Islam Karimov, de redder van Centraal-Azië

In het hart van de Oezbeekse hoofdstad, op een sokkel van rood graniet die tot 1991 vroeger de beeltenis van Lenin heeft gedragen, staat een monument dat de nieuwe staatsideologie moet verbeelden....

Islam Karimov, sinds 1991 president en alleenheerser, ziet voor het land een rol weggegelegd als regionale grootmacht in het hart van Azië. Vanaf huizenhoge portretten langs de wegen, vanaf de voorpagina van 'de Pravda van het Oosten' en avond aan avond vanaf het tv-scherm houdt hij zijn volk voor dat Oezbekistan is voorbestemd voor een 'glorieuze toekomst'.

Karimov werpt zich op als de sterke man - de enige die het overal oprukkende moslimfundamentalisme kan keren. Bij het militante Afghanistan, het door krijgsheren opgedeelde Tadzjikistan en het brave maar zwakke Kirgizië steekt het Oezbekistan van Karimov inderdaad af als 'een oase van rust'.

Hoe lang nog? Onder leiding van Dzjoeman Chadzjijev, een Sovjet-veteraan die zich tot de islam heeft bekeerd en de nom de guerre Dzjoeman uit Namangan heeft aangenomen, proberen moslimguerrillastrijders vanuit het zuiden en oosten over de hoge bergpassen Oezbekistan binnen te dringen. Vanuit hun bases in Afghanistan voeren zij een heilige oorlog om een eind te maken aan het bewind van Karimov en in Centraal-Azië een islamitisch kalifaat te vestigen.

'Centraal-Azië is een frontgebied', legt Arab Koerbanov van het presidentiële Instituut voor Regionale Veiligheid uit. 'Maar Oezbekistan heeft genoeg potentieel om een stabiliserende en bemiddelende rol te spelen in de regio.'

Oezbekistan is aan het veranderen in een vesting. Aan de grenzen legt het leger mijnenvelden en zijn hier en daar hekken onder hoogspanning opgericht. Elke auto wordt door de grenssoldaten doorzocht en alle bagage binnenstebuiten gekeerd.

Karimov is erin geslaagd de dominotheorie te verkopen aan Washington en Moskou. Als Oezbekistan valt, zullen de rest van de Centraal-Aziatische landen volgens de president de een na de ander in handen vallen van de fundamentalisten. De Russische president Poetin en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Albright zijn in 2000 beiden in Tasjkent langs geweest. Het schrikbeeld van 'een boog van instabiliteit' van de Kaukasus tot aan India was genoeg voor de toezegging van politieke samenwerking en militaire hulp.

Maar de Oezbeekse oppositie, mensenrechtenorganisaties en buitenlandse politieke analisten denken dat Karimov het fundamentalistische gevaar gebruikt als excuus om elke vorm van oppositie onmogelijk te maken. Human Rights Watch beschuldigt de Oezbeekse politie en geheime dienst van 'je reinste onmenselijkheid': duizenden mensen zijn opgepakt, gemarteld en na een showproces opgesloten, velen in een concentratiekamp in de zoutwoestijn in het westen van het land.

De autoriteiten hebben driekwart van de moskeeën gesloten en verbieden imams het preken als ze weigeren zich aan Karimovs gezag te onderwerpen. 'Het is een leugen dat we moskeeën hebben gesloten', briest Sjoazim Minovarov, de onderminister van Geloofszaken. 'Ja, als er vijf in één straat waren. Dat is toch onzin? In dat geval hebben we ze gevraagd één moskee in te richten die voldoet aan alle hygiënische normen. Moslims wassen zich voor het gebed, en als een moskee niet goed verwarmd is, kunnen ze verkouden worden.'

De president ('als jullie ze geen kogel door de kop durven jagen, doe ik dat zelf wel') heeft van de klopjacht op de oppositie een nationale obsessie gemaakt. Het bezit van een pamflet met opstandige taal of de gefluisterde tip van een jaloerse buurman is genoeg om te worden aangemerkt als terrorist.

'Die bloedige jakhals!' Matobar Achmedova, een bejaarde activiste en een van de weinige Oezbeken die er openlijk voor uit durven te komen voorstander te zijn van een islamitische staat, laat haar woede over Karimov de vrije loop. Wie haar wil spreken moet ongezien haar huis in het oude centrum van Tasjkent binnenglippen, want bezoekers worden door de politie opgehaald. 'De islam zal een eind maken aan alles wat slecht is', gelooft Achmedova. 'Eerst en vooral aan de dieverij van Karimov en zijn clan.'

Tasjkent is onmiskenbaar hoofdstad van een politiestaat: pleinen als stenen vlaktes, zo weids dat de bombastische monumenten in het midden erdoor in het niet verzinken; zesbaansboulevards waarlangs keurig gekapte secetaresses zich naar hun werk in de ministeries haasten. Op de muren hangen leuzen van de president: 'Vrede, voorspoed en rust zijn onze rijkdommen.'

De façade is dun, zelfs voor een buitenlandse bezoeker. In de lobby van hotel Oezbekistan doen zakenmensen fluisterend hun deals met veel te dikke functionarissen, in de lift ritselt de kruier met dikke beduimelde stapels zwart geld, en in de kamers rinkelt de telefoon en kirt een vrouwenstem: 'You want massage, very special?'

Oezbeken mogen blij zijn als ze tien, vijftien dollar per maand verdienen, en kijken met afgunst naar de nieuwe nomenklatoera die leeft als de pasja's van weleer. Het 'Oezbeekse model' noemt Karimov zijn economische politiek. Die komt erop neer dat de opbrengst van het katoen, dat door de Oezbeken met slavenarbeid wordt geplukt, in de diepe zakken van zijn familie en zijn croonies verdwijnt. Hoeveel geld er in de katoenhandel omgaat weet niemand; de exportcijfers zijn streng geheim.

De constante repressie maakt de kans op een uitbarsting in combinatie met de armoede en corruptie groter in plaats van kleiner. Centraal-Azië-specialist Dmitri Trenin ziet overeenkomsten met het Iran van de sjah. 'Het is een kardinale fout om de bedreiging van de staus quo toe te schrijven aan de vage 'krachten van het internationale terrorisme'. De oorzaak van de problemen ligt dichter bij huis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden