Israël is de hoop voor de moslimwereld

Als de moslimwereld het bestaan van Israël moet accepteren, dwingt haar dat tot nederigheid, wat de eerste voorwaarde is voor democratie, betoogt Spengler....

De staat Israël is voor de islamitische wereld de laatste en de beste kans om aansluiting te vinden bij de moderne wereld.

Op de ministeries van Buitenlandse Zaken in het Westen gaat men er doorgaans van uit dat de betrekkingen met moslims zonder de lastige aanwezigheid van de Joodse staat een stuk eenvoudiger zouden zijn. Maar het tegendeel is waar. De Israëlische aanwezigheid op het grondgebied van de oude Joodse staat, in het land dat ooit tot het Huis van de Islam behoorde, vormt het enige sprankje hoop voor de toekomst – juist omdat die aanwezigheid als een vernedering wordt ervaren.

Het westerse beleid is erop gericht de islamitische gevoeligheden zoveel mogelijk te ontzien. Dat is een dwaling van de eerste orde, omdat die gevoeligheden de islamitische wereld er nu net van weerhouden om moderne staten te vormen. De islam heeft zelf niet de middelen om de voorwaarden te scheppen voor een democratie in westerse zin.

Vrije verkiezingen brengen in moslimlanden nogal eens fanatieke despoten aan de macht. Waarom zou dat zo zijn? Het belangrijkste beginsel van de westerse democratie – dat ook de rechten van de zwakste en meest verachte burgers onaantastbaar zijn – stoelt op het joods-christelijke idee van goddelijke nederigheid. De schepper van het universum lijdt letterlijk met zijn schepsels mee en houdt misschien nog wel het meest van de zwakken en hulpelozen, iets wat ondenkbaar zou zijn in de islam. De islam kent het idee van nederigheid niet, en dat kan in moslimlanden dus alleen van buitenaf worden ingevoerd.

Democratie in de moderne vorm bestaat vrijwel uitsluitend in christelijke (en, in het enkele geval van Israël, joodse) landen. De representatieve democratie floreert bij de gratie van de joods-christelijke beleving van goddelijke liefde, doordat in navolging van God de rechten van de zwakken en hulpelozen worden gerespecteerd.

Zelfs binnen de gematigde islam is het principe van een rationele ordening van het universum onbekend. Allah zelf verordonneert persoonlijk alle gebeurtenissen, van de allerkleinste tot de allergrootste. De moslims onderwerpen zich aan Allah, de absolute transcendente heerser van het universum, in ruil voor zijn genade en goede werken. Daarom staat voorspoed centraal in het moslimgeloof. De islamitische oproep tot het gebed begint dan ook zo:

‘Allah is de grootste,

Ik getuig dat er geen God is dan Allah.

Haast je naar het gebed.

Haast je naar de voorspoed.’

De aansporing om ‘de andere wang toe te keren’ is in de Koran niet te vinden, net zo min als de gedachte dat je iets van een nederlaag zou kunnen leren. Iets als het boek Klaagliederen, waarin Jeremia volgens de overlevering zijn beklag doet na de val van Jeruzalem, zou in de islam onbestaanbaar zijn. Jeremia houdt het verslagen Israël voor: ‘Goed is het in stilte te wachten, te wachten op hem, op bevrijding. Goed is het te leren dragen, van jongs af aan. (...) Laten we de wang aanbieden als we geslagen worden, tot we doordrenkt zijn van leed.’

De woorden ‘nederig’ en ‘nederigheid’ komen zelden voor in de Koran, en als ze er al in staan (7:206 en 17:109), verwijzen ze niet naar moslims, maar naar joden of andere onderworpen volkeren. Zoals in: ‘Wenend vallen zij (de kinderen van Israël) op hun aangezicht neer, en het vermeerdert hun nederigheid,’ of in: ‘Wij hebben reeds gezanten gezonden onder de volkeren die vóór u bestonden, en hebben hen door onrust en tegenspoed bedroefd, opdat zij zich zouden vernederen.’ Wel wordt hier en daar verwezen naar de deugd van nederigheid jegens Allah, maar nergens staat dat het goed is om nederig te zijn tegenover andere mensen.

In de islamitische schrift staat niets wat zelfs maar in de buurt komt van Hanna’s dankwoord aan de Heer (1 Samuel 2:8): ‘Hij beurt de zwakke op uit het stof; Hij haalt de arme weg van de asbelt en geeft hem een plaats bij de groten; een erezetel wijst hij hem toe.’

De Joodse staat wordt door zijn bewonderaars geprezen als een voorbeeld van democratie in het Midden-Oosten. Of dat terecht is of niet, is voor de moslims niet van belang. Democratie is geen proces dat je aan de hand van een voorbeeld kunt leren, zoals watermanagement of wegenbouw. Het is een systeem dat je al dan niet omarmt, en dat is een existentiële keuze. Voor de moslimwereld telt het niet dat Israël een goed functionerende democratie is in het Midden-Oosten, alleen dat Israël het Huis van de Islam heeft vernederd.

Omdat voorspoed zo’n belangrijke rol speelt in de belofte van de islam, en omdat de boodschap van de Joodse schrift door de heroprichting van de Joodse staat in zijn historische territorium – met inbegrip van zijn oude hoofdstad – wel is uitgekomen en die van de Koran niet, vormt Israël een existentiële uitdaging aan de moslimwereld.

De moslims zullen de permanente aanwezigheid van Israël alleen onder dwang accepteren. Maar dat slechte nieuws is in dit geval meteen het goede nieuws, want als de moslimwereld het bestaan van Israël moet accepteren, is de collectieve vernedering zo groot dat nederigheid automatisch een plaats krijgt in het islamitische politieke leven. Het beste wat de westerse regeringen kunnen doen om de democratie in de moslimwereld te bevorderen, is dus hun ambassades naar Jeruzalem te verhuizen.

Het bestaan van de staat Israël heeft een cruciale rol gespeeld bij de christelijke evangelisatie, vooral in Afrika. Afrikaanse christenen nemen de Hebreeuwse geschriften heel serieus, zoals Philip Jenkins schreef in zijn recente boek over de Bijbel in het Zuiden (The New Faces of Christianity: Believing the Bible in the Global South). Aan het feit dat God zijn belofte aan de afstammelingen van Abraham kennelijk gestand heeft gedaan, ontlenen ze het vertrouwen dat dat ook zal gebeuren met de belofte van het Nieuwe Testament aan de christenen. En als het christelijke geloof daardoor sterker wordt, moet er wel twijfel rijzen bij de moslims. De nederigheid die nu eenmaal bij twijfel hoort – inzien dat de ander ook weleens gelijk zou kunnen hebben – is de eerste voorwaarde voor democratie.

Een mogelijke reactie van de moslimwereld op de vernedering zou kunnen zijn dat men zich minder snel gaat voortplanten. In Iran is de vruchtbaarheid al onder het cijfer gezakt dat nodig is om de generaties te vervangen (Forum, 24 april 2007). Maar zelfs als een dergelijke ontwikkeling het resultaat zou zijn, is dat nog altijd beter dan het alternatief, namelijk een geweldsexplosie die de rest van deze eeuw zal voortduren.

De heilloze poging van Washington om de islamitische wereld te democratiseren, is misschien wel het domste idee uit de geschiedenis van de buitenlandse politiek. Het begon eind jaren zeventig met Jimmy Carter, die ayatollah Khomeiny steunde in diens strijd tegen de sjah van Perzië. En het zou weleens kunnen eindigen met gelijktijdige burgeroorlogen in Irak, Pakistan, Turkije, Libanon en de Westelijke Jordaanoever. Als dat scenario uitkomt, krijgen we Rwanda, maar dan duizend keer zo erg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden