Israël maakt geen onderscheid meer tussen strijders en burgers

Met zijn aanval op het hulpkonvooi naar Gaza geeft Israël er blijk van iedereen die hand- en spandiensten verleent aan de vijand als strijder te beschouwen....

Thomas Mertens

Het incident van vorige maand waarbij Israël in open zee een flottielje aanviel dat met hulpgoederen op weg was naar Gaza, blijft de gemoederen bezighouden. Ook de grotere context van het voorval moet in ogenschouw genomen worden. Daartoe behoort de blokkade die Israël al lang, sinds 2005, tegen Gaza in stand houdt (en waartegen Resolutie 1860 van de Veiligheidsraad opriep), maar ook andere stappen die Israël heeft ondernomen.

Er tekent zich een zeker patroon af: Israël distantieert zich geleidelijk aan van een centraal uitgangspunt van het humanitaire oorlogsrecht. In onderscheid tot het recht dat het beginnen van een oorlog regelt (‘ius ad bellum’) benadrukt het humanitaire oorlogsrecht (‘ius in bello’) dat er een strikt onderscheid moet bestaan tussen degenen die wel (de zogenoemde combattanten) en degenen die niet bij de strijd betrokken zijn (de burgers, de non-combattanten). Alleen de eersten mogen het doel van oorlogsgeweld zijn, de laatsten niet. Dat beginsel heet de ‘non-combattanten immuniteit’, maar het staat zowel in de praktijk, als in de theorie onder druk. Die druk gaat overigens niet alleen van Israël uit, maar maakt deel uit van de oorlog tegen het terrorisme.

Israël aanvaardt de praktijk van ‘targetted killings’ als officieel beleid. Daarbij gaat het om het gericht doden van al dan niet vermeende terroristen of van degenen die bij terrorisme betrokken zijn, ook als er geen sprake is van oorlogshandelingen of van een oorlogssituatie. Bepaalde tegenstanders worden dan letterlijk, door vliegtuigen of door zogeheten ‘drones’ uit de lucht geschoten, nadat zij bijvoorbeeld door satellietbeelden zijn herkend. Sjeik Yassin is een bekend voorbeeld.

In het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan wordt dit wapen tegenwoordig door de VS veelvuldig ingezet. Daarbij vallen vele doden, ook onschuldige omstanders. Mag dat? In een eerste stap luidt de redenering als volgt: wanneer een bankovervaller een aantal gegijzelden met de dood bedreigt, dan heeft een toegesnelde sluipschutter van de politie het volle recht om die bankovervaller uit te schakelen. Deze situatie, zo wordt verdedigd, is volstrekt analoog met die waarin een terrorist wordt uitgeschakeld.

Maar dat spreekt natuurlijk helemaal niet voor zich: in het eerste geval is het gevaar onmiddellijk en evident en in het tweede niet. In het geval van terrorisme is de afstand meestal veel groter en de dreiging meestal veel minder onmiddellijk. Bovendien mag in het eerste geval enkel de bankovervaller zelf worden uitgeschakeld terwijl in het tweede geval vaak ook omstanders het slachtoffer worden. Om dat laatste te rechtvaardigen wordt een tweede stap gezet: degenen die zich in de omgeving van de terrorist bevinden, doen dat veelal willens en wetens. Zij hadden zich maar van diens terrorisme moeten distantiëren. Door dat niet te doen stellen zij zich bewust bloot aan het gevaar ‘object’ van een aanval te worden. Zij zijn derhalve geen echte burgers meer, maar zijn halve combattanten geworden.

Een tweede voorbeeld is de Gaza- oorlog. Er zijn nu voldoende aanwijzingen dat Israël – om het mild uit te drukken – onvoldoende maatregelen heeft genomen om de burgerbevolking van Gaza te ontzien. Dat was geen toeval. In 2005 betoogden een hoge generaal en de ethisch adviseur van het Israëlische leger het volgende: in de strijd tegen het terrorisme moet het vermijden van risico’s voor de eigen combattanten zwaarder wegen dan het vermijden van risico’s voor de burgerbevolking van de tegenpartij. Dat is in strijd met de non-combattanten-immuniteit.

De Gaza-oorlog maakte inderdaad duidelijk dat het Israëlische leger er de voorkeur aan gaf risico’s voor de eigen soldaten te verminderen, ook al leverde dat een verhoogd risico op voor de burgerbevolking, met een hoog aantal burgerslachtoffers als gevolg. De rechtvaardiging daarvan was wederom dat die burgers zich in de nabijheid van de strijders bevonden en alleen al daardoor niet volledig aanspraak konden maken op hun status als ‘non-combattant’. Zij waren dus niet langer ‘immuun’ voor het oorlogsgeweld.

Omdat Israël ervan overtuigd is een rechtvaardige oorlog te voeren die het bovendien niet mág verliezen, tornt het aan de grenzen van het oorlogsrecht, zowel wat betreft de middelen die worden ingezet, als wat betreft de personen die aangevallen worden. Zo kan de aanval op het flottielje eenvoudig worden begrepen. Israël voert een rechtvaardige oorlog, niet alleen tegen de politieke leiding en de strijdkrachten van Gaza, maar ook indirect tegen de Gazaanse burgerbevolking. Omdat die bevolking die leiding steunt, maakt zij zich ‘schuldig’ en mag zij door harde blokkades worden gestraft. En wie vervolgens die blokkade wil doorbreken, steunt een ongerechtvaardigde vijand en wordt daarmee zelf tot vijand.

Zoals gezegd, berust de oorlogsconventie op het strikte onderscheid tussen het recht ‘op’ (het beginnen van) de oorlog en het recht ‘ten tijde van’ de oorlog. Het ‘ene’ recht mag geen invloed hebben op het ‘andere’ recht, omdat de rechtvaardigheid van de oorlog altijd omstreden is en opdat de strijd niet in een totale oorlog ontaardt, waarbinnen allen schuldig zijn, zowel strijders als burgers.

Israël, maar niet alleen Israël, lijkt dat onderscheid niet meer volledig te onderschrijven. Dat is een gevaarlijke tendens. Want de oorlog wordt gekenmerkt, zo leert Von Clausewitz, door een eigen logica en die neigt tot het extreme. De oorlogsconventie wil die verschrikkelijke logica stoppen en benadrukt daarom de onvoorwaardelijke geldigheid van het humanitaire oorlogsrecht. Geen enkele oorlog, hoezeer ook subjectief als rechtvaardig ervaren, mag doelbewust gericht zijn op het bestraffen van de burgerbevolking en van degenen die haar willen bijstaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden