Islam in grondwet splijt Tunesië

De Tunesische grondwet was bijna af, maar staat door de politieke crisis op losse schroeven. Seculieren vallen over een zin die volgens hen een 'achterdeur voor de sharia' is.

TUNIS - De polarisatie in Tunesië over de nieuwe grondwet spitst zich toe op zeven woorden: 'de islam als godsdienst van de staat.' Het zinnetje, uit artikel 141 van de ontwerpgrondwet, is het onderwerp van een principieel debat tussen seculieren en islamisten.


Het debat over de zeven woorden raakt de essentie van de politieke confrontatie die gaande is in Tunesië: het diepe wantrouwen, bij alles wat links en liberaal is, in de ware bedoelingen van de islamisten, tegenover de pogingen van de laatsten om hun religieuze identiteit (en die van het land) te waarborgen in een democratische context.


Aanvankelijk leek die soep bepaald niet heet gegeten te worden. De islamistische partij Nahda had van de sharia geen verkiezingsbelofte gemaakt en liet bij het aantreden van de Assemblée Nationale, de grondwetgevende vergadering, meteen al weten geen behoefte te hebben de sharia in de grondwet op te nemen. De sterke seculiere traditie van Tunesië zou worden voortgezet.


In de Assemblée leek een kamerbrede wil tot consensus te bestaan. In anderhalf jaar werd voortdurend geschaafd aan het ontwerp van de grondwet. Vier maal werd een nieuwe versie gepresenteerd en met elke volgende versie waren er geschilpunten verdwenen. Steeds betrof het aanzienlijke verbeteringen, gezien in het licht van vrijheden en mensenrechten. Dat was mede het gevolg van een 'nationale dialoog'. Maatschappelijke organisaties werden geconsulteerd, burgers konden hun zegje doen over de grondwet.


De islam komt wel in de huidige ontwerptekst voor, maar die passage werd met algehele instemming letterlijk overgenomen uit de grondwet uit 1959 van president Bourguiba, vader van de seculiere republiek. Artikel 1 luidt nog altijd: 'Tunesië is een vrije staat, onafhankelijk en soeverein, zijn religie is de islam, zijn taal is het Arabisch en zijn staatsvorm is de Republiek.'


De zin is dubbelzinnig. Is de islam de godsdienst van de staat? Dat zou op gespannen voet staan met de scheiding van kerk en staat. Of is het de godsdienst van Tunesië, dus van het volk? Dat is een feitelijk juiste, sociologische vaststelling, en het was decennialang de gangbare uitleg.


Afgelopen voorjaar kwam Nahda opeens op de proppen met een nieuwe variant van artikel 141, een opsomming van zaken in de grondwet die onaantastbaar zijn: de republikeinse staatsvorm, het civiele karakter van de staat, de vrijheden en mensenrechten en 'de islam als godsdienst van de staat'.


Waarmee aan de dubbelzinnigheid van artikel 1 een eind dreigt te worden gemaakt. De islamisten zeggen dat er niets aan de hand is: artikel 141 voegt volgens hen niets nieuws toe. Maar voor de seculieren (ook de coalitiegenoten van Nahda) is de scheiding van kerk en staat heilig. Zij vrezen dat de clausule in de toekomst gebruikt kan worden als breekijzer, om de wet en de overheid te islamiseren.


'Je kunt niet met een amendement een nieuwe interpretatie geven aan artikel 1 van de grondwet', zegt Samira Merai Fria'a, namens het liberale Joumhouri lid van de Assemblée. 'Het is een achterdeur voor de sharia.'


Artikel 141 is niet het enige geschilpunt. In juni presenteerde de Assemblée een 'definitief' ontwerp, met als aanhangsel een lijst van 22 punten waarover nog consensus moet worden gevonden. Daartoe werd een commissie in het leven geroepen, die door de huidige crisis nog niet aan haar werk is begonnen.


Drie internationale organisaties, Human Rights Watch (HRW), Amnesty International en het Carter Center, volgen in Tunis het constitutioneel proces op de voet. Alle drie zijn betrekkelijk positief, maar ook stellen ze vast dat het ontwerp 'mazen bevat die in de toekomst de mensenrechten kunnen schaden', zoals Amna Guellali van HRW zegt.


Gezamenlijk hebben de organisaties de politieke partijen onlangs opgeroepen de grondwet in lijn te brengen met de hoogste internationale normen. Kritiek hebben ze bijvoorbeeld op de te magere clausules over discriminatie en godsdienstvrijheid. De restricties op de vrijheid van meningsuiting (bijvoorbeeld met het oog op de 'openbare veiligheid' of de 'volksgezondheid') vinden ze te algemeen.


Ook wordt volgens hen onvoldoende benadrukt dat internationaal recht boven nationaal recht gaat. Een alarmbel ging rinkelen, zegt directeur Marion Volkmann van het Carter Center, toen in de preambule de universele mensenrechten de toevoeging 'geïnspireerd door onze culturele erfenis' kregen. Dat riekt naar de in moslimkring gewilde 'culturele uitzondering' op de mensenrechten.


Het lijkt spijkers op laag water zoeken, maar met het wantrouwen in Tunesië tussen islamisten en seculieren krijgt elk woord een zware lading.


De lijst van de internationale waarnemers valt voor een deel samen met de lijst van 22 punten waarover de Assemblée nog consensus zoekt. Een belangrijk punt van geschil is de toekomstige verdeling van macht tussen de president en de premier. De oppositie neigt naar een presidentieel stelsel.


Voorlopig is het, gezien de huidige politieke crisis, de vraag of het werk aan de grondwet überhaupt kan worden voortgezet. Nahda is erop gebrand niet alleen haar regering, maar ook het constitutioneel proces te redden. Daardoor zullen de islamisten mogelijk eerder geneigd zijn tot concessies. Imed Hammami, voor Nahda lid van de Assemblée Nationale, over artikel 141: 'We kunnen iets aan de terminologie doen. Er zal consensus komen, dat staat vast. We vinden elkaar in het midden.'


Oppositie houdt weer demonstratie


Vandaag staan seculieren en islamisten in Tunesië opnieuw tegenover elkaar. De oppositie houdt een demonstratie bij het gebouw van de Assemblée Nationale, de grondwetgevende vergadering.


Tunesië beleeft een politieke crisis sinds twee weken geleden de linkse politicus Mohamed Brahmi werd vermoord, waarschijnlijk door salafisten. De oppositie eist het aftreden van de regering, waarin het islamistische Nahda samenwerkt met twee seculiere partijen. Ook zou de Assemblée ontbonden moeten worden.


Nahda is bereid de regering te 'verbreden' en spoedig verkiezingen te houden, maar wijst ontbinding van de Assemblée af. Dit gekozen lichaam heeft anderhalf jaar aan de tekst van de ontwerpgrondwet gesleuteld. De partijen waren elkaar een heel eind genaderd. Ontbinding kan al dit werk tenietdoen, meent Nahda, en de democratische overgang in gevaar brengen.


De oppositie denkt de crisis te kunnen aangrijpen om niet alleen, naar Egyptisch voorbeeld, van de regering af te komen, maar ook van een vertegenwoordigend lichaam waarin islamisten een sterke positie hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden