Ja-kamp in paniek

Met een beroep op hun eigen sterrenstatus proberen Bekende Nederlanders de aarzelende kiezer over de streep te trekken. Een armoedige campagnestrategie....

Hans Wansink

De Europese Grondwet is te belangrijk om over te laten aan staatslieden als Balkenende, Bos, Halsema of Van Aartsen. Vandaar dat campagnestrateeg Jan Goeijenbier kanonnen als Wim Kok, Wim Duisenberg, Ivo Opstelten, Ayaan Hirsi Ali en Geert Mak in stelling heeft gebracht. Zij vertellen u in grote advertenties in de krant waarom u ja tegen de Grondwet moet zeggen. Kennelijk wordt aan deze BN' meer gezag toegekend dan aan de politieke leiders onder de Haagse kaasstolp.

De all stars van het ja-kamp moeten het niet zozeer van hun argumenten hebben als wel van hun charisma. Het bontst maakt Wim Duisenberg het. De eerste president van de Europese Centrale Bank heeft in kringen van de haute finance geen geweldige reputatie. Kranten als de Financial Times hebben hem fel gekritiseerd vanwege zijn halsstarrigheid en onhandige presentatie. Niettemin meent Duisenberg dat hij zoveel gezag heeft dat hij ons kan voorhouden: ik heb ervaring met Europa, dus stemt u maar ja.

Deze paternalistische benadering, gesymboliseerd in de prominente rol die Wim Kok in de jacampagne heeft gekregen, is risdoor kant. Veel kiezers zullen Kok nog zien als de boven de partijen staande vader des vaderlands die als premier internationaal in hoog aanzien stond. Anderen beschouwen hem als een schim van de 'oude politiek' die in 2002 niet was opgewassen tegen de opstand van Fortuyn. Malicieuze kiezers zien Kok niet zozeer als PvdAman, maar als commissaris van TNT (tegen een vergoeding van 37 436 euro), Shell (62 000 euro), KLM (17 016 euro) en ING (39 000 euro). Valt het belang van het grote bedrijfsleven inzake de Europese Grondwet samen met dat van de gewone man? Volgens Kok kennelijk wel.

Rick van der Ploeg - als econoom beter geslaagd dan als politicus - gaat nog een stap verder. Zijn oproep luidt: 'Kies voor een sterk Europa met veel banen voor iedereen'.

Hoezo werk? Italië zit in een recessie. Frankrijk en Duitsland kampen met massale werkloosheid en topzware verzorgingsstaten. De eurolanden presteren al jarenlang veel slechter dan de Europese landen zonder euro. Dat komt omdat zij geen last hebben van een overgewaardeerde munt, rigide arbeidsmarkten en uit de hand lopende begrotingstekorten.

Kan de Europese Grondwet de kwakkelende economieën dwingen hun leven te beteren? Ik ben bang van niet. Het is vrij onnozel - maar wel typisch Nederlands - om te denken dat types als Berlusconi, Chirac of Schröder zich door Brussel de wet laten voorschrijven. De discipline van het Stabiliteitspact, in 1995 op voorstel van Duitsland aan de eurolanden opgelegd om hun huishoudboekjes kloppend te maken, heeft tot en met de invoering van de euro in 2001 goed gewerkt.

Maar toen bleek dat Schröder in Duitsland en Chirac in Frankrijk zelf geen orde op zaken konden stellen, gingen ze de spelregels oprekken.

De Europese Unie is een politieke arena waarin de deelnemers in de eerste plaats hun eigen belangen behartigen. Dat uitgangspunt had in de beoordeling van de Europese Grondwet centraal moeten staan. In de buitenlandse pers is de irritatie voelbaar over de hoogdravende manier waarop de Nederlandse regering campagne heeft gevoerd.

Zo schrijft het Britse weekblad The Economist dat de belangrijkste zorg van de Europese kiezers is dat Brussel de diversiteit van de lidstaten aantast en dus een bedreiging vormt voor hun nationale identiteit. Vandaar dat de kiezers garanties verlangen voor meer zeggenschap. Wat The Economist betreft voorziet de grondwet niet in meer democratie, want het document gaat in de richting van centralisatie.

De tweede zorg van de kiezers, signaleert het weekblad, betreft de zwakke prestaties van de Unie.

Zo ervaart de Europese kiezer de landbouwpolitiek als schoolvoorbeeld van Europees onvermogen om een einde te maken aan slecht beleid. Met andere woorden: het is niet toevallig dat Brussel slecht presteert, want iedereen moet het over alles eens zijn, zodat het onmogelijk is iets te verbeteren.

De Grondwet zelf is een mooi voorbeeld van dit mechanisme: aan dit broze compromis mag niks veranderd worden, want dan valt het hele kaartenhuis in elkaar.

Bescheidenheid was in de benadering van het ja-kamp dan ook een deugd geweest. In plaats daarvan werd hoog van de toren geblazen. Toen het de politieke leiders niet lukte de aarzelende kiezers over de streep te trekken, werd een blik BN' open getrokken. Die hadden geen argumenten, alleen hun sterrenstatus.

Extra pijnlijk komt nu aan de oppervlakte dat de regering door het openen van een 'oorlogskas' voor het ja-kamp vals spel speelt. Want waar blijft de advertentie van Marcel van Dam die zegt: ik stem tegen omdat ik voor een democratisch Europa ben? Of die van Ronald Plasterk die zegt: ik stem tegen omdat ik vind dat Brussel zich niet méér, maar minder met ons moet bemoeien?

Cruciaal voor de kwaliteit van een democratisch debat is dat wederzijds respect het uitgangspunt moet zijn. Het diskwalificeren van tegenstanders in het debat, omdat hun opvattingen 'buiten de orde' zouden zijn, of ze zouden inspelen op 'onderbuikgevoelens' is ondemocratisch. Dat geldt ook voor de neiging in het ja-kamp kiezersmet onwelgevallige opvattingen ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Die zouden 'misleid', 'irrationeel' handelen of 'onwetend' zijn.

Kiezers houden er niet van als minderjarigen te worden behandeld, zo luidt de les van 2002.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden