Italië wil foibe-slachtingen vergeten

De slachtingen van de foibe moeten blijven waar ze zijn: in het vergeetboek. Een rechter in Rome heeft bepaald dat de moorden die soldaten van Tito tussen 1943 en 1948 hebben begaan op Italianen in Istrië niet strafbaar zijn....

JAN VAN DER PUTTEN

Van onze correspondent

Jan van der Putten

ROME

De schattingen over het aantal mensen dat, vaak nog levend, werd gestort in de foibe (diepe holtes in de krijtrotsen), lopen uiteen van tien- tot vijftigduizend.

Istrië, een schiereiland in het noorden van de Adriatische Zee, behoorde vanaf 1918 tot Italië. In 1943 werd het ingelijfd door Hitler-Duitsland. Partizanen van de latere maarschalk Tito veroverden Istrië en ruimden Duitsers en Italiaanse fascisten uit de weg. Na de oorlog ontketenden ze een etnische zuivering.

Italiaanse burgers uit Istrië en Dalmatië - fascisten en antifascisten, zelfs communistische oud-partizanen - werden opgepakt en vaak gemarteld. Vervolgens werden ze aan de rand van de foibe in een lange rij met prikkeldraad aan elkaar vastgebonden. De eerste van de rij kreeg een nekschot, viel in de afgrond en sleepte de anderen mee. Velen bleven na hun val, soms honderden meters diep, nog dagen in leven. In sommige foibe zijn metershoge stapels botten gevonden.

Deze massamoord werd in Italië praktisch vergeten. De communistische partij bedekte de wandaden van de Joegoslavische communisten met de mantel der liefde. En de regerende christen-democratische partij voelde er niets voor aan de oostgrens oude spanningen te doen oplaaien. Daarom luisterde niemand naar de roep om recht van de familieleden van de slachtoffers.

Ook toen de motieven om te zwijgen waren weggevallen, bleef men, uit ideologische motieven of uit de macht der gewoonte, de verschrikkingen van de foibe negeren. Pas de herdenkingen rond vijftig jaar bevrijding en het proces tegen de Duitse oorlogsmisdadiger Erich Priebke maakten voor het eerst de 'rode' terreur bespreekbaar.

Vorig jaar zomer stelde kamervoorzitter Luciano Violante, een leidende figuur van de voormalige communistische partij PDS, het zwijgen over de slachtingen in Istrië aan de kaak. Daarna opende de PDS-leider van Triëst een cyclus van linkse zelfkritiek. Daardoor leek ruimte te komen om alsnog recht te doen.

Familieleden van de slachtoffers dienden een klacht in tegen de schuldigen. Het onderzoek richtte zich op tachtig mensen, maar de meesten van hen bleken overleden. Ten slotte bleven drie Kroatische ex-leiders van Tito's brigades over: een man van 90, een man van 79 en diens vrouw van 75.

De openbare aanklager vroeg om hun arrestatie en berechting op verdenking van genocide, moord en andere misdaden. Ze zijn niet eens gehoord, laat staan gearresteerd. Zonder de gebruikelijke procedure van een hoorzitting af te wachten, heeft rechter Alberto Macchia de foibe-genocide bijgezet in het archief.

Zijn weigering om een proces tegen de drie te beginnen, steunde hij met het argument dat hij geen jurisdictie heeft over het gebied waar in 1943 en in 1945 de moordpartijen plaatsvonden. Daarvoor beroept de rechter zich op een - inmiddels door een ander hof verworpen - uitspraak van het Hof van Cassatie: misdaden bedreven op Italiaans grondgebied dat later aan een andere staat is afgestaan, moeten worden beschouwd als begaan in het buitenland.

Istrië werd in 1943 bezet door de troepen van Tito. Maar pas in het verdrag van Parijs in 1947, dat in 1975 werd aangevuld met het verdrag van Osimo, stond Italië het schiereiland af aan het toenmalige Joegoslavië. Daarna begon een uittocht van 350 duizend Italiaanse bewoners uit Istrië en Dalmatië. Hun bezittingen werden in beslag genomen, maar zij eisen nog altijd teruggave.

De beslissing van de rechter heeft verontwaardiging en ontzetting opgeroepen. Sommigen geloven dat hij bang is geweest voor nieuwe problemen met Kroatië en Slovenië. 'Degenen die verantwoordelijk zijn voor de foibe-misdaden', zei de Istrische schrijver Fulvio Tomizza, 'moeten een proces krijgen, zoals dat is gebeurd met Priebke en de nazi's. We kunnen niet met twee maten meten.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden