Israël heeft recht op inlevingsvermogen Europa

De kritiek op de Israëlische vergeldingsacties tegen de Palestijnen gaat voorbij aan het moeizame karakter van het vredesproces. Volgens Henk Haenen bezigen Van Dam, Nauta en Schuyt de taal van aanklagers zonder historisch besef en inlevingsvermogen....

Henk Haenen

WAT opvalt in de hernieuwde discussie over de politiek van vergelding van de huidige Israëlische regering is het tekort aan historisch besef. Het bijna-akkoord tussen Barak en Arafat onder leiding van Clinton liep stuk op de status van Jeruzalem. Barak stak zijn nek ver uit; het aanbod was het maximaal haalbare, gegeven Baraks achterban en de sterk verdeelde Israëlische maatschappij. Niet Barak zei 'nee', maar Arafat.

In de geschiedenis komen unieke momenten voor - en dit mogelijke vredesakkoord was zo'n moment. Helaas werd die kans gemist, kostte het Barak zijn politieke carrière, de Arbeiderspartij de verkiezingswinst en werd de basis weg onder het vredesproces weggeslagen.

Premier Sharon is een andere weg ingegaan. Hij marginaliseert de betekenis van de overeenkomsten van Oslo. Die bewuste keuze werd mogelijk door het deficit van de vredeskoers. Los van de beoordeling van de huidige politieke vergeldingsacties en het ontbreken van enig perspectief in maatschappelijk en economisch opzicht voor de Palestijnen, gaat het niet aan het historisch traject van vallen en opstaan in een ongelooflijk moeilijk vredesproces terzijde te laten. Natuurlijk noemen Marcel van Dam, Lolle Nauta en Kees Schuyt enkele historische feiten. Maar feiten zijn geen processen. Begrip opbrengen voor een historisch gegroeide situatie betekent inleving in de daarbij behorende objectieve én subjectieve beweegredenen.

De koers die Rabin in de jaren negentig moedig uitzette, die door Netanyahu van alle kanten werd gefrustreerd en door Barak in een soort wanhoopsoffensief weer werd opgepakt en geradicaliseerd, is verlaten. Ontgoocheling, fatalisme en boosheid overheersen in Israël omdat een politiek van risico's nemen niets opleverde, behalve teleurstelling en een toenemend gevoel van onveiligheid.

Wanneer Van Dam, Nauta en Schuyt de regering-Sharon langs de politiek-ethische lat van een volwaardige democratie leggen, dan zijn zij niets minder en niets meer dan consequent. Zij vatten daarbij echter de huidige situatie te veel op als actualiteit zonder geschiedenis. Zij laten zich te veel zien als rationalistische filosofen, op de bres staand voor democratische waarden en opvattingen, en te weinig als inlevende historici met oog voor pluriformiteit, verschillen en complexiteit.

In het voetspoor van de Canadese filosoof Charles Taylor wil ik pleiten voor een combinatie van het historische inlevingsvermogen van de Romantiek met de universele uitgangspunten voor politiek en maatschappij zoals die door Franse Verlichtingsfilosofen en Immanuel Kant zijn geformuleerd. Een eenzijdige oriëntatie op de rationele logica vertekent het beeld en maakt een rechtvaardige beoordeling onmogelijk.

Wat kunnen deze overwegingen voor de houding van westerse landen ten aanzien van het Midden-Oosten betekenen? In de eerste plaats - en hiermee stem ik in met de strekking van de visie van Leon de Winter - is een eis van ethische democratische waarden pas echt overtuigend wanneer dit consequent gebeurt voor alle landen van het Midden-Oosten.

Een vergoelijkend beroep op specifieke of tijdelijke maatschappelijke, culturele of andere omstandigheden voor landen die Israël omringen, is inconsequent. Het betreft immers universele waarden, los van tijd of plaats. Een meer historiserende benadering van het onverantwoord harde terugslaan van de regering-Sharon biedt rationeel geen andere uitkomst, maar qua overtuigingskracht wint deze op een beslissend punt: subjectieve betrokkenheid.

In de tweede plaats slaat de oproep tot een economische boycot van Israël - Van Dam verbreekt het zwijgen - de plank mis. Israël en de Palestijnen laten zich hier niet vergelijken met het blanke regime en de onderdrukte zwarte bevolking in Zuid-Afrika ten tijde van de apartheid. Israël is een democratische staat met grondwettelijke rechten voor alle, ook Palestijns-Israëlische burgers.

Dat het laatste niet automatisch resulteert in enigszins vergelijkbare sociaal-maatschappelijke posities, laat de geschiedenis van de VS zien, waar staatsrechtelijke gelijkheid in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw met succes werd 'bevochten', maar waar maatschappelijk gesproken nog een lange weg van emancipatie in het verschiet lag en nog ligt. Om de politieke en maatschappelijke verheffing van de Palestijnen buiten en binnen Israël te bevorderen zijn tijd, investeringen en inlevingsvermogen nodig. Een investering in een 'economisch nee', met de nadrukkelijke lading van een zware internationale politieke veroordeling van Israël, zie ik als een even ineffectieve als heilloze stap. De politieke en economische positie van Israël is op een uitermate ingewikkelde wijze verweven met mondiale netwerken. Een gerichte economische boycot is daarom eenvoudiger afgekondigd dan uitgevoerd.

Bovendien, en daar wil ik de nadruk op leggen, zal een boycot defensieve reacties opwekken en zullen vredesgroeperingen in Israël eerder in een nationalistische reflex schieten dan dat zij vredesinitiatieven, tegen 'beter' weten in, ontplooien. Hernieuwde vredesinitiatieven vanuit het volk zijn een bittere noodzaak, niet vanwege direct te verwachten resultaten maar eenvoudig omdat het de enige weg naar duurzame vrede en welvaart is.

Indien westerse regeringen en maatschappelijke organisaties met economische projecten en onderwijs steunen, die een economische en intellectuele samenwerking tussen Palestijnen en Israëli's beogen, dan brengt het Westen het noodzakelijk geduld op dat de geschiedenis met haar moeizame veranderingsprocessen, zoals burgerlijke en maatschappelijke emancipatie, vergt. Israël kampt met enorme interne maatschappelijke, politieke en sociaal-economische spanningen. Een voortdurende, maar kritische steun, juist aan Israël én de Palestijnen laat zich niet met het 'nee' van een afwijzing maar slechts met het 'ja' van een toewijzing verenigen.

Het gaat uiteindelijk om de toon waarop Van Dam, Nauta en Schuyt hun visie op de problemen in het Midden-Oosten uitdragen. Het is de taal van de aanklager zonder voldoende Europees historisch besef. En hiermee doel ik niet in eerste instantie op de shoah, maar op de negentiende en twintigste eeuw van Europese oorlogen waarin geen enkel militair middel werd geschuwd om de 'internationale orde te handhaven'.

Wanneer er wordt gesproken over een economische boycot, dan kan ik mij dit alleen realistisch voorstellen als een Europese aangelegenheid. Heeft Europa, dat nog maar nauwelijks zijn harde militaire geschiedenis te boven is, een soort historisch recht democratie en beschaving af te dwingen? En wat te denken van de massale joodse emigratie vanuit Rusland naar Israël tijdens vele decennia van de vorige eeuw? Met de terecht geroemde glasnost en perestroika van Gorbatsjov hield het traditionele antisemitisme in Rusland, in de Oekraïne en andere nieuwe nationale staten als een boom met giftige vruchten hardnekkig stand. Israël bood aan deze politiek-maatschappelijke vluchtelingen ruimte.

Moet de kritiek op Israël, op de Palestijnen en andere volken in het Midden-Oosten vanwege onze eigen daden en structuren van geweld verstommen? Integendeel, maar kritiek vanuit historisch medeleven is van een andere orde dan kritiek vanuit de positie van de objectiverende buitenstaander.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden