Italianen mogen alleen een korte broek dragen op het strand

Bericht uit Italië

De Italianen lijken wel continu in training om een hittegolf te kunnen doorstaan Beeld José María de Pablo

'Nu kan het toch wel? Het is verdomme 29 graden?' Mijn vriendin keek vanaf het balkon de straat op. 'Nee, sorry', antwoordde ze. 'Lange broeken.'

Ze bleef nog even naar beneden staren. 'Ja hoor, een bodywarmer. Ik zie zelfs een bodywarmer.'

'29 graden', schopte ik tegen mijn kledingkast aan, alsof die er wat aan kon doen. Ik trok een lange broek aan en een shirt met lange mouwen.

U denkt waarschijnlijk dat het heerlijk is om in een land te wonen waar de zon gemiddeld 2.610 uur per jaar schijnt. Dat is ook zo, maar voor een verslaggever die in Gelderland opgroeide (gemiddeld 1.374 zonuren per jaar) en in Groningen studeerde (1.415 zonuren), brengt het zo nu en dan ook - tja, hoe zeg je dat? - ongemakken met zich mee.

Zo had ik vorig jaar een interview met een Zuid-Italiaanse burgemeester dat nooit de krant haalde, simpelweg omdat ik geen idee had wat de man eigenlijk zei. Ik had mij - ondanks de 35 graden en ondanks de kaduke airco in de ambtskamer - fatsoenlijk aangekleed, met als gevolg dat ik de eerste vijf minuten van het interview alleen maar beschaamd terugdacht aan die van zweet doordrenkte handdruk die ik zojuist had gegeven. Even later veranderde het onderwerp van mijn zorg naar: hoe ga ik straks in godsnaam opstaan uit dit inmiddels druipende plastic kuipstoeltje zonder te worden uitgelachen?

Het lijkt soms alsof Italianen continu in training zijn voor een demonische hittegolf die ieder moment kan losbarsten. Als je al met 25 graden je jas uittrekt, zo is dan de redenatie, wat blijft er dan nog over als het straks 45 graden is? Als correspondent probeer je daar uiteraard in mee te gaan - als enige met een korte broek over straat is geen porem. Bovendien kan een fly on the wall zijn werk niet doen met teenslippers aan. Zo simpel is het.

Maar het houdt mij wel bezig. Hoe komt het dat de Romeinen onberispelijk gekleed door hun buitenwijken schrijden, ogenschijnlijk zonder last van de hitte, terwijl het centrum wordt bevolkt door uit korte broekjes lillend toeristenvlees, nat van het zweet?

Daarom vroeg ik op een avond, ietwat nukkig van de plakkende spijkerstof, aan mijn Italiaanse fotograaf waarom ook hij nooit korte broeken draagt. 'Omdat het er lachwekkend idioot uitziet', was zijn antwoord. 'In dit land gaan wij zo goed mogelijk gekleed, tenzij we op het strand liggen, dan gaan we zo min mogelijk gekleed.'

Snel belde ik naar Amsterdam: er is deze week toch nauwelijks nieuws, zei ik. En die verkiezingen in Engeland komen eraan, dus wie is er nu geïnteresseerd in Italië?

'Ik ruik de zee', zei ik de ochtend erna opgewekt tegen mijn vriendin. Eindelijk kon ik mij net zo gekleed door dit land voortbewegen als de bewoners zelf, zonder mij ongemakkelijk te voelen.

Dat was voor ik bij het strand aankwam en zag dat de korte broekjes hier wel heel erg kort bleken. En kanariegeel bovendien.

Jarl van der Ploeg is Volkskrant-correspondent in Italië.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.