Ivoriaanse jeugd staat klaar voor de strijd

Het legertje volgelingen van de Ivoriaanse president Gbagbo vecht tegen iedereen...

Het is een explosieve meute. De Ivoriaanse jongeren, verzameld op eenomgeploegd veld in het stadje Agboville, staan klaar om het vaderland teverdedigen. Zelfs als er even niemand is om het aan te vallen. Ze stokenelkaar op, en sissen met nauw verholen haat naar de enkele bezoekers, zoalsdie twee blanken, die niet tot hun gezelschap horen.

Want de boodschap van de Jonge Patriotten, zoals deze stoottroepen vanpresident Laurent Gbagbo zich noemen, moet duidelijk zijn. Of het nu gaatom de rebellen in het noorden van hun eigen land, of om het vroegerekoloniale moederland Frankrijk: de jeugd van Ivoorkust zal de strijd nooitopgeven.

In Agboville, een uurtje rijden buiten de zakenhoofdstad Abidjan, vierende Jonge Patriotten de herdenking van 'het verzet' tegen rebellen die destad probeerden in te nemen. Later op de dag zal ook de president zelf hennog komen toespreken. Dan heeft de stemming haar kookpunt bereikt.

De jongeren staan onder leiding van Charles Blé Goudé, een ijzer- envuurvreter die zelf het vertrouwen geniet van Simone Gbagbo, de vrouw vande president. Volgens sommige berichten vormen zij een militie van wel 35duizend mensen. Officieel hebben ze geen wapens, maar iedereen weet dat zijbereid zijn keihard te vechten.

'Dat spreekt voor zich', zegt een van de leiders van de JongePatriotten, iemand die zich Pierre Lemauvais, oftewel Kwaaie Piet noemt:'Alles wat het vaderland raakt, raakt ook ons. Ivoorkust is aangevallen.Het is onze plicht om ons eigen land te hulp te komen en tegen elkeagressie te beschermen.'

Dat ook de jongeren zelf zich agressief gedragen, wil er bij hen nietin. In Abidjan komen zij elke dag samen op een terrein dat La Sorbonne isgenoemd, 'de universiteit van president Gbagbo'. De meesten van hen zijnwerkloos en hebben alle tijd naar opruiende toespraken te luisteren.'Vergeet niet', zegt Jérémie Okrou, de secretaris-generaal van de groep,'het gaat om een vaderlandslievende strijd.'

De tekst naast zijn bureautje maakt dat ook duidelijk. 'In het levenverdedig je drie dingen: de eer, het gezin, het vaderland.' Tot nadereuitleg zijn de 'docenten' van de Sorbonne even niet bereid, zelfs nietnadat de bezoeker de portemonnee heeft getrokken om het 'collegegeld' vande Sorbonne te betalen.

Drie jaar geleden, aan het begin van de opstand van rebelse militairendie het noorden van Ivoorkust in bezit namen, richtte de woede van dejongeren zich vooral op de noordelijke bevolking en de miljoenen regionalemigranten in het land. Tegenwoordig is Frankrijk de gebeten hond. Deregeringspartij van Gbagbo, de FPI, gaat de jongeren in hun haatgevoelensvoor.

'De waarheid begint aan het licht te komen', meent Affi N'Guessan, departijvoorzitter van de FPI. 'Frankrijk speelt een macaber spel, geleiddoor een kliek aan het hoofd van het Elysée. Volgens N'Guessan is Parijs,of in elk geval de groep rond president Chirac, erop uit om via de rebellende economie van Ivoorkust, 's werelds grootste producent van cacao, weerin bezit te nemen.

N'Guessan ontvangt in een enorme werkkamer, die herinneringen aan hetpaleis in Versailles oproept. Alles in zijn omgeving, en zelfs zijnkleding, straalt een poging tot Franse grandeur uit. In de verte staat eenbreedbeeld-tv afgestemd op TV5 Afrique, de Franse zender. Maar de liefdeis in haat omgeslagen.

Tussen Gbagbo en Chirac komt het zeker niet meer goed. In november vorigjaar doodden Ivoriaanse regeringssoldaten negen Franse militairen diesamenwerkten met Onuci, de VN-vredesmacht in Ivoorkust. Chirac liet daaropde volledige Ivoriaanse luchtmacht platbombarderen. En sindsdien neemt hijde telefoon voor Gbagbo niet meer op.

De kloof is nog groter geworden sinds de pogingen van de Zuid-Afrikaansepresident Thabo Mbeki om in het conflict in het West-Afrikaanse land tebemiddelen. Mbeki, die in Ivoorkust ook een economische toekomst ziet,lijkt de zijde van Gbagbo te hebben gekozen. Chirac is daarop nog meer aande kant gekomen van de Forces Nouvelles, de rebellen in het noorden.

Binnen de 'officiële' oppositie van Ivoorkust, die geleid wordt doorex-president Henri Konan Bédié van de PCDI en Alassane Dramane Ouatarravan de RDR, heeft Parijs ook goede vrienden. Bédié is onlangs uitballingschap in Frankrijk teruggekeerd naar Ivoorkust. Maar Ouatarrabevindt zich nog in de vroegere koloniale macht.

Als er verkiezingen zouden komen, maakt Ouatarra volgens velen de meestekans om te winnen. Maar Gbagbo heeft gezegd dat de verkiezingen van eindoktober niet zullen doorgaan, omdat de rebellen weigeren zich teontwapenen. Voor Ouattara, een noorderling die ooit premier was, is het tegevaarlijk om terug te keren.

Dat blijkt in het hoofdkwartier van de RDR in Abidjan. Jonge Patriottenhebben eerder een deel van het pand in brand gestoken. De weg erheen ishalf gebarricadeerd. Bij de ingang hangt een bord met de tekst 'La paix,mais...' De partij van Ouatarra stelt haar voorwaarden.

Voor Koné Kafana, de landelijk secretaris van de RDR, spreekt dit voorzich. 'Gbagbo is slechts de huurder van het presidentieel paleis', zegthij, 'niet de eigenaar. Wat hij ook beweert: na eind oktober is hij voorons grondwettelijk geen president meer.'

Kafana zinspeelt op een geweldloze volksopstand om de president weg tekrijgen. Maar ook hij weet dat de Jonge Patriotten dat niet zomaar overzich heen zullen laten gaan.

'Dat klopt. Het is gevaarlijk, zoals alles in Ivoorkust momenteelgevaarlijk is. Maar voor de democratie moet je bereid zijn een prijs tebetalen', zegt hij. Voorlopig echter blijft Kafana liever veilig binnen,buiten het bereik van Kwaaie Piet en de Jonge Patriotten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.