‘Israël heeft overwinning verspeeld’

Youssef Ibrahim..

Van onze medewerker Diederik van Hoogstraten

NEW YORK Eindelijk kreeg Youssef Ibrahim dan toch opdracht om naar de sportclub in Caïro te gaan, zijn wapens op te halen en af te reizen naar het front. ‘Dat was opwindend. We waren er klaar voor’, zegt de Amerikaan van Egyptische afkomst, destijds 23 jaar en strijdlustig.

Het was juni 1967. De strijd met Israël was begonnen. Ibrahim was hoofd van de Arabische Socialistische Unie en bovendien verantwoordelijk voor het rekruteren van nieuwe soldaten.

Dat hij zelf voorop zou lopen in de oorlog, stond vast. ‘Maar toen we ons gereed maakten, zagen we de eerste soldaten terugkeren. Stil en verslagen.’ Hij zucht. ‘Een trieste dag.’

Inmiddels is Ibrahim – geboren als christen en nu agnost – politiek columnist van het dagblad The New York Sun. Lange tijd schreef hij over het Midden-Oosten voor The New York Times en andere media. Hij bracht jaren door in de regio en in Europa. Hij sprak de extremisten en hervormers, de onderdukkers en onderdrukten.

De Council on Foreign Relations, een liberaal georiënteerde denktank in New York, trok hem in 2002 aan als senior fellow for Middle East Affairs. Een jaar later stichtte hij zijn eigen adviesfirma, in Dubai.

Veertig jaar na die ontluisterende voorjaarsdag woont de schrijver in New York, en zijn oordeel is niet mild. De Arabische landen, de fundamentalistische moslims, Israël, de Verenigde Staten – iedereen krijgt ervan langs.

Maar de belangrijkste boosdoener is niet het zionisme, noch het Westen of Amerika. In zijn columns en tijdens een gesprek komt Ibrahim steeds terug op het inherente gevaar van het fundamentalisme en de intolerantie in de islamitische wereld, een gevaar dat hij al vroeg onderkende en snel heeft zien groeien.

Voor de toekomst van Europa en Amerika is bovendien een aanpalend gevaar bijna even groot, zegt hij. ‘De politiek-correcte elite die doet alsof er niets aan de hand is.’

Eerst maar Israël, daar is de columnist snel mee klaar. ‘Zeker, ze hebben de overwinning verspeeld. Als Israël in 1968, 1969 handreikingen had gedaan en een vredesplan had voorgesteld, dan was er brede steun onder de Palestijnen geweest voor vrede.’ Toen er in 1993 eindelijk een goed voorstel kwam in Oslo, was het te laat. ‘Het is academisch geworden.’

Ibrahim heeft verwondering in zijn stem. ‘Israël had geen idee dat het zo’n overwinning voor elkaar kon krijgen. Ze maakten zich juist zorgen dat ze van de kaart zouden worden geveegd.’ De snelle, totale overwinning maakte de Israëliërs ‘dronken van macht’, zegt hij. ‘Het is alsof ze permanent een antidepressivum slikken. Alle angsten zijn weg. En nu heb je niet genoeg helder denkende mensen die zien dat je de Palestijnen onmogelijk permanent kunt onderdrukken.’

Het gaat hem niet om de vraag of Israël bestaansrecht heeft – ‘natuurlijk wel’ – maar om de vraag hoe de twee volkeren kunnen samenleven. Een kwestie die volgens hem extra gecompliceerd wordt door de Palestijnse psychologie. ‘Hun situatie bestaat uit wanhoop. Daar is de verheerlijking van de dood uit voortgekomen. De droom van elke Palestijn is nu om als martelaar te sterven.’

De westerlingen die denken dat ‘een goed gesprek’ met de dictators in Iran en Syrië zinvol kan zijn, wil Ibrahim graag uit de droom helpen. Hij twijfelt er niet aan dat deze landen juist een strategisch belang hebben bij het gaande houden van het conflict. Voor de machthebbers in Teheran is Hezbollah een instrument van het buitenlandse beleid.

Hetzelfde is het geval met de steun van de conservatieve krachten voor Hamas. ‘Denk niet dat het lot van het Palestijnse volk hen wat kan schelen’, zegt hij. Iran en Syrië zullen zelf niet snel de strijd met Israël aangaan. Daarvoor zit de angst voor de Israëlische militaire macht te diep, betoogt Ibrahim.

‘Maar ze gaan wel door tot de laatste Palestijn. Noem je dat hulp? Het is uitbuiting! De houding is: wij zullen overwinnen – en wel via de Palestijnen.’

Nog een misvatting die Ibrahim wenst te weerspreken: ‘De meeste Arabieren zullen dit niet toegeven, maar zij zien Israël niet als het grootste probleem. Zeer weinig Arabieren geloven dat al hun problemen zullen verdwijnen als dat gedoe met de Joden eens ophoudt.’

Vanzelf komt hij op de ‘bearded guys’, de bebaarde mannen die vaak in zijn columns opduiken. ‘De zeer conservatieve moslims die de regeringen in Egypte, Jordanië, Saudi-Arabië en ook Irak omver willen werpen – daar schuilt het gevaar, en de meeste mensen in de Arabische landen weten dit.’

Het is een probleem zonder grenzen geworden. Ibrahim vreest dat zich ook in Nederland het einde van de tolerantie, de democratische vrijheden, de scheiding van kerk en staat kan aandienen.

Ibrahim: ‘De vraag is niet wanneer we onder vuur komen van de fundamentalisten. Op dat punt zijn we al aangeland. De vraag is wat we eraan doen. Progressieve Nederlanders, Europeanen en Amerikanen móeten inzien dat ze gebruikt worden. Moslims maken misbruik van de openheid. Kleine invasies zijn het.’

Na jaren van onderzoek en zelfonderzoek trekt hij een trieste conclusie. ‘Ik kom erop uit dat de islam wel degelijk het probleem is. Ik heb goede vrienden die moslim zijn. Mijn progressieve vrienden roepen dat het absoluut niet de islam zelf is. Maar dit geloof beschouwt zichzelf als superieur. Zo van: “Wij zijn beter. De anderen zijn ongelovigen. Christenen zijn apen en Joden zijn varkens”. Dat zit diep in de islam.’ Daarom zegt hij nu: ‘Ik ben het gaan zien als een ideologie waartegen je je teweer moet stellen. Ik bestrijd het indammen van de vrijheid.’

In de aanloop naar de oorlog in Irak was Ibrahim een vroege tegenstem. Nu zegt hij: ‘Amerika kan druk uitoefenen op bevriende regeringen om zich te wapenen tegen het voortschrijdende fundamentalisme.’ Hij vreest een ‘negatief domino-effect’ van landen die ten prooi vallen aan extremisten. ‘Kijk naar Somalië. Beangstigend.’

Ibrahim was vaak een zeldzame kritische stem toen hij, vele jaren geleden, kritiek leverde op fundamentalisten zoals Hezbollah. ‘Maar nu worden de heersers en de bebaarde kerels door zeker twintig procent van de opinieleiders kritisch bekeken.’

Hij voelt zich niet meer alleen. ‘Er is nu volop kritiek en debat. Daar ben ik blij mee.’ Met de bedreigingen leeft hij, noodgedwongen en welgemoed. ‘Dat kent elke criticus van de islam.’

Gevraagd of er intussen hoop valt te ontwaren in Jeruzalem en omstreken, lacht Ibrahim. ‘Israël is gek van de macht. De Palestijnen zitten vast in de rituelen van de dood. Het lijkt me duidelijk dat dit hopeloos is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden