Israëlisch-Palestijns conflict: nieuw recept voor vrede

Het conflict in Israël lijkt muurvast te zitten. Er zijn geen gesprekspartners, beweren beide kampen. Een hoopgevend plan van gewone Israëliërs en Palestijnen bewijst het tegendeel.

Het vredesplan betreft Israël en Palestina op een bord met voedsel. Kijk voor uitleg naar de foto's in het artikel.Beeld Rein Janssen

De tweestatenoplossing is dood. Ik zeg het elke keer als de toekomst van Israël aan de keukentafel ter sprake komt. Het plan vormde de basis van de Oslo-akkoorden uit 1993. Maar sinds de moord op de Israëlische premier Rabin twee jaar later, op het centrale plein van Tel Aviv, verloor het vredesplan elk jaar aan kracht en relevantie. De polarisering in de Israëlische en Palestijnse samenlevingen nam toe, het aantal Joodse nederzettingen op Palestijns grondgebied groeide.

'Het is voorbij, mensen', schrijft ook Thomas Friedman begin februari in zijn column voor The New York Times. Hij is pessimistisch, overtuigd dat deze impasse zal leiden tot een sudderende burgeroorlog en verdere isolatie van Israël.

Toch vind ik zijn woorden hoopgevend, bedenk ik in het vliegtuig op weg naar mijn geboorteland. Ze betekenen namelijk ook dat er momentum is voor nieuwe initiatieven. Voor ideeën die al besproken worden in Israëlische woonkamers en Palestijnse hotellobby's. Voor plannen die politieke ruimte geven aan een nieuwe realiteit, waarin de staat niet langer één nationale identiteit probeert af te dwingen. Want als Israël een koekje is, hoe verdelen we het dan zonder het te verkruimelen?

Een week later zit ik in zo'n woonkamer, bij de familie Sheleg in Jeruzalem. De deurbel rinkelt onophoudelijk, steeds meer bezoekers vullen de kleine, benauwde ruimte. De Shelegs zijn binnen de religieuze zionistische gemeenschap gerenommeerde journalisten. De gasten zijn rechter, blogger, bouwondernemer en schooldirecteur - een gevarieerd gezelschap dus, maar ze omschrijven zichzelf allemaal als centrum-links. Ze zijn nieuwsgierig naar wat de drie mannen, die tegenover hen zitten, te vertellen hebben.

'Een land, twee staten', heet het vredesalternatief dat de drie vanavond presenteren. Het erkent dat beide volken recht hebben op een eigen nationale identiteit, maar ook dat beide een sterke band hebben met het hele gebied tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee.

Beide kanten van het conflict beweren dat er geen gesprekspartner is. Dit initiatief bewijst het tegendeel, het is afkomstig van Israeliërs en Palestijnen. Meron Rapoport, een Joodse journalist uit Tel Aviv, zit in het midden. Links van hem zit de dichter en redacteur Elias Cohen, een kolonist uit de kibboets Gush Ezion. Rechts zit opiniemaker Awni Almsni, een Palestijn uit Bethlehem, lid van de Fatah-partij. De drie zijn partners: ze zoeken samen naar een oplossing waarin leven mogelijk is in een gebied dat beide volken delen. Hun vredesplan staat nog in de kinderschoenen: deur voor deur, woonkamer na woonkamer, zoeken ze naar steun voor hun plannen.

Burgers van Palestina. Ze mogen in Israël wonen, maar hebben daar dan geen stemrecht.Beeld Rein Janssen

Eenstaatoplossing

Ze brengen groepen bijeen die elkaars bestaansrecht nauwelijks erkennen. Het is niet de bedoeling elkaar te overtuigen, Rapoport en zijn partners zijn niet op zoek naar overeenstemming. Ze streven naar een definitie die de verschillende belangen en wensen van de betrokken partijen herbergt.

'Het is 22 jaar na Oslo', trapt Rapoport af. 'We moeten ons realiseren dat de Palestijnen en de Joden zich allebei sterk verbonden voelen met dit land: de Joden met Hebron, de Palestijnen met Jaffa. De verdeling van het land betekent een fundamentele confrontatie met hun gevoelens en wensen.'

Een eenstaatoplossing zou het elegantst zijn. Het hele land wordt dan samen gedeeld, het koekje blijft heel. 'Maar politiek heeft dit geen steun', zegt Rapoport. De Palestijnen zullen nooit helemaal opgaan in Israël, en Israël zal nooit instemmen met de ontmanteling van zijn eigen staat. Daarom stellen de drie de volgende oplossing voor: twee staten, Israël en Palestina, onafhankelijk en democratisch. De staten zijn verenigd in één land met open grenzen, door financiële en economische verdragen, en met de mogelijkheid om vrij te reizen en te werken.

Israël. Erkende staat, met eigen grondgebied, vormt samen met Palestina één land.Beeld Rein Janssen

Gespannen sfeer

De gasten van de familie Sheleg zijn openhartig en ruimdenkend, maar het ongemak is voelbaar. Ze eisen dat niemand foto's maakt. De sfeer raakt gespannen als Almsni iets meer over zichzelf vertelt: in de jaren tachtig was hij de oprichter van de politieke afdeling van de huidige Palestijnse regeringspartij Fatah. In die hoedanigheid werd hij verantwoordelijk gehouden voor een aantal terreuraanslagen. Hij heeft tien jaar in een Israëlische gevangenis gezeten. Almsni is een trots man, van verontschuldigingen geen spoor.

Rumoer stijgt op in de woonkamer als Jeruzalem ter sprake komt. De stad zou volgens dit vredesinitiatief gedeeld moeten worden door beide staten, onder gezamenlijk bestuur. 'Dit zijn geen gemakkelijke tijden in Jeruzalem', zegt gastvrouw Bambi Sheleg geïrriteerd. 'Voorbijgangers worden zomaar neergestoken, mensen die op de bus staan te wachten worden overhoop gereden. De straten van de stad zijn leger dan ooit.'

Natuurlijk willen ze vrede, benadrukken de aanwezigen, maar de eerste zorg is veiligheid. De blogger zegt dat haar gemeenschap, die van de orthodoxe Joden, niet bezig is met nationalistische ideeën. 'Onze band met de staat en het leger is minimaal. Voor ons maakt het allemaal niet zoveel uit. Wij willen de garantie dat we veilig zijn, dat we geen doelwit meer zijn.'

Almsni steekt zijn hand op. Hij wil iets zeggen en wacht tot het stil is. 'Het kan hier veilig worden. We delen dezelfde belangen als we de publieke ruimte samen delen.'

Jeruzalem. Gedeeld door beide staten, onder gezamenlijk bestuur. Jeruzalem is voor beide staten de hoofdstad.Beeld Rein Janssen

De lancering van 'Een land, twee staten', in de zomer van 2015, was bijna niet doorgegaan. De eerste bijeenkomst zou plaatsvinden in het Everest Hotel, een symbolische plek op de top van een heuvel tussen Jeruzalem en Bethlehem, een soort niemandsland. In de aanloop werden de mannen wekenlang bestookt met negatieve berichtgeving van zowel pro-Palestijnse activisten als rechtse Israëliërs. Bedreigingen leidden ertoe dat gastsprekers op het laatste moment afzegden. Uiteindelijk moesten ze uitwijken naar het veiliger West-Jeruzalem.

Ondanks de gevoeligheid bleek de belangstelling groot. In een klein zaaltje van een hostel zaten honderdvijftig mannen en vrouwen opeengepakt, in een ongewone mix: lange baarden, hoofddoekjes, hoeden, Palestijnen, seculieren, Noord-Afrikaanse Joden, linkse activisten. Wat de aanwezigen verbond: de overtuiging dat er weinig te verwachten is van de leiders van Israël en Palestina. Dat de oplossing van de mensen zelf moet komen. De bijeenkomst werd een succes, de animositeit maakte plaats voor hoop en wederzijds respect. Het begin van een gesprek tekende zich af.

Een paar dagen eerder pikt Rapoport me op van het Rabinplein in Tel Aviv. We zijn op weg naar mijn eerste ontmoeting met zijn partners Cohen en Almsni. Het vastgelopen verkeer duwt ons richting de ring van de stad, eenmaal op de snelweg neemt het landschap een andere gedaante aan. De hoge stadsgebouwen maken plaats voor de rotsachtige heuvels waarop Jeruzalem is gebouwd.

Palestina. Erkend als staat, met eigen grondgebied, vormt samen met Israël één land.Beeld Rein Janssen

Breuk tussen kolonisten en staat

We passeren een checkpoint, soldaten duwen hun hoofd de auto in om ons vragen te stellen, vooral ter controle van ons Hebreeuws. Dan naderen we de Westelijke Jordaanoever. In de andere richting is de rij Palestijnen, te voet en met de auto, eindeloos. De hitte brandt op de gezichten van degenen die niet in de schaduw staan. Ik word er weer aan herinnerd dat onze veiligheid bestaat bij de gratie van onze systematische controle over anderen.

Rapoport verdiept zich sinds 2001 als journalist in het Israëlisch-Palestijnse conflict. Hij heeft met veel Palestijnen gesproken en begrijpt daarom hun gevoel van verlies. Velen van hen lopen nog steeds rond met een kushan, een landeigendomsdocument van voor 1948. Hij beseft inmiddels dat het teruggeven van het land dat in 1967 is bezet niet de oplossing is voor het Palestijnse probleem. De Palestijnen zien het hele gebied als hun land, en verlangen ernaar om weer naar het strand te kunnen gaan.

De werkelijke omslag in Rapoports denken kwam na de ontmanteling van de Joodse nederzettingen in Gaza door het Israëlische leger in 2005. Na het schrijven van een reeks artikelen - zijn eerste echte ontmoeting met de kolonisten - begrijpt hij dat deze gebeurtenis diepe littekens bij hen heeft achtergelaten. Voor linkse Israëliërs als hij was de uitzetting van de kolonisten collateral damage, maar hij beseft dat een grootschaliger verdrijving uit de bezette gebieden op een Joodse burgeroorlog zal uitdraaien. De ontmanteling van de nederzettingen in Gaza heeft tot een breuk geleid tussen de kolonisten en de staat.

Kolonisten. Burgers van Israël. Ze mogen in Palestina wonen, maar hebben daar dan geen stemrecht.Beeld Rein Janssen

Op het terras van het Everest Hotel ontmoeten we Cohen en Almsni. Rapoport vertaalt wat Almsni in het Arabisch zegt naar het Hebreeuws. Tien jaar geleden heeft hij besloten Arabisch te leren. Dat hij deze taal spreekt, is een belangrijke voorwaarde geweest voor deze gesprekken, stelt hij. Het vergroot de mogelijkheden om met elkaar te communiceren. Het creëert vertrouwen, de basis voor dit vredesinitiatief.

De Palestijn Almsni blijkt op zijn beurt Hebreeuws te spreken. 'Geleerd in de Israëlische gevangenis', verklaart hij. Toch gaat hij verder in zijn eigen taal. Almsni is ervan overtuigd dat hij in Palestina veel steun voor het vredesplan zal vinden. 'De last van de bezetting is veel te zwaar en het Palestijnse bloed is te goedkoop. Het aantal Palestijnen in Israëlische gevangenissen is ongekend, en er zijn nauwelijks kansen om onze economische situatie te verbeteren.'

Het Palestijnse volk heeft recht op gewelddadig verzet, vindt hij. Maar de omstandigheden zijn nu niet goed voor militaire acties. De oplossing moet uit de politiek komen, via dialoog. 'De scheiding tussen twee volken werkt niet. De ervaring leert dat bij de Israëliërs de rede en het gezond verstand uiteindelijk overwinnen. Communicatie leidt tot empathie. Mensen veranderen van mening.'

De drie mannen benadrukken trots dat hun plan voorziet in de oplossing van de meest betwiste kwesties: de nederzettingen en de terugkeer van de vluchtelingen. Bij onderhandelingen worden deze twistappels bewaard tot het laatst - en dan loopt het mis. Ze zijn de bom onder elk vredesoverleg.

Meron Rapoport is een Israëlische journalist, schrijver en vertaler. Hij werd geboren in Tel Aviv.Beeld Nirit Peled

Kwestie van eigendom loslaten

Palestina als staat kan Palestijnse vluchtelingen burgerschap verlenen. Daardoor worden ze burgers van de Israëlisch-Palestijnse natie en krijgen ze de mogelijkheid om vrij te bewegen, te leven en te werken waar ze maar willen. 'Maar dat betekent geen volledig recht op terugkeer', zegt Rapoport. 'In de staat Israël zijn ze inwoners, maar zonder kiesrecht. Toch biedt dit ze de mogelijkheid om terug te keren en gestalte te geven aan de verbondenheid met het gebied waarvan ze verbannen zijn.' Hetzelfde geldt voor de kolonisten: zij zijn burgers van Israël en inwoners van Palestina, mochten ze daar willen blijven. Kolonist Cohen: 'Het principe van open grenzen geeft ons de kans om te leven waar we willen, inclusief de heilige plaatsen, zonder uitgezet te worden. We delen de voordelen, geen pijnlijke offers.'

Voor Cohen is het moeilijk om binnen zijn gemeenschap steun te vinden voor het plan, hoewel hij toch ook gehoor vindt. Kolonisten zijn bang om hun bevoorrechte status op de Westoever kwijt te raken. Toch gaat hij ermee door. 'In het bijzonder voor de jongere generatie, die wil weten wat de toekomst te bieden heeft. De jonge kolonisten realiseren zich dat ze de overheid niet altijd kunnen vertrouwen', refereert hij aan de terugtrekking uit Gaza.

Zelf heeft hij ervoor gekozen altijd op de Westelijke Jordaanoever te blijven, op het land dat voor hem heilig is. Oók in een toekomstige Palestijnse staat. 'Mijn band met het land is bepalend voor wie ik ben. Wij horen hier, maar ik ben ervan overtuigd dat we de kwestie van eigendom los moeten laten. Dat is de grootste uitdaging voor ons, zeker voor de kolonisten, die invloedrijk zijn in de Israëlische politiek en cultuur.'

Beeld Nirit Peled

Hij groeide op met de slogan 'het land van Israël behoort toe aan het volk van Israël', vertelt Cohen. 'Het was mijn mentor Menachem Froman, rabbijn en vredesonderhandelaar, die het omgekeerde bepleitte: 'Het volk van Israël behoort tot het land van Israël. Niemand is eigenaar van het heilige land.'

Het gesprek tussen de drie mannen is geanimeerd en raakt in een stroomversnelling. Ze spreken over een ontmoeting met de Palestijnse leider Mahmoud Abbas. Cohen vindt dat zo'n bijeenkomst achter gesloten deuren zou moeten plaatsvinden, Almsni zegt dat dat niks uitmaakt.

'Denk je echt', vraagt hij meesmuilend, 'dat er een hoekje is in Abbas' kantoor dat niet wordt afgeluisterd? Is er één telefoongesprek op de Westelijke Jordaanoever dat niet is opgenomen? Er zijn geen geheimen in Israël, mijn vriend.'

Beeld Nirit Peled

Begin van een gesprek

Cohen stemt in: 'We leven in een politiestaat.' Toen hij deel uitmaakte van de verzetsgroep tegen de Oslo-akkoorden, werd ook hij afgeluisterd. 'We begonnen elk gesprek met: Gefeliciteerd, beste luisteraars!' De mannen bulderen van het lachen. De realiteit die ze delen, is sterker dan hun ideologische verschillen.

Tijdens mijn vlucht terug naar Amsterdam realiseer ik me hoe bijzonder en belangrijk dit soort gesprekken zijn. Het gaat nu eens niet over controles, grenzen en boycots, maar over de mogelijkheid om de meest uiteenlopende identiteiten in één land onder te brengen. Ik lees de levendige correspondentie die de gasten van de familie Sheleg na het woonkamergesprek met elkaar uitwisselden. Er is kritiek over en weer, en veel vragen blijven onbeantwoord. Maar het is overduidelijk een begin van het gesprek. En dat is meer dan de Israëlische overheid in de afgelopen tien jaar heeft bereikt.

Nirit Peled is documentairemaker (o.a. Tegenlicht) en docent aan de Rietveld Academie. Met medewerking van Simon van Melick.

Awni Almsni werd geboren in het vluchtelingenkamp in Bethlehem. Hij is een opiniemaker en activist, verbonden aan de regeringspartij Fatah.Beeld Nirit Peled
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden