtte in Zwijndrecht hiervoor zelfs zijn eigen museum - het Marshall Museum - op. In 2005 werd hij volgens zijn dochter overgehaald de collectie onder te brengen in het Liberty Park in Overloon. Hij kreeg daar zijn eigen kantoor, maar de toegang werd hem ontzegd toen hij de directie in Overloon ervan beschuldigde slordig met de collectie om te gaan. De Groot besloot zijn collectie op te eisen en spande een rechtszaak aan. Die zaak zal door zijn erfgenamen worden voortgezet. De Groot, die enkele jaren geleden nog tussen Johan de Witt, Elco Brinkman, Albert Cuyp, Ferdinand Bol, Kees Verkerk, Cor van der Gijp en Ronald Giphart op het lijstje van 'Grootste Drechtstedeling Aller Tijden' stond, is begraven in Hendrik Ido Ambacht.


Tips: p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden