Israël moet radicale kolonisten intomen

JOODSE WETTELOOSHEID Het geweld van radicale Joodse kolonisten wordt steeds manifester, ook in Israël zelf. De regering-Netanyahu staat erbij en kijkt ernaar.

Voor de invloedrijke Joods-Israëlische filosoof Yeshayahu Leibowitz stond al bij aanvang van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden (in 1967) vast dat deze zo snel mogelijk moest worden opgeheven. Leibowitz beargumenteerde dat op positieve wijze: vrijheid voor de Palestijnen zou ook vrijheid impliceren voor de Israëlische staat, die anders langzamerhand bevangen zou worden door een steeds extremer nationalisme.


De afgelopen jaren viel in de bezette Palestijnse gebieden alsook in Israël zelf een schrikbarende toename van geweld en vernielingen door Joodse kolonisten waar te nemen. Afgelopen maand vertaalde dit zich in vandalisme gericht tegen verschillende kerken en een gemengde Joods-Arabische school in Jeruzalem. Deze gebeurtenissen maken de woorden van Leibowitz onverminderd actueel, en het nakomen ervan des te urgenter: de bezetting moet tot een einde komen.


Geweld van Joodse kolonisten tegen de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden is op zich niets nieuws. Wie de nederzetting Kiryat Arba bezoekt, nabij de Palestijnse stad Hebron, vindt er het graf van Baruch Goldstein. Deze radicale Joodse kolonist schoot in 1994 in een moskee van de Aartsvaders 29 Palestijnen dood. Goldsteins graf is een bedevaartsoord voor rechts-extremisten.


Wat het kolonistengeweld van de afgelopen jaren 'bijzonder' maakt, is zijn systematische frequentie, het daarvan wegkijken door de Israëlische wethandhavers en het overslaan van dit geweld naar Israël zelf.


Volgens een VN-rapport uit 2011 is het kolonistengeweld in de bezette gebieden in 2010 met 40 procent toegenomen, tot 377 incidenten - gemiddeld meer dan één geweldsincident per dag. De Israëlische mensenrechtenorganisatie Yesh Din wijst erop dat de Israëlische overheid al decennialang faalt in het beschermen van de Palestijnse bevolking tegen gewelddadige kolonisten, alsook in het aanhouden en veroordelen van deze geweldplegers.


Dit heeft geleid tot een situatie van wetteloosheid in de bezette gebieden, waarbij Joodse kolonisten op dagelijkse basis vernielen, terroriseren en - in enkele gevallen - moorden. Rapporten zijn er over vol geschreven, de Europese Unie en de Verenigde Naties hebben het geweld veroordeeld, maar dit alles heeft niet geleid tot daadwerkelijke wetshandhaving door Israël.


Oktober 2011 bereikten de moedwillige vernielingen uit nationalistische hoek Israël zelf. Moskeeën, kerken, islamitische en christelijke begraafplaatsen, een Palestijns-Israëlisch restaurant, een gemengde Joods-Arabische school en het appartement van een vredesactivist moesten het al ontgelden.


Deze aanvallen worden gepleegd door kolonisten als reactie op Israëlisch overheidsbeleid. Dat wordt door hen ervaren als indruisend tegen hun belangen - zoals de ontruiming van een 'buitenpost', een kleine nederzetting diep in Palestijns gebied. Deze aanvallen komen steeds frequenter voor. Dit ondanks de verregaande bereidheid van de regering-Netanyahu om actief het nederzettingenbeleid te steunen - onder meer door het aan de lopende band aankondigen van nieuwe bouwplannen in bezet gebied. Geliefde doelwitten zijn Palestijnen en linkse Israëliërs.


De aanvallen hebben ook in Israël geleid tot publieke en politieke verontwaardiging. Niettemin zei de Israëlische regering er pas stappen tegen te willen ondernemen, nadat kolonisten december 2011 een Israëlische legerbasis aanvielen op de bezette Westelijke Jordaanoever. Daarbij werden militaire voertuigen vernield en raakte een officier gewond.


Dat toen geen van de circa 50 relschoppers werd gearresteerd, illustreert de onwil van het Israëlisch leger om daadwerkelijk in te grijpen bij geweld door kolonisten. Premier Netanyahu verklaarde hard te zullen optreden, maar gezien de verwevenheid van zijn regering met de kolonistenbeweging is er alle reden om aan te nemen dat het slechts bij woorden blijft.


Extreme kolonisten hebben van de Westelijke Jordaanoever het Wilde Westen gemaakt. Niet alleen staan het Israëlisch leger en de Israëlische regering erbij en kijken ze ernaar, zij houden vast aan precies datgene wat deze kolonisten voortbracht: de bezetting van de Palestijnse gebieden.


De kolonistenbeweging en haar nationalistische en anti-Palestijnse ideologie kent vele medestanders in de regering-Netanyahu. Het geweld dat een deel van hen nu ook aanwendt tegen Israëliërs kan hier niet van worden losgezien.


Op deze manier bestendigt de Israëlische regering een geweldsspiraal in de bezette gebieden die al langer desastreus is voor de Palestijnen en laat zij een explosieve situatie in Israël ontstaan die funest is voor de claim dat het land de enige democratie is in de regio. Die claim was overigens altijd al twijfelachtig; bezetting en democratie verdragen elkaar slecht.


Yeshayahu Leibowitz had dus gelijk. Inmiddels zijn we vier decennia verder. Wie maakt er een einde aan de bezetting?


RICK MOLENSTEEN is werkzaam bij de organisatie Een Ander Joods Geluid


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden