'Ja'-kiezer Oekraïne-referendum moeilijk te mobiliseren

De voorstanders van 'ja' bij het Oekraïne-referendum hebben moeite potentiële medestanders te overtuigen van het nut van een gang naar de stembus.

D66-leider Alexander Pechtold voert campagne om mensen over te halen op 6 april 'ja' te stemmen.Beeld anp

Terwijl 'nee'-stemmers, zoals de aanhangers van PVV en SP, zeggen zeker naar de stembus te gaan, zijn potentiële 'ja'-stemmers daar veel minder uitgesproken over. Met name aanhangers van GroenLinks, D66 en ChristenUnie staand aarzelend tegenover het uitbrengen van hun stem op 6 april.

Dat blijkt uit een peiling onder zo'n 2400 kiezers die het onderzoeksbureau I&O Research in samenwerking met de Volkskrant in februari heeft gehouden. De opmars van het 'ja'-kamp die zich in januari nog aftekende, is gestokt: de kloof tussen het 'nee'-kamp en het 'ja'-kamp is nog altijd groot. De tegenstanders weten 38 procent van de Nederlanders achter zich, de voorstanders slechts 32 procent, terwijl 30 procent het nog niet weet. Wanneer die laatste groep buiten beschouwing wordt gelaten (bij het referendum kan alleen maar 'ja'of 'nee' worden gestemd) , dan wint het 'nee'-kamp afgetekend met 55 procent, tegenover 45 procent voor het 'ja'-kamp.

Die overwinning kan overigens nergens toe leiden, want de opkomst groeit niet: van 34 procent in januari naar 32 procent in februari. Zet die tendens door dan kan dat wel eens fataal zijn voor de geldigheid van het referendum, omdat daarvoor een opkomst van 30 procent is vereist. 'De ervaring leert dat in werkelijkheid de opkomst eerder lager dan hoger is dan onze peilingen aangeven', zegt I&O-onderzoeker Peter Kanne.

Kijk op volkskrant.nl/referendum voor het Oekraïnereferendum in 11 heldere vragen en antwoorden

Dat neemt niet weg dat de mogelijkheid van een lage opkomst het 'ja'-kamp voor een dilemma plaatst. Niet stemmen op 6 april zou ook de door hen gewenste uitkomst kunnen brengen, namelijk ratificatie van het associatieakkoord met de Oekraïne. Want blijft de opkomst onder 30 procent dan zal Nederland daartoe overgaan, zo heeft het kabinet al aangekondigd. Wel een stem uitbrengen zou tot gevolg kunnen hebben dat de opkomsteis van 30 procent wel wordt gehaald en dat het 'nee'-kamp vervolgens de overwinning kan opeisen.

Ook dan is overigens ratificatie niet onmiddellijk van de baan - het kabinet behoudt zich de vrijheid voor om een overwinning van het 'nee'-kamp te negeren. Dat zal wederom afhangen van de opkomst en de kloof tussen 'ja' en 'nee'. De kiezers zelf zijn diep verdeeld over wat het kabinet dan moet doen. De meeste kiezers vinden dat de uitslag moet worden gevolgd, terwijl het aandeel dat het kabinet een eigen besluit wil laten nemen daalde van 41 naar 38 procent. Vooral hoger opgeleiden vinden dat het kabinet af mag wijken van het standpunt van het volk, terwijl bij lager en middelbaar opgeleiden juist de overtuiging overheerst dat het kabinet de uitslag moet volgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden