Column

Is timmerman een zwaarder beroep dan klassementsrenner?

Hoe zwaar een beroep is, hangt erg samen met hoe zwaar iemand het zelf maakt. De timmerman die vijf dagen per week van 7.00 tot 15.30 uur werkt en daarna sport, eet en een filmpje kijkt, verslijt een stuk minder snel dan zijn collega die van 7.00 tot 15.30 uur werkt, daarna bijklust tot 21.00 uur, nog de lijnen trekt op de lokale voetbalclub, vervolgens de kroeg in duikt en op zaterdag nog een door zoonlief gekocht krot opknapt.

De bibliothecaris die zich elke dag ergert aan nieuwe richtlijnen van boven en ruzie heeft met collega's, zal het veel zwaarder hebben dan de verhuizer die met een fijne collega zijn eigen klus kan doen.

Vorige week luidden twee pensioenfondsen (metaal en zorg & welzijn) de noodklok vanwege een schrikbarende toename van het aantal arbeidsongeschikten bij de zware beroepen. Maandag riepen werkgevers het toekomstige kabinet op voor deze mensen het pensioen flexibeler te maken.

Er bestaan alleen geen objectieve richtlijnen voor wat zwaar werk is. Er zijn pogingen ondernomen om de zwaarte van het werk te wegen. Op grond van wetenschappelijk onderzoek in Duitsland stelde de aan Harvard verbonden gezondheidseconoom Bastian Ravesteijn een lijst op met 307 beroepen, ingedeeld naar fysieke zwaarte. Binnenkort wordt deze gepubliceerd in het tijdschrift Health Economics.

De fysiek allerzwaarste beroepen zijn steenhouwer, boormeester en metaalgieter, maar ook boekbinder, jager en uitzendspecialist. Timmerman, stukadoor en dakdekker staan daaronder. De fysiek lichtste beroepen zijn cartograaf, televisiepresentator, cipier en reisleider. De lijst is gebaseerd op door werknemers zelf gemelde gezondheidsschade. Ook vrijheid in het werk - moet ik precies doen wat de baas zegt of kan ik mijn eigen tijden en werkindeling bepalen - geldt als criterium voor de zwaarte van functies.

Atleten zoals Tour de Francerenners hebben het daardoor minder zwaar dan een horecamedewerker, een geoloog, een slager en een docent in het voorschools onderwijs. 'Iemand als wielrenner Robert Gesink heeft veel controle over hoe hij zijn dagen kan inrichten', zegt Ravesteijn.

Vast staat dat lageropgeleiden een minder lange levensverwachting hebben dan hogeropgeleiden, die later met werk beginnen en het zich financieel ook vaker kunnen permitteren eerder te stoppen.

Robert Gesink heeft meer vrijheid in zijn werk en dus een minder zwaar beroep. Beeld afp

Het is moeilijk daar een mouw aan te passen en een regeling te verzinnen die eerlijk is en uitvoerbaar. Studerenden werken eveneens vanaf hun 16de al als vakkenvuller of krantenbezorger. Niet alle hoogopgeleiden (antropologen) verdienen evenveel als laagopgeleiden (onderwaterlassers). En voor de klas staan kan net zo zwaar zijn als metselen. Ook levenswijze - eetgewoonten, roken en drinken - speelt een rol in hoe zwaar het werk iemand op latere leeftijd valt.

Wie daarom aan de huidige regels gaat morrelen, loopt grote kans van de regen in de drup te belanden.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden