Israël lost met overmatig geweld in Libanon niets op

IN CONFLICTEN zijn alle analogieën en vergelijkingen per definitie misleidend. Het hiernavolgende is dan ook fantasie...

Nadat het Ierse Republikeinse Leger (IRA) onlangs enige bommen tot ontploffing had gebracht in Londen, gaf de Britse regering opdracht een militair offensief tegen de bommengooiers en hun aanhangers uit te voeren. Het leger - gesteund door loyalistische paramilitaire eenheden - trok de Ierse Republiek binnen om een bufferzone te creëren. De burgerbevolking ten zuiden van de zone kreeg de waarschuwing onmiddellijk te vertrekken, anders zouden zij het risico lopen onder vuur te komen liggen.

In het daaropvolgende artillerie-spervuur en de uiterst precieze luchtaanvallen tegen geselecteerde doelen in Dublin, werden slechts enkele tientallen onschuldige Ieren gedood, maar moesten wel bijna een half miljoen mensen hun huizen verlaten.

Hoewel de bomaanslagen van de IRA gewoon doorgingen en zelfs werden opgevoerd, oogstte de regering volop lof bij de Britse media en het publiek. Maar er waren - uiteraard - ook cynische commentatoren die erop wezen dat premier John Major - in het zicht van de komende verkiezingen - wel een zetje in de opiniepeilingen kon gebruiken.

Washington gaf blijk van een lichte bezorgdheid en drong aan op zelfbeheersing, maar van regeringswege werd meegedeeld dat de IRA de hele gang van zaken aan zichzelf te danken had.

Belachelijk? In Ierland wel. Maar niet in Libanon.

Vier dagen nadat Israël zijn meest recente collectieve strafexpeditie begon, bedraagt een voorzichtige schatting van het aantal doden 25 en zijn er ten minste 120 gewonden. Het aantal vluchtelingen wordt geschat op 400 duizend. De schade veroorzaakt door tientallen luchtaanvallen en ten minste vierduizend beschietingen met zware artillerie valt niet te berekenen.

Niet dat het hier om dodelijk eenrichtingsverkeer gaat. De pro-Iraanse strijders van Hezbollah ('partij van god') hebben Israël iedere dag belaagd met een spervuur van katjoesja-raketten, sinds Israël vorige week donderdag de eigen aanval inzette.

De afgelopen week zijn veertig Israëli's gewond geraakt. Hele gemeenschappen in het noorden hebben de nachten en een groot deel van de dagen noodgedwongen in schuilkelders doorgebracht.

Uit de stad die het meest door Hezbollah wordt beschoten, Kiryat Shmonah, in de smalle strook bij Galilea, is bijna de helft van de bewoners naar het zuiden gevlucht.

Er bestaat echter geen morele of militaire gelijkwaardigheid in dit afschuwelijke conflict. De gewone mensen in Kiryat Shmonah hebben schuilkelders; de even gewone mensen van zuid-Libanon moeten het zonder stellen.

De ongeveer tienduizend vluchtelingen in Israël hebben meer dan voldoende hulp gehad van de regering en van hulporganisaties. Hun evacuatie is ordelijk verlopen en gebeurde op vrijwillige basis. In Libanon werd de uittocht van veertig keer zoveel mensen op brute wijze opgedrongen en verliep deze volledig chaotisch.

De wanverhouding in angst correspondeert met het belachelijk scheve karakter van de militaire strijd. Volgens welingelichte militaire analisten beschikt Hezbollah op zijn hoogst over driehonderd fulltime strijders. Hun sterkste wapen zijn de katjoesja-raketten, die met zogenoemde stalinorgels worden afgeschoten. Ze zijn verouderd, onnauwkeurig en hebben een maximumbereik van ongeveer twintig kilometer.

TEGENOVER dit kleine, armetierige, maar zeer vasthoudende leger staat het sterkste militaire apparaat van het Midden-Oosten. Supersonische gevechtsvliegtuigen, uitgerust met de meest geavanceerde elektronische apparatuur, voeren samen met Apache aanvalshelikopters het directe aanvalswerk uit. Dan zijn er nog de talloze tanks en gemotoriseerde kanonnen die doelen op grote afstand kunnen raken.

En toch kan de Israëlische oorlogsmachine met al haar imposante vuurkracht de kern van Hezbollah met geen mogelijkheid breken.

De Israëlische invasies in Libanon in 1978 en 1982 waren gericht tegen Palestijnse commando's, waarvan het merendeel van de bevelhebbers de benen nam voor de oprukkende troepen.

Hezbollah mag dan niet onoverwinnelijk zijn, deze groepering is in ieder geval anders. Hezbollah is wreed, toegewijd, maar vooral uit de streek zelf afkomstig. De groepering kan dan wel - tot constante ergernis van Israël - vanuit Iran geleid en via Syrië bevoorraad worden: ze wortelt in Libanon en pretendeert het territorium van dit land te beschermen.

Derek Brown

De auteur is correspondent van The Guardian in Jeruzalem.

The Guardian/de Volkskrant

Vertaling: José van Zuijlen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden