It's the philosophy, stupid!

De revolutie van het denken van Spinoza en de 'spinozisten' was niet alleen de oorzaak van de Franse Revolutie, maar ook de oorsprong van de emancipatie van het individu, van de universele rechten van de mens en van de democratie, betoogt historicus Jonathan Israel.

Hij trekt zijn jasje uit en springt het podium op. Jonathan Israel, hoogleraar moderne Europese geschiedenis aan Princeton University, New Jersey, is terug in Nederland. Na zijn geboorteland Engeland en de Verenigde Staten is ons land zo'n beetje het derde vaderland van deze grootste kenner van onze vroegmoderne geschiedenis. Felix Meritis, in 1787 als 'Tempel der Verlichting' aan de Keizersgracht opgericht door een vereniging van vooruitstrevende Amsterdamse burgers, is uitverkocht. Een betere plaats voor het ten doop houden van Democratic Enlightenment - Philosophy, Revolution and Human Rights 1750-1790, het derde en afsluitende deel van Israels levenswerk over de invloed van radicale Verlichting op de moderne samenleving, is nauwelijks denkbaar.


Een energieke, druk gebarende Joodse man op gympen. Strijdbaar ook, want naar eigen zeggen is Israel een dissident die met een kleine groep medestanders strijdt tegen de heersende opvattingen onder historici. De identificatie met zijn grote held, de Amsterdamse filosoof Benedictus de Spinoza (1632-1677), lijkt met de jaren alleen maar sterker geworden. Verguisd en omstreden godslasteraars waren Spinoza en de 'spinozisten'; clandestien vonden hun werken hun weg onder radicale vrijdenkers in heel Europa. Israel vat hun boodschap kernachtig samen: 'Weg met de godsdienst als basis voor de morele orde! De rede en de wetenschap hebben het laatste woord. De staat moet de belangen van iedereen gelijkelijk behartigen'.


Israel vertelt hoe hij op het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS) in Wassenaar zat te werken aan The Dutch Republic, zijn in 1995 verschenen handboek over de Lage Landen tussen 1477 en 1806. Hij ontdekte in Nederlandse archieven niet minder dan 300 zeventiende- eeuwse publicaties waarin Spinoza werd genoemd. In afkeurende zin: namelijk als pleitbezorger van gevaarlijke 'ongodisterij'. De bespotting van geloof en bijgeloof en de ontkenning van het bestaan van wonderen in Spinoza's Theologisch-Politieke Verhandeling uit 1670 dreunde nog decennia na in alle landen van Europa. Deze vondst bracht Israel tot zijn centrale stelling dat de radicale Verlichting inzet was van een diepe controverse die het Europese geestelijke leven tussen 1660 en 1789, het jaar van de Franse Revolutie, heeft gedomineerd.


Hij pepert het zijn toehoorders in Felix Meritis in: 'de revolutie van de geest was het belangrijkste fenomeen in de hele moderne geschiedenis'. Voor Israel is de radicale Verlichting niet alleen de directe oorzaak van de Franse Revolutie, maar ook de oorsprong van de emancipatie van het individu, van de democratie en van de universele rechten van de mens. Een stelling die de meeste historici veel te ver gaat, zeker de postmoderne types onder hen. Zij werpen hem, ook in Felix Meritis, 'verlichtingsfundamentalisme' voor de voeten. Het deert Israel niet: 'Het theologisch denken is helaas nog overal aanwezig, ook in de Verenigde Staten. Hooguit 30 tot 40 procent van de wereldbevolking kan je verlicht noemen. We zijn nog lang niet klaar.'


Terug naar het begin, naar de dageraad van het verlichte denken. Dat is het resultaat van wat de Britse filosoof Michael Oakeshott (in zijn Morality and politics in modern Europe uit 1958) de 'individuele ervaring' noemt, een mentale ommekeer die zijn wortels vond in het Europa van de late middeleeuwen. De middeleeuwse 'moraal van de gemeenschapsbanden' veronderstelt in Oakeshott's definitie het bestaan van een gemeenschap waarvan het lidmaatschap geen vrije keuze is. Het model voor zo'n gemeenschap waarin ieders plaats, ieders rechten en plichten, zijn bepaald door tradities en gewoonten is het gezin. De loyaliteit van de mensen gaat niet uit naar zelfgekozen morele principes, maar naar concrete personen als de vader, de dorpsoudste of het stamhoofd. De communale mens is een persoon die de luxe van een eigen oordeel nooit heeft gesmaakt. Zelfbeschikking werd als een zonde gezien: de doodzonde van de superbia, de hoogmoed. Regeren volgens het communale patroon was geen onderneming, die gericht was op het verbeteren van de menselijk omstandigheden. Het was geen activiteit waarin nieuwe belangen worden erkend en omgezet in rechten; het was het beheer van de regels en de gewoonten van de gemeenschap.


Oakeshott's 'moraal van de individualiteit' manifesteerde zich in het Europa van de zestiende eeuw als onmiskenbaar en onomkeerbaar. Het is de neiging zelf keuzen te maken die betrekking hebben op dagelijkse activiteiten, op arbeid, geloof en opinies, op verplichtingen en verantwoordelijkheden. Bepalend is de houding dit zelfbewuste gedrag te waarderen als eigen aan de mens - en te streven naar de omstandigheden waarin dit gedrag het beste tot zijn recht komt. Maatschappelijke goedkeuring van individualistisch gedrag veronderstelt een zekere ervaring, een gewenning aan het maken van keuzen en het grijpen van kansen. Gelegenheden te ontsnappen aan de middeleeuwse organisatie van het leven in gesloten gemeenschappen begonnen zich in de Lage Landen al vanaf ongeveer 1200 voor te doen, niet alleen in de snel groeiende steden, maar ook op het platteland.


Het vrijzinnige, christelijke humanisme van Erasmus (1469-1536) is een voorbeeld van vroegmoderne geloofsbeleving op basis van een individuele keuze. Een stap verder is het rationalisme. Voor Descartes (1596-1650) was de mens een res cogitans, een denkend wezen. Zijn eigen, persoonlijke ervaring - niet die van de dorpsgemeenschap - was voor ieder mens het startpunt van zijn kennis. Alle kennis was afgeleid van zintuiglijke waarneming en introspectie. Maar naast de materiële wereld veronderstelde Descartes een rijk van de spiritualiteit, toevluchtsoord voor een onsterfelijke ziel. Spinoza gaat een belangrijke stap verder met zijn monistische leer van de 'ene substantie': lichaam en ziel, materie en geest zijn één en hetzelfde. Israel schrijft in Revolutie van het denken, een zojuist vertaalde serie colleges over de radicale Verlichting: 'Spinoza meende dat zijn principes een samenleving zouden opleveren die beter bestand was tegen manipulatie door religieus gezag, autocratie en dictatuur, en met een meer democratisch, liberaal en egalitair karakter. Zo zorgde hij voor een scherpere tegenstelling tussen filosofie en theologie, een kenmerk dat hem stempelt tot de eerste hoofdfiguur van de Radicale Verlichting.'


In zijn Politieke Verhandeling uit 1677 erkent Spinoza inderdaad de democratie als de meest absolute en vrije regeringvorm. Politieke participatie is het recht van elk individu. Spinoza wilde niet op korte termijn een regering van het volk instellen, want dat zou in de zeventiende- eeuwse verhoudingen onvermijdelijk een gewelddadige revolutie hebben betekend. Spinoza zag de massa's ook niet als bronnen van wijsheid, maar hij verdedigde het volk wel tegen de kritiek van de vroegmoderne humanisten. Het hele humanistisch-calvinistische stelsel was aristocratisch: de regering moest worden toevertrouwd aan de deugdzamen, de rationelen, aan mensen van voorname komaf en goede manieren. Spinoza verwierp dit; alle mensen zijn gelijkelijk onderworpen aan irrationele hartstochten, ook de edelen en de rijken. En, vroeg Spinoza zich af, hoe verrassend is het dat de onaanzienlijken politiek inzicht ontberen, als zij zich moeten behelpen met de snippertjes informatie die niet voor hen verborgen gehouden kunnen worden?


De gematigde Verlichting bleef in de achttiende eeuw dominant, met zijn compromissen tussen theologie en filosofie, tussen hervormingen en tradities, tussen de hiërarchische standenmaatschappij en de aspiraties van het gewone volk. Israel is er snel mee klaar: de gematigde Verlichting is er zijns inziens nooit in geslaagd tolerantie en persvrijheid te realiseren, slavernij en vrouwenonderdrukking uit te bannen of minderheden gelijke rechten te geven.


Jonathan Israel: Democratic Enlightenment - Philosophy, Revolution and Human Rights 1750-1790

Oxford University Press; 1066 pagina's; € 35,-.


ISBN 978 01 995 4820 0


Jonathan Israel: Revolutie van het denken - Radicale verlichting en de wortels van onze democratie

Van Wijnen; 239 pagina's; € 24,99.


ISBN 978 90 519 4410 5.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden