Analyse

IS zet zijn stempel op Sahel met weer een gruwelijke terreuraanslag in Niger: 137 doden

De gruwelijke serie terreuraanslagen in Niger zondag, waarbij 137 burgers zijn afgeslacht, wijst op de hand van Islamitische Staat (IS). De terreurorganisatie wint onder de regionale naam Islamitische Staat in de Grotere Sahara (ISGS) rap terrein.

De nieuw gekozen president van Niger, Mohamed Bazoum, tijdens een toespraak op het hoofdkantoor van zijn partij in Niamey na de aankondiging van de verkiezingen. Beeld AFP
De nieuw gekozen president van Niger, Mohamed Bazoum, tijdens een toespraak op het hoofdkantoor van zijn partij in Niamey na de aankondiging van de verkiezingen.Beeld AFP

ISGS is in Niger uit op een nieuw werkterrein na de val van het kalifaat in Syrië en Irak.

‘Zonder direct effectief militair én civiel ingrijpen zullen steeds meer islamitische strijders worden gerekruteerd en valt straks de volledige Sahel-regio ten prooi aan jihadisme.’ Deze dringende waarschuwing doen onder meer terreurdeskundige Christian Nellemann van de Noorse denktank Rhipto en de Global Initiative against Transnational Organized Crime.

Aanleiding is de serie aanslagen dit weekend in de zuidwestelijke regio Tahoua aan de grens bij Mali, waarbij 137 doden vielen. Het is volgens de autoriteiten de dodelijkste aanslag sinds de islamitische terreur uit Mali enkele jaren terug oversloeg naar buurlanden Niger en Burkina Faso. Deze terreurgolf heeft al duizenden burgerslachtoffers gemaakt en meer dan anderhalf miljoen burgers uit het grensgebied van de drie landen verjaagd waar nu vrijwel totale wetteloosheid heerst.

Volgens Nellemann wijzen de recente aanslagen in Niger erop dat ISGS steeds meer voet aan de grond krijgt in het straatarme woestijngebied dat bevolkt wordt door nomadische jongeren die zich gemarginaliseerd voelen en nauwelijks economisch perspectief hebben. Door corona zijn hun inkomsten uit handel en allerhande smokkelactiviteiten bovendien verder teruggelopen. ‘Dat maakt hen nu des te gevoeliger voor rekrutering’, zegt hij. ‘We moeten nu gericht militair ingrijpen om te voorkomen dat de terreurorganisatie meer toegang krijgt tot financiering om salarissen uit te kunnen betalen en zo nog meer strijders te rekruteren om de complete Sahel-regio te destabiliseren.’

null Beeld

De belangrijkste bron van financiering voor terrorisme ligt volgens Nellemann, bij gebrek aan andere inkomsten door covid-19, nu in buurland Burkina Faso waar jihadisten toegang proberen te krijgen tot de talloze goudmijnen in het land. Die goudmijnen worden nu echter vooral belaagd door de rivaliserende aan al-Qaida gelieerde terreurgroep JNIM (Jamaat Nasr al-Islam wal Muslimin). Met de zeer wrede aanslagen in Niger laat ISGS volgens Nellemann zien ‘wie de baas is om burgers te kunnen afpersen en gaat het de concurrentie met JNIM om strijders te rekruteren‘.

Beide groepen maken gebruik van dezelfde tactiek om te stoken in bestaande etnische conflicten tussen nomaden en boeren om vruchtbare grond zodat ze potentiële strijders kunnen bewapenen en rekruteren. Volgens terreurexpert Kars de Bruijne van Clingendael moet echter wel onderscheid worden gemaakt tussen beide groepen. ‘JNIM heeft echt meer oog voor de lokale context en voorziet ook aan behoeften en publieke diensten waar de centrale overheid in tekortschiet. ISGS heeft een andere aanpak; die is gericht op een eigen kalifaat en richt zijn geweld meer op burgers dan militaire doelen.’

Mannen laden pirogues in de haven van Mopti, gelegen in de Niger Delta-regio van Mali. Beeld AFP
Mannen laden pirogues in de haven van Mopti, gelegen in de Niger Delta-regio van Mali.Beeld AFP

Volgens De Bruijne kan IS inderdaad alleen nog worden gestopt met militair ingrijpen, die wel moet worden gecombineerd met een aanpak van de sociaal-economische grondoorzaken. Voor JNIM die nu ook oprukt richting Nigeria, Benin, Togo en Ivoorkust, moet de oplossing meer worden gezocht in een civiele benadering, denkt De Bruijne. ‘Wat is de lokale context? Wat zijn de grondoorzaken van de sociale onvrede en economische noden?’

Vorige maand besloot Tsjaad 1.200 extra militairen te sturen naar de regio na bemiddeling door Frankrijk. De soldaten uit Tsjaad zijn berucht en worden gezien als de enige troepenmacht die een verschil zou kunnen maken.

Frankrijk zit al sinds 2013 in Mali met zijn 5.100 koppige troepenmacht Barkhane nadat Islamisten kortstondig de macht hadden gegrepen in het noorden van het land en er een kalifaat uitriepen. Noch Barkhane noch de 13 duizendkoppige VN-vredesmacht Minusma, waaraan ook Nederland van 2014 tot 2019 met een zeer beperkt mandaat deelnam, hebben de veiligheidssituatie in de regio weten te verbeteren. Integendeel; door het aanhoudend etnisch geweld, het gebrek aan steun van de centrale overheid en het geweld van militairen zelf zijn talloze zelfverdedigingsgroepen opgericht die de geweldspiraal hebben versterkt en verder gecompliceerd.

Ook de in 2017 opgerichte regionale anti-terreurmissie G5 Sahel, bestaande uit de Sahellanden Mali, Tsjaad, Niger, Burkina Faso en Mauritanië, bleek weinig effectief. Van de door de EU toegezegde steun kwam weinig terecht en de VS trokken zich onder president Trump helemaal terug uit de regio. De grote buitenlandse militaire aanwezigheid wordt door veel deskundigen bovendien gezien als contraproductief omdat de lokale bevolking de troepen ziet als buitenlandse – of westerse – ‘bezetting’ met het doel grondstoffen te plunderen en de lokale bevolking verder te verarmen en marginaliseren, wat voeding biedt aan het jihadisme in de regio.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden