Italiaans rijden

Italiaanse mannen doen ontzettend veel Italiaanse dingen.

Ik reed de afgelopen twee weken door Italië. Het was heel fijn. In Italië rijden alle mannen met hun arm uit het raam. Vaak zie je een klein randje roze polo. Dat kan daar allemaal, de polo aandoen van Tinky Winky en dan toch als een trotse motherfucker door dat land cruisen.


Het viel mij op dat Italiaanse mannen ontzettend Italiaanse dingen doen. Zo vanzelfsprekend is dat niet. In Noorwegen gedragen mannen zich minder Noors dan je zou denken. Ze eten uit een bord, terwijl je hoopt dat ze met stukken ijs in hun baard grommend op zoek zijn naar eetbare bessen. Noorse mannen kijken televisie en houden van rijst met vlees. Ze schreeuwen nooit naar de maan.


Italianen doen dat dus wel, schreeuwen. Niet naar de maan, maar verder eigenlijk naar alles. Met hun armpje uit het raam, terwijl je, vlak achter ze, net doet alsof je helemaal geen haast hebt. Zo gaat dat: je luistert in een kokend hete huurauto glimlachend een kwartier lang naar een gesprek over een bepaalde courgette die ze daar en daar op een markt hebben zien liggen. Tijdens het praten trommelen ze met hun vingers op het autodak.


Na twee dagen ben ik het zelf ook gaan proberen, autorijden als een Italiaan. Dat viel niet mee. Ik liep meteen tegen een fysieke beperking op: mijn linkerarm was te wit. Alsof een albino in Toscane de schoolmelk rondbracht, zo zag het eruit.


Ik vond het ook lastig om met mijn arm de mensen nieuwsgierig te maken naar de rest van mijn lichaam. Italianen kunnen dat als een geen ander. Je ziet hun arm en je weet meteen wat er aan vast zit. Een lullend Italiaantje. Dat is een kunst, je arm zo relaxed uit het raam laten hangen dat je als toeschouwer denkt: kijk, die leest onvertaalde boeken van James Joyce. U moet mij maar gewoon geloven. Na een week zag ik aan de hangende arm of de er aan vast zittende Italiaanse man een liefhebber was van Chet Baker. Tikkende vingertjes boven op een Fiat.


Mij lukte dat niet. Ik heb het wel geprobeerd, om zo nonchalant met mijn vingers mee te trommelen op A Love Supreme van John Coltrane, maar bij elk stoplicht viel ik keihard door de mand. Ik zag het aan de koppen van de mannen die naast me stonden. Niet onder de indruk. Ze stonden naast een spierwitte fake-trommelaar.


De tweede week werd het beter. Mijn arm werd bruiner. Ik maakte af en toe een bepaald handgebaar dat van enige afstand wel als Italiaans zou kunnen worden uitgelegd. Een soort langzaam wapperen waarmee ik zei: 'ga me dan voorbij, keuterboertje, doe het dan, Giuseppe Macaroni, ga me maar voorbij, met je varkensvrouwtje.'


Als ze me dan toeterend passeerden, deed ik nog iets met mijn arm. Zoiets van: 'ja ja ja, nou nou, zwaar de neten voor je moeder'.


De laatste twee dagen waren het fijnst. Toen heb ik getankt als een Italiaan met zes vrouwen. IJzeren vultuit zonder te kijken in de auto duwen, vlak voor die lullige ping zelf al stoppen, omdat je als man gewoon weet wanneer je tank vol is en daarna, heel belangrijk, niet kijken hoeveel het kost. Naar een vogel kijken die net voorbij vliegt en dan iets Italiaans mompelen. Ik kan dat nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden