Islamitisch leren zonder filosoferen

Wat beweegt salafistische jongeren tot het brengen van offers ter wille van de ‘zuivere’ islam? Patrick Pouw en Martijn de Koning verkenden de denkwereld van deze jonge gelovigen....

Onderzoeksjournalist Patrick Pouw volgt een jaar lang een cursus bij de salafistische jongerenprediker Suhayb Salam, directeur van het islamitische Instituut voor Opvoeding en Educatie. Op 30 oktober 2006 schuift hij voor het eerst aan bij de lessen die Suhayb geeft in een morsig leslokaaltje op een Utrechts bedrijventerrein. Pouw wordt gedreven door nieuwsgierigheid naar ‘het ware gezicht’ van orthodoxe moslims in Nederland.

Wat beweegt jonge, veelal in Nederland geboren moslims om achter de denkbeelden te staan van salafistische imams als Fawaz Jneid (van de Haagse As Soennah-moskee) en Suhaybs vader Ahmed Salam (die in 2004 de hand weigerde van toenmalig minister Verdonk van Integratie)?

De jongeren zijn op zoek naar de ware islam, ontdekt Pouw. Voor velen is dat een moeizame zoektocht, want de ‘zuivere islam’ vergt nogal wat van moslims in een seculiere omgeving. Ze moeten zich overgeven aan een compromisloze, rechtlijnige uitleg van de islamitische bronnen. En proberen te leven naar het voorbeeld van de profeet Mohammed en zijn overleveraars (Salaf). Opvattingen van 1400 jaar geleden botsen nogal eens met een leven in modern Nederland, waar kerk en staat gescheiden en de meeste vrouwen geëmancipeerd zijn.

Pouw leert ‘islamitisch leren’, dat wil zeggen ‘leren zonder te filosoferen’. De uitleg van Suhayb moeten hij en zijn medeleerlingen zo letterlijk mogelijk overnemen. Hij leert dat het leven geen pretje mag zijn, maar één groot examen is in het onderwerpen aan Allah. En die heeft een ieder opgedragen kennis te vergaren, over de ‘zuivere islam’ uiteraard. In hun leven is geen plaats voor liberale moslims en al helemaal niet voor ongelovigen. Die dienen te worden gehaat.

Pouw constateert dat Suhayb geregeld met twee tongen spreekt. In zijn lessen toont hij zich veel radicaler dan in zijn publieke optredens. Het is Suhaybs bedoeling in drie jaar tijd zo’n 150 jongeren klaar te stomen voor dawa (werven voor de islam). Die moeten in Nederland de boer op met hun ‘superieure’ geloof.

Na een jaar verlaat Pouw de cursus, vooral omdat hij die haatprediking niet meer kan verdragen, maar ook omdat hij niet langer kan veinzen dat hij zich ooit zal bekeren. Na het verschijnen van zijn boek wordt Pouw zelf geconfronteerd met de twee tongen van zijn leermeester. In diverse media neemt Suhayb afstand van het boek. Dat moslims ongelovigen moeten haten is volgens Suhayb opgeschreven uit ‘sensatiezucht’.

Pouws relaas komt echter waarheidsgetrouw over. Hij doet neutraal verslag van wat hij waarneemt, waakt voor morele oordelen. Zijn verhaal komt op veel punten overeen met eigen onderzoek van de Volkskrant naar salafistische imams, jongeren en moskeeën.

Jammer is dat Pouws onderzoek grotendeels beperkt blijft tot wat zich in het klaslokaal en (soms) in de moskee afspeelt. De jongeren die hij daar spreekt doen hun uiterste best om zich naar Suhaybs lessen te plooien, maar ze worstelen ook met de conclusies die ze uit diens leer dienen te trekken. Hun moeder of buurman haten, niet roken, werk en school lager waarderen dan de islam. Pouw observeert de worsteling, maar komt niet dichter bij een antwoord op de vraag waarom jongeren zich aangetrokken voelen tot de islam.

Antropoloog Martijn de Koning doet dat wel. In zijn boek Zoeken naar een ‘zuivere’ islam onderzocht hij tussen januari 1999 en juni 2005 hoe Marokkaans-Nederlandse jongeren in Gouda hun religieuze identiteit vormen. Als huiswerkbegeleider in moskee An Nour kwam hij met hen in contact.

Hoewel de studie geen nieuwe inzichten biedt, zet De Koning hun zoektocht in een maatschappelijke context. Sinds 2001 (de aanslagen van 11 september, de moord op Theo van Gogh) worden jongeren voortdurend op hun moslim-zijn aangesproken. In reactie daarop proberen zij te achterhalen hoe er in de islamitische tradities wordt gedacht over niet-moslims.

Duidelijke antwoorden vinden zij in het salafisme, dat afwijkt van het door de Marokkaanse cultuur beïnvloede geloof van hun ouders. De Koning beschrijft dat generatieconflict aan de hand van de komst van een nieuwe imam naar de Goudse moskee. Die is vooral populair onder jongeren. Volgens de oudere mannen uit het moskeebestuur houdt deze imam te weinig rekening met de situatie in Nederland. De jongeren vinden dat dat ook niet hoeft: er is maar één waarheid (de ‘zuivere’ islam), die moet worden nageleefd.Janny Groen

Annieke Kranenberg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.