Israël: critici zijn wereldvreemd

In Israëlische ogen staat strikte naleving van de Conventies van Genève het verdedigen van de eigen burgers tegen terroristen in de weg....

JERUZALEM De Israëlische premier Netanyahu dreef enkele dagen geleden de discussie over het ‘Goldstone-rapport’ op de spits. ‘Staat u aan de kant van Israël, of aan de kant van de terroristen?’, hield hij de Algemene Vergadering van de VN in New York voor. In zijn redenatie verwoordde hij scherp de Israëlische gevoelens.

‘Wij – mijn volk, mijn land – worden beschuldigd van oorlogsmisdaden? En waarom? Omdat we de verantwoordelijkheid hebben genomen onszelf te verdedigen. Wat bespottelijk! ()

‘De geschiedenis kent maar één voorbeeld van duizenden raketten die zijn afgevuurd op de burgerbevolking van een land: toen de nazi’s de Britse steden bestookten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

‘De geallieerden hebben toen Duitse steden platgegooid, met honderdduizenden slachtoffers tot gevolg. Israël heeft ervoor gekozen anders te reageren. Geconfronteerd met een vijand die een dubbele oorlogsmisdaad pleegt, door zich te verschuilen tussen burgers en raketten af te vuren op burgers, koos Israël voor chirurgische aanvallen tegen raketschutters.’

De Israëlische regering verwijt haar critici wereldvreemdheid. Het dilemma is complex: hoe te reageren op aanhoudende raketbeschietingen door Palestijnse milities vanuit de dichtbevolkte Gazastrook? Het antwoord laat zich niet vangen in statistieken met honderden burgerdoden, of door getuigenissen van Palestijnen langs de meetlat te leggen van de Conventies van Genève.

Het is in Israëlische ogen zelfs de vraag of strenge naleving van de conventies – in 1949 opgesteld na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog – nog van deze tijd is. De asymmetrische dreigingen van Hezbollah en Hamas vragen om onorthodoxe middelen.

Generaal-majoor Gadi Eisenkot zei in 2008 in de Israëlische media: ‘Wat er in 2006 met de wijk Dahaniya in Beiroet is gebeurd, zal gebeuren met elk dorp vanwaaruit Israël wordt beschoten. () We zullen er disproportioneel geweld tegen gebruiken en grote schade en verwoesting aanrichten. Ons standpunt is dat dit geen dorpen zijn, maar militaire bases. Dit is geen aanbeveling. Dit is een plan. En het is goedgekeurd.’

In een paar zinnen worden hier de pijlers onder de Vierde Conventie van Genève – het principe van proportionaliteit en het principe van onderscheid tussen burgers en strijders – aan het wankelen gebracht.

Toch roemt de Israëlische defensietop de eigen troepen steeds als ‘het moreel zuiverste leger ter wereld’. Er is een ‘ongekende’ inspanning gedaan om Palestijnse burgers in Gaza buiten schot te houden. Met tienduizenden strooibiljetten en telefoonberichten zijn Gazaanse burgers gemaand een goed heenkomen te zoeken. Het leger ‘betreurt ten zeerste’ dat toch burgers zijn omgekomen. Maar de militairen treft geen blaam. Het is steeds Hamas dat die burgers in het schootsveld positioneerde.

Het doet denken aan de ‘free fire zones’ die het Amerikaanse leger 40 jaar geleden in Vietnam instelde, schrijven de filosofen Avishai Margalit en Michael Walzer in The New York Review of Books. ‘In zulke gevallen zijn er altijd burgers die niet vertrekken, ondanks herhaalde waarschuwingen – omdat ze oud en ziek zijn, () of bang zijn dat hun huizen worden geplunderd, of omdat ze geen plek hebben om naartoe te gaan.’

Het inzetten van overweldigende vuurkracht na het waarschuwen van burgers moet volgens Margalit en Walzer worden ingeruild voor een aanpak waarbij het leger soldaten extra risico laat lopen om het leven van burgers te beschermen.

Dus niet de luchtmacht invliegen om een scherpschutter op het dak van een huis uit te schakelen; waarbij ook alle bewoners onder het puin verdwijnen. Maar soldaten de scherpschutter laten naderen – met de kans onderweg te worden geraakt – en van dichtbij uitschakelen. ‘Het maakt de wereld duidelijk’, schrijven ze, ‘wie de terroristen zijn, en wie de tegenstanders van de terroristen zijn.’

Met vuurkracht hoopte Israël de eigen troepen in de Gazastrook te beschermen tegen dood, verwonding of ontvoering. Het was een les van de Libanonoorlog van 2006, toen het thuisfront in alle staten raakte door tientallen bodybags. Het plaatste de democratisch gekozen Israëlische regering voor een tweede dilemma: wat te doen als kiezers het kabinet wel afrekenen op tientallen dode soldaten, maar er geen moeite mee hebben wanneer honderden burgers in Gaza om het leven komen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden