Islamitische familiegeschillen in Griekenland niet langer afgehandeld door shariarechtbank

Premier Tsipras spreekt van een historisch besluit

Kan de sharia zwaarder wegen dan het burgerlijk wetboek? Niet langer in Griekenland. Het Griekse parlement heeft een ruim negentig jaar oude regeling geschrapt, die bepaalde dat familiegeschillen tussen moslims werden afgehandeld door een islamitische rechtbank.

Griekse premier Alexis Tsipras Foto afp

Volgens een nieuwe wet is het voortaan de burgerlijke rechter die uitspraak doet over kwesties als erfrecht, scheiding en huwelijk. De sharia, de islamitische wet, kan alleen een rol spelen als alle betrokkenen daarmee instemmen. In dat geval wordt als vanouds een islamitische rechtbank ingeschakeld, voorgezeten door een door de staat benoemde mufti, een moslimgeestelijke.

Premier Alexis Tsipras sprak dinsdagavond van een 'historische' beslissing. Volgens minister van Onderwijs Constantine Gavroglou maakte de oude regeling sommigen tot 'tweederangs burgers' en krijgen alle Grieken nu gelijke rechten. Alle politieke partijen stemden voor het voorstel, behalve de extreemrechtse Gouden Dageraad, die vindt dat de nieuwe wet niet ver genoeg gaat.

De nu afgeschafte wet was speciaal bedoeld voor de islamitische minderheid in de oostelijke, aan Turkije grenzende regio Thracië. Daar wonen ruim 100 duizend voor het merendeel Turks sprekende moslims.

De shariaregeling stamt uit de tijd na de Eerste Wereldoorlog, toen door het instorten van het Ottomaanse rijk nieuwe grenzen moesten worden getrokken tussen Griekenland en Turkije. Veel Turken trokken naar Turkije, maar een deel bleef in Griekenland en verwierf volgens het Verdrag van Lausanne (1923) bepaalde minderheidsrechten.

De wetswijziging werd gestimuleerd door een zaak die bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is aangespannen door een islamitische weduwe, de nu 67-jarige Molla Salli. Haar bijna tien jaar geleden gestorven man had zijn bezittingen per testament aan zijn echtgenote nagelaten. Dit werd door zijn twee zusters aangevochten bij de rechter, met het argument dat de shariarechtbank moet beslissen over erfenissen van moslims, niet de overledene.

Aanvankelijk kreeg de weduwe gelijk, maar in laatste instantie koos de beroepskamer van het Griekse hooggerechtshof partij voor de zusters: de erfkwestie werd in 2013 in handen gelegd van de mufti's. Daarop wendde Salli zich tot het mensenrechtenhof in Straatsburg.

Het hof heeft de zaak op 6 december behandeld. Een uitspraak wordt binnen enkele maanden verwacht. Volgens de advocaat van Salli heeft de regering van premier Tsipras de nieuwe wet vooral ingediend om een terechtwijzing door het Europese hof te voorkomen. Een uitspraak ten gunste van zijn cliënt 'is, zoals iedereen weet, onvermijdelijk', zei hij tegen persbureau AFP.

De kwestie is ook politiek gevoelig omdat ze raakt aan de betrekkingen tussen Turkije en Griekenland. Aantasting van de speciale rechten van de Turkse minderheid in Griekenland valt slecht bij de Turkse regering. Premier Recep Tayyip Erdogan bezocht de Turken in Thracië vorige maand. Overigens kent Turkije zelf geen shariarechtspraak, ook niet voor familiegeschillen.

De Britse mensenrechtenorganisatie Christian Concern, die zich als belanghebbende in de zaak bij het Europese hof heeft gevoegd, noemt de kwestie van belang voor heel Europa, omdat shariarechtbanken in meer landen bestaan. In het Verenigd Koninkrijk zouden er ruim 85 actief zijn. 'Een uitspraak op dit niveau dat de sharia zwaarder kan wegen dan het burgerlijk recht, zou een alarmerend precedent zijn voor alle 47 lidstaten van de Raad van Europa', aldus de website van de organisatie.

Meer over