Is Zweden het beloofde land? Voor het eerst overweeg ik om terug te gaan vanwege het onderwijs

In Zweden geeft de overheid acht keer zoveel aan het schoolsysteem

Haar oudste dochter zat opgepropt in een klaslokaal, haar jongste klaagt dat ze op school zo veel stil moet zijn. Reden voor Jennifer Pettersson om te gaan twijfelen aan het Nederlandse schoolsysteem. Zijn haar kinderen niet beter af in haar moederland Zweden?

Foto Annelie Carlström

Als ik met een klein vliegtuig in Noord-Zweden land, is het buiten min 4 graden. Wouter haalt me op in zijn taxi. Terwijl we door een besneeuwd landschap rijden, vertelt hij dat hij elke dag wilde dieren ziet langs de weg: herten, elanden, zwijnen en lynxen. Als hij met de hond wandelt, draagt hij een fluit om zijn nek om wilde dieren, zoals beren, af te schrikken. Er is geen hotel in het dorp waar hij en zijn vrouw Carolien wonen, maar ik mag slapen in een huisje in hun tuin. Ik vraag Wouter en Carolien wat ze missen aan Nederland. Dan blijkt dat ze een half jaar na aankomst nog één keer zijn teruggegaan. Daarna niet meer. Ze hebben Nederland sindsdien geen dag gemist.

Ik ken het gezin via Marktplaats. Het is 2013 als we elkaar vluchtig ontmoeten. Met de slapeloze nachten die we met ons eerste kind doorbrachten nog vers in het geheugen, zoeken we preventief een oplossing voor de problemen die de tweede, die nog in de buik ligt, gegarandeerd met zich mee zal brengen. Op internet vind ik een schommelwiegje dat rust moet brengen. De tomtom brengt ons naar een rijtjeshuis aan een drukke weg in Papendrecht. In de tuin staat een te koopbord.

Helden of dwazen?

Terwijl we het wiegje uit elkaar halen en in ons autootje proppen, hoort Carolien mij Zweeds praten en klaart ze op. Ze vertelt dat ze besloten hebben naar Zweden te emigreren. Alleen spreken ze nog geen Zweeds. Ze hebben ook nog geen werk. Zij is communicatie-medewerker en hij politieman, banen die moeilijk mee te verhuizen zijn als je de taal niet spreekt. Maar dat zijn zorgen voor later. Eerst moet het huis worden verkocht, wat nog niet eenvoudig is. Aan weerszijden van hun huis zie ik nog twee borden in de tuinen staan. Het is crisis en het rijtje staat al maanden te koop. Als we wegrijden vragen mijn man en ik ons af of ze hun droom ooit kunnen waarmaken. Zijn ze helden of dwazen?

Thuis blijf ik aan Wouter en Carolien denken. Zweeds is mijn moedertaal en ik zou daar makkelijk werk kunnen vinden, maar toch was het niet in me opgekomen om terug te gaan. Ik woon al bijna twintig jaar in Nederland en heb me tot nu toe hier altijd thuis gevoeld. Maar sinds ik kinderen heb, is dat veranderd. Nederland is een modern land met een goed draaiende economie, sociale zekerheid en een vooruitstrevende politiek en dus ging ik er blind vanuit dat het voor kinderen ook goed geregeld zou zijn. Ik had me niet kunnen voorstellen dat baby's al met tien weken naar de crèche konden worden gebracht. Dat twee leidsters op acht baby's de norm zou zijn, waardoor ze te druk zijn met luiers wisselen en flesjes opwarmen, om ook nog kinderen te kunnen troosten. Ik zag leidsters die zo gewend waren aan krijsende baby's, dat ze die niet meer leken te horen. Voor spelen of andere activiteiten was amper tijd.

Jennifer Pettersson is in 1974 geboren in Zweden, woont twintig jaar in Nederland en is moeder van twee dochters van 4 en 7.

Als documentairemaker werkte ze mee aan podcasts als 1 Minuut en Plots (VPRO). Voor de 8-delige radio- en podcastserie Opgejaagd (VPRO) maakt Pettersson twee jaar opnamen in haar gezin, op scholen en op de kinderopvang in Nederland en Zweden.

De eerste afleveringen zijn te beluisteren in de Opgejaagd-podcast. Zie: vpro.nl/opgejaagd.

Op zondag 11 en 18 februari zijn de tweede en derde aflevering te horen in Radio Doc om 21.00 uur op NPO Radio 1.

Uitgeput

Zelf liet ik na zes maanden onze baby achter op de crèche, iets wat mijn Zweedse familie onbegrijpelijk vond. Het was een plek waar we bijzondere ervaringen opdeden, zoals een verbouwing van de lokalen, terwijl de peuters daar nog in zaten. Na een aantal weken kon mijn 3-jarige dochter het geluid van de drilboor perfect nadoen en klaagde ze over hoofdpijn door de 'Bob de Bouwers'. Ook zagen we leidsters die geveld waren door griep, maar toch voor de groep stonden. Eentje kon nauwelijks op haar benen staan, omdat ze kort daarvoor was aangereden door een vrachtwagen. Toch werd van haar verwacht dat ze gewoon kwam opdagen.

Het was dus een opluchting toen onze oudste dochter eindelijk naar school ging. Maar die bleek van korte duur. Mijn dochter kwam in een klas met 28 kleuters waar de kinderen vochten om een plekje waar ze niet van de overvolle bankjes konden vallen. Op een dag kwam ik voorlezen en zag ik hoe één 4-jarig jongetje de klas volledig in zijn greep hield. Het mannetje hing aan de deurklink om uit het lokaal te ontsnappen terwijl de juf hem probeerde tegen te houden en de rest van de klas moest wachten. Ze had het er zo moeilijk mee dat ik uren ben gebleven om te helpen. Na maanden kwam er eindelijk echte hulp: een extra kracht die de helft van de lesuren aanwezig was. Aan het einde van het schooljaar had onze dochter nauwelijks iets geleerd en was de juf volkomen uitgeput.

De laatste jaren jeukt het. Voor het eerst overweeg ik terug te gaan naar Zweden. Maar tegelijk twijfel ik. Zijn klachten over kinderopvang en onderwijs een reden voor emigratie? En wie zegt dat het daar werkelijk zoveel beter is? Wat weet ik ervan, na twintig jaar waarin ik Zweden alleen als vakantieland heb meegemaakt? En er is nog een probleempje: mijn man wil hier blijven en relativeert alles waar ik me zorgen om maak, net zoals de meeste Nederlanders die ik spreek. Dat is een van de redenen dat ik op onderzoek ben gegaan naar wat we in Nederland normaal vinden op de plekken waar we onze kinderen achterlaten op weg naar ons werk. En zo belandde ik ook in de achtertuin van het gezin in Noord-Zweden.

Foto Annelie Carlström

Levenskwaliteit

Wouter en Carolien kenden geen twijfels. 'Als er een koper is voor het huis, zien we het als een teken. Dan gaan we', vertelt Carolien. Ze vertrokken met een vrachtwagen vol spullen die ze tijdelijk bij vrienden konden stallen en bij wie ze ook konden logeren. Ze hadden ook nog geen huis. Nu, drie jaar later, wonen ze naast een rivier en hebben ze een sauna en een bootje. Wouter kon gelijk aan de slag als taxichauffeur, maar Carolien heeft al een reeks baantjes gehad. De eerste jaren schrobde ze de vloer in de plaatselijke supermarkt en nu is ze invaller in een verzorgingstehuis. Toch lijken ze er vrede mee te hebben. Ze zeggen dat ze nu carrière maken in levenskwaliteit. Toen ze vertrok, zat hun oudste zoon in een overvolle kleuterklas in Papendrecht. In Zweden kwam hij in een klas met 24 kinderen en twee juffen. Zijn nu 5-jarige broertje Elias ging naar de förskola en zit in een groep met vier pedagogen op 22 kinderen. Ik mag een dagje komen kijken.

Als ik binnenstap zie ik overal laarsjes en overalls die te drogen hangen in verwarmde kastjes. In Nederland weigeren mijn dochters fatsoenlijke buitenkleren aan te doen, omdat ze slecht passen bij de laatste mode en niemand anders ze draagt. Hier is het standaard. Zweedse ouders gaan ervan uit dat kinderen ook naar buiten moeten kunnen bij slecht weer. Binnen is een doolhof aan kamers waar verschillende activiteiten mogelijk zijn. Waar ik bij Nederlandse crèches gewend ben aan één lokaal per groep, zie ik dat de 22 kinderen van deze groep liefst acht ruimten tot hun beschikking hebben. Ergens zijn een paar kinderen een racebaan aan het bouwen samen met een van de juffen, in een andere kamer pakken kinderen verf en knutselmateriaal uit de kasten en gaan er zelf mee aan de slag. De meest indrukwekkende ruimte is het muzieklokaal, met een podium en instrumenten die de kinderen vrijelijk mogen gebruiken. Elias en zijn vriendje zetten muziek op en doen iets wat moet lijken op een breakdance, wat later ontaardt in ouderwets worstelen. Niemand houdt ze tegen.

De vrijheid die deze kinderen hebben, is niet te vergelijken met wat ik ken van Nederlandse crèches of met wat ik heb gezien in groep 2, waar Elias zou hebben gezeten als hij nog in Nederland had gewoond. Zelf ben ik een dagje gaan kijken in een Nederlandse kleuterklas, om te zien wat daar gebeurt als de ouders er niet zijn. De kleuters moesten een groot deel van de dag muisstil op hun stoel zitten. Ze hadden taal- en rekenles, maar wat ze opvallend veel deden, was zitten en wachten. Op de dag dat ik er was, kregen ze, afgezien van de pauzes, in vijf uur tijd één keer de kans om zelf te beslissen wat ze wilden doen. Dat staat in schril contrast met Zweden, waar de pedagogen eerst kijken waar de kinderen vanuit zichzelf mee bezig zijn en daar vervolgens uitdagende activiteiten bij bedenken. Op een andere förskola in Zweden zag ik hoe de kleuters bezig waren met een groot onderzoek naar wat er onder de aarde leeft. Dat hadden ze zelf bedacht tijdens uitjes in het bos.

Opbrengstgericht werken

De kijk op jonge kinderen en wat ze moeten leren, verschilt enorm in Nederland en Zweden. Vraag een gemiddelde Nederlandse kleuterjuf wat de kinderen moeten kunnen aan het einde van groep 2 en je krijgt een verhaal over letters herkennen, tijdsbesef en de juiste werkhouding. In Zweden zullen ze de vraag niet begrijpen. Zulke jonge kinderen hoeven nog niks te kunnen. Nederland - waar alles al jaren draait om 'opbrengstgericht werken' - scoort hoger dan Zweden in de Pisa-onderzoeken die de kennis van leerlingen vergelijkt op het gebied van taal, natuur- en wiskunde. De Cito-scores zijn hier zo belangrijk dat de kinderen erachter soms nauwelijks meer zichtbaar zijn. In Zweden ligt de nadruk op het welzijn van de kinderen en de ontwikkeling tot sociale mensen die rekening houden met anderen. De druk op kinderen is ook later minder hoog. In Nederland ben je 11 als je niveau en je toekomst worden bepaald. In Zweden ben je 15 en kies je zelf wat je wilt gaan doen, als je hard genoeg hebt gewerkt en je cijfers het toelaten. Het lijkt alsof Zweedse kinderen langer kind mogen blijven, terwijl ze tegelijkertijd meer verantwoordelijkheid krijgen voor hun eigen toekomst.

Inmiddels zit mijn oudste dochter op een andere school in Nederland, met meer aandacht voor sport en creatieve vakken. Het is een school waar de leraren en de leiding keihard werken om de kinderen het beste te bieden wat Nederland heeft. Maar de problemen zijn niet voorbij. Op de oude school waarschuwde de juf dat we rekening moesten houden met woedeaanvallen, omdat de kinderen in groep 3 zo hard moesten werken. Op de nieuwe school horen we dat buikpijn en hoofdpijn normaal zijn in groep 4. Ik vraag me af wat we in groep 5 moeten verwachten. Ook hier is het schoolplein zo druk bezet dat het buitenspelen wordt gerantsoeneerd.

Ook hier zijn de klassen groot en de lokalen zo klein dat de kinderen met hun armen tegen de muren slaan als ze even een oefening moeten doen om hun slapende ledematen wakker te schudden tussen het leren door. En ook hier kon de juf de kinderen maandenlang niet onder controle krijgen. Dat kan niemand haar kwalijk nemen. In haar klas zitten meerdere kinderen met zogeheten 'speciale behoeften'. Of zijn het gewoon 7-jarigen die protesteren tegen lange werkdagen in een bedompt klaslokaal waar ze dingen moeten leren waar ze nog niet aan toe zijn?

Ouderbijdrage

Mijn jongste dochter is net 4 geworden en gaat nu ook naar school. Ze heeft een fantastische juf en leert goed en toch beklaagt ze zich al na een paar weken over het vele zitten en stil zijn. Ze is blij als ze niet naar school hoeft, anders dan haar Zweedse neefjes, die het liefst ook in het weekend naar de voorschool zouden gaan. Ook op onze nieuwe school, waar we een stevige ouderbijdrage betalen om de kinderen wat extra's te geven, blijkt er zo weinig geld te zijn dat ouders niet alleen de kerstslingers moeten komen ophangen, maar ook de knutselactiviteiten moeten begeleiden, naast wekelijks voorlezen. Als er geknutseld moet worden, neem ik dus vaak een halve dag vrij, omdat ik weet dat het zonder de hulp van ouders (lees: moeders) niet doorgaat.

Zou het mogelijk zijn het Zweedse systeem naar Nederland te importeren? Allereerst moeten we meer belasting betalen, want de helft van een Zweeds inkomen lever je weer in. Maar je krijgt er veel voor terug. Aan basisschoolleerlingen besteedt Zweden ruim 10 duizend euro per jaar, tegen 6.500 euro in Nederland. En bij de kinder- en buitenschoolse opvang zijn de verschillen nog groter. De twee landen zijn moeilijk met elkaar te vergelijken vanwege de verschillende toeslag- en belastingsystemen, maar met hulp van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en zijn Zweedse tegenhanger SCB, kon ik een voorzichtige schatting maken: de Nederlandse overheid geeft jaarlijks niet meer uit dan 920 euro per kind, terwijl Zweden ten minste 7.100 euro uitgeeft. Dat is bijna acht keer zoveel.

Foto Annelie Carlström

Inefficient

Hoewel we in Nederland veel minder uitgeven, is ons systeem niet zo goedkoop als het lijkt. Ik sprak de Zweedse econoom Erica Lindahl van de Universiteit van Uppsala, die gespecialiseerd is in onderwijspolitiek. Zij legde me uit hoe inefficient het is als hoogopgeleide vrouwen massaal in deeltijd werken om thuis voor de kinderen te kunnen zorgen, zoals in Nederland gebruikelijk is. Dat levert misschien goede zorg op, maar het is natuurlijk goedkoper als één volwassene meer kinderen kan opvangen. Die hoogopgeleide moeders kunnen dan weer meedoen op de arbeidsmarkt, wat weer belastinginkomsten genereert die je in betere kinderopvang en onderwijs kunt steken.

Maar eerst moet er überhaupt een wens zijn om iets te veranderen. En tot mijn verbazing lijken de meeste Nederlanders de huidige situatie te accepteren. Dat het systeem niet optimaal is, daar halen we onze schouders over op. Het lijkt de keerzijde van de Hollandse poldermentaliteit, waar iedereen compromissen moet sluiten en het al gauw goed genoeg is. De 'relaxte' houding van veel Nederlandse ouders is een mooie eigenschap en het is goed om problemen te kunnen relativeren. Tegelijk is het ook jammer zo weinig ambitieus te zijn als het gaat om ons belangrijkste bezit.

Is Zweden het beloofde land? Nee. De volwassenen lijken meer moeite te hebben met het stellen van grenzen, zelfs bij kleine kinderen. Ik hoor van chaos op de middelbare scholen, vooral in de achterstandswijken, waar ik ook nog naartoe wil om er zelf te kijken. De staat zorgt zo goed voor haar inwoners dat de Zweden elkaar minder nodig hebben. Dat heeft tot gevolg dat veel mensen eenzaam zijn. Zweden worstelt met criminaliteit en heeft lang te makkelijk gedacht over de grote instroom van vluchtelingen. De problemen die dat oplevert, zijn door politieke correctheid moeilijk bespreekbaar. Op veel gebieden doet Nederland het dus beter. Maar als het gaat om de zorg en educatie voor jonge kinderen lijken wij in Nederland hopeloos achter te lopen. En daar word ik dagelijks mee geconfronteerd. Twee jaar lang heb ik onderzoek gedaan naar het Nederlandse systeem en nu begint ook mijn man te twijfelen over dingen die hij vroeger vanzelfsprekend vond. Voor het eerst hebben we serieuze gesprekken over waar we naartoe willen en waar onze kinderen een betere toekomst hebben.