IS-strijders op zelfmoordmissie moeilijk te stoppen

Meer dan tien jaar geleden was Ramadi het toneel van een bloedige strijd tussen Amerikaanse troepen en Iraakse opstandelingen. Nu herhaalt de geschiedenis zich, alleen zitten de Amerikanen deze keer in de lucht, van waaruit ze de vijand bombarderen. Die vijand heet IS en heeft sinds zondag vrijwel de gehele stad in handen. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Inwoners uit Ramadi ontvluchten te stad. Beeld ap

Dat Ramadi in handen zou vallen van IS kwam niet als een grote verrassing. De terroristen hebben een sterke machtsbasis in de provincie Anbar, waarvan Ramadi de hoofdstad is. Naar verluidt is 67 procent van de provincie, die grotendeels uit woestijn bestaat, in handen van IS.

Ramadi fungeerde afgelopen jaren als een soort speelbal tussen de militanten van IS en Iraakse troepen, die de stad afwisselend in handen kregen. In februari 2014 wapperde de regeringsvlag in Ramadi, maar in oktober 2014 drong IS weer binnen en veroverde ongeveer 60 procent van de stad. Sindsdien wordt er hevig gevochten, in het voordeel van IS, zo bleek afgelopen week.

De extremisten wisten het regeringshoofdkwartier en andere delen in de stad te veroveren. De genadeklap kwam zondag. Vier bommen ontploften bijna gelijktijdig in de regio Malaab, in Zuid-Ramadi, op een plek waar politieagenten en legereenheden de stad verdedigden. Tien mensen kwamen om, 15 raakten gewond. Onder de doden was kolonel Muthana al-Jabri, de baas van het politiestation in Malaab.

De extremisten trokken verder, richting het legerhoofdkwartier. Volgens politiebronnen reden drie zelfmoordterroristen hun met explosieven geladen auto's naar de poort van het hoofdkwartier en lieten de voertuigen daar ontploffen. Vijf soldaten werden gedood, 12 raakten gewond.

Volgens een officier, die anoniem wilde blijven, riepen IS-militanten door een luidspreker dat alle militairen hun wapens moesten neerleggen. In ruil daarvoor zouden ze de basis ongedeerd mogen verlaten. Toch zijn er volgens Muhannad Haimour, de woordvoerder van de gouverneur van de provincie Anbar, massaslachtingen uitgevoerd op zowel burgers als Iraakse militairen. De straten liggen bezaaid met lijken. Tegen CNN zei Haimour dat IS een 3-jarig meisje heeft geëxecuteerd wier vader tegen IS vocht. 'Hij stierf later in de strijd.'

Zeker 8.000 mensen zijn op de vlucht geslagen, bovenop de 114 duizend inwoners die in april al uit de stad en omliggende dorpen ontsnapten.

Bij de verovering van de legerbasis in Malaab hebben de extremisten tientallen wapens, raketwerpers en legervoertuigen buit gemaakt. Daar profiteert IS nu van.

Premier: blijf in Ramadi

Video's laten zien hoe soldaten halsoverkop de stad verlaten in Humvees, trucks en andere voertuigen. Het doet denken aan de uittocht van Mosul, de op een na grootste stad in Irak, die in juni vorig jaar door IS werd veroverd. Soldaten lieten hun wapens vallen en maakten zich uit de voeten. Dit lukte niet iedereen. IS legde via sociale media nauwkeurig vast wat het lot was van deze 'afvalligen': ze werden in legertrucks naar de rand van de woestijn gedeporteerd en daar in rijen op de grond geëxecuteerd.

In een poging eenzelfde scenario te voorkomen, riep de Iraakse premier Haider al-Abadi alle regeringstroepen op om vooral in de stad te blijven. Ook elitetroepen en stamleden 'moeten hun posities behouden en Daesh (de Arabische naam voor IS) niet toestaan andere gebieden in Ramadi in te nemen.' Zijn woorden vonden echter weinig gehoor.

Volgens Haimour, de woordvoerder van de gouverneur van Anbar, is het desondanks niet eerlijk om de Iraakse troepen af te schilderen als onwillige strijders, die op de vlucht slaan zodra IS aan de poorten rammelt. De Iraakse troepen hebben hard gevochten, zegt hij, maar werden geconfronteerd met goed bewapende strijders die op zelfmoordmissie zijn. 'Ze komen naar Anbar en Irak om te sterven. Het is heel moeilijk om een bewapende bulldozer te stoppen, die bestuurd wordt door een zelfmoordterrorist met tonnen explosieven aan boord.'

Beeld ap

Sjiitische troepen

Ramadi is de hoofdstad van de westelijke Anbar-provincie, die wordt gedomineerd door soennitische moslims. Premier Abadi is altijd voorzichtig geweest met het inzetten van sjiitische paramilities, maar heeft hen nu - ondanks de vrees voor sektarische rellen - opgeroepen om in Ramadi ten strijde te trekken. NBC News meldt dat ongeveer 3.000 strijders van gewapende sjiitische groepen onderweg zijn naar Ramadi en daar in de komende 48 uur zullen arriveren.

Sjiitische troepen speelden ook een belangrijke rol bij de herovering van Tikrit in maart van dit jaar. De vraag is of de troepen hetzelfde voor elkaar kunnen krijgen in Ramadi, waar soennitische troepen al maanden proberen de opmars van IS in de regio te staken.

Vertegenwoordigers in de stad hebben herhaaldelijk opgeroepen tot meer steun, in de vorm van wapens, van de sjiitische regering in Bagdad. Ook willen ze dat de internationale coalitie onder leiding van de VS meer luchtaanvallen op Ramadi uitvoert. Anders dan in Tikrit hebben de luchtaanvallen in deze stad niet het gewenste effect gehad.

De provincie Anbar is al jarenlang een broeinest. Amerikaanse soldaten vochten na de invasie in 2003, die tot doel had dictator Sadam Hussein te verdrijven, een bloedige oorlog uit tegen opstandelingen in Fallujah en Ramadi. Toen machtige stammen en voormalige militairen zich in 2006 tegen al-Qaida in Irak, een voorloper van IS, keerden, wisten Amerikaanse troepen de veiligheid in de provincie enigszins te verbeteren. Totdat de troepen eind 2011 het land verlieten en soennitische groeperingen een opmars maakten, gestimuleerd door de onvrede over de door sjiieten geleide regering in Bagdad.

Propaganda boost

Het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft de val van Ramadi nog niet bevestigd. Pentagon-woordvoerder Elissa Smith zei dat het verlies van de stad niet zou betekenen dat de militaire strijd zich in het voordeel van IS zou bewegen. Wel zou de groep volgens haar een enorme 'propaganda boost' krijgen.

Volgens Iraakse en Amerikaanse vertegenwoordigers, onder wie de minister van Buitenlandse Zaken John Kerry, is het gevecht in Ramadi nog lang niet voorbij. 'Ik heb er absoluut vertrouwen in dat het gevecht komende dagen tot een keerpunt komt', aldus Kerry tijdens een bezoek aan Seoul, Zuid-Korea. 'Grote aantallen strijders van Daesh zijn de laatste dagen gedood en de komende dagen zal dit ook het geval zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden