Israël pakt vier verdachten zaak Rozenbaum op

De Israëlische politie heeft drie mannen en een vrouw aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de moord op de Russische zakenman V....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

De verdachten, in de leeftijd van dertig tot 49 jaar, hebben de Israëlische nationaliteit, maar zijn oospronkelijk afkomstig uit Rusland. Ten tijde van de moord op Rozenbaum, eind juli 1997, verbleef het viertal in Nederland. Na hun aanhouding in Israël werd een van hen overgebracht naar een huis van bewaring, de rest kreeg huisarrest.

De moord op Rozenbaum veroorzaakte in Nederland grote beroering. VVD-parlementariër B. Korthals, thans minister van Justitie, drong bij de vorige regering aan op nieuw onderzoek naar de activiteiten van Oost-Europese criminelen in Nederland.

In 1995 en 1997 werd al geschokt gereageerd op de verdwijning in Nederland van de Russische ondernemer B. Fastovski en de liquidatie in Amsterdam van zakenman V. Balulis, eveneens afkomstig uit Rusland.

Niet bekend

De politie in Brabant heeft eerder het vermoeden geuit dat de moord het werk was van een professionele huurmoordenaar.

Vadim Grigorjevitsj Rozenbaum (34 jaar oud op het moment van zijn overlijden) was een succesvol zakenman. In Venlo was hij eigenaar van de handelsfirma Lorit, die in twee jaar negentig miljoen gulden omzet boekte. Een verzoek om een permanente verblijfsvergunning werd door de Nederlandse overheid afgewezen, ondanks aanbevelingsbrieven van bedrijven als Daf Trucks, Bavaria en Grolsch.

In 1995 deed Rozenbaum aangifte bij de politie van pogingen tot afpersing door Russische criminelen. Begin 1997 vroeg hij, aldus zijn advocaat F. Tripels, om politiebescherming.

De voormalige Moskoviet vertelde dat afpersers honderdduizenden Amerikaanse dollars van hem eisten. Toen hij bleef weigeren, werd zijn vader op straat in Moskou doodgestoken. Ook werd de directeur van een van zijn Russische bedrijven doodgeschoten. Rozenbaum vertelde zeker te weten dat de aanslagen verband hielden met zijn afwijzing van de afpersers.

De aangifte van Rozenbaum werd beschreven in een onderzoek van een interregionaal rechercheteam (IRT) naar afpersing door Oost-Europese criminelen in Nederland. Het IRT sprak van een 'dubieuze aangifte'.

Rozenbaum gaf toe dat hij in Moskou beschermgeld had betaald aan een misdaadgroep. Rozenbaum kon geen bewijs leveren dat de afpersing in Nederland daadwerkelijk had plaatsgevonden. Ook zouden er aanwijzingen zijn geweest dat de zakenman 'niet geheel bonafide' was, aldus het rapport.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden