Klopt dit wel?

Is slechts 15 procent Nederlanders bereid te vechten voor eigen land?

Berichten verspreiden zich dankzij internet vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. De Volkskrant gaat op zoek naar hele en halve onwaarheden en probeert de zin van de onzin te scheiden.

De eenheid Deployment Task Force (DTF) Afghanistan tijdens een oefening in 't Harde ter voorbereiding op de missie in Uruzgan in 2006.Beeld anp

Het is al decennialang rustig aan deze kant van Europa, maar mocht er onverhoopt een Derde Wereldoorlog uitbreken heeft Nederland een probleem: slechts 15 procent van Nederlanders zou bereid zijn te vechten voor het vaderland. Althans, als we de cijfertabel geloven die de laatste dagen de ronde doet op Twitter en diverse blogs.

Van de 63 genoemde landen heerst alleen bij de Japanners een grotere onwil de wapens op te pakken. In Marokko en Fiji is de bevolking aanzienlijk strijdlustiger: in die landen is de vechtbereidheid maar liefst 94 procent. Waar komen deze cijfers vandaan? En kloppen ze wel?

End of Year survey

Bron is de End of Year survey van WIN/Gallup International. Voor de 38ste editie van de enquête, waarvan de resultaten overigens eind december al werden gepubliceerd, zijn inwoners van 63 landen ondervraagd over hun levensvisie en toekomstvooruitzichten. Behalve naar de bereidheid het eigen land te verdedigen, is ook gevraagd naar onder andere het geluksgevoel, de economische verwachtingen voor 2015 en het vertrouwen in de nationale politiek.

Volgens de survey is het in heel Europa beroerd gesteld met de sneuvelbereidheid: maar een kwart van de West-Europeanen is bereid zich naar het front te begeven, tegenover ruim driekwart in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

De End of Year survey wordt in elk land uitbesteed aan een nationaal enquêtebureau. In Nederland zette marktonderzoeksbureau Motivaction de vragenlijst uit bij 3.300 respondenten, afkomstig uit een representatieve steekproef getrokken uit de 91 duizend leden van het StemPunt online onderzoekspanel. Daarvan vulde ongeveer een derde, 1.050 mensen, de lijst in.

De vragen, die in alle landen hetzelfde waren, werden opgesteld door een comité van WIN/Gallup International en beoordeeld door wetenschappers in een aantal landen, legt Pieter Paul Verheggen, directeur van Motivaction, uit. 'De vragen werden vanuit het Engels naar het Nederlands vertaald, en vervolgens weer terug naar het Engels om te kijken of de vraagstelling overeind bleef.'

Ziet u een bericht waarvan u denkt: klopt dit wel? Mail naarkloptditwel@volkskrant.nl.

Oorlog

Na een drietal vragen over toekomstperspectieven en het algehele geluksgevoel, wordt de geënquêteerden gevraagd of we met 2015 een vredig jaar tegemoet gaan of dat er juist meer internationale geschillen zullen ontstaan, gevolgd door: 'Als Nederland betrokken raakt bij een oorlog, zou je willen meevechten om Nederland te verdedigen?'

Dat is toch net iets anders dan de vraag die boven de cijfertabel prijkt: 'Would you be willing to fight for your country?'. Hoewel Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog formeel niet meer in oorlog is geweest, zijn we via VN-operaties wel bij tientallen gewapende conflicten betrokken geweest. De Nederlandse krijgsmacht wordt voornamelijk in het buitenland ingezet, vaak bij conflicten waaraan veel Nederlanders geen boodschap hebben. Vechten om het eigen grondgebied te verdedigen tegen een vijandige aanval is wat anders dan in het verre Afghanistan de Taliban te lijf gaan.

De vraag over de vechtbereidheid volgt bovendien op de toekomstvoorspelling over internationale conflicten. Opvallend is dat de Nederlandse en Japanse respondenten behoorlijk pessimistisch waren over de nabijheid van wereldvrede. Slechts 6 procent van de Nederlanders gelooft dat 2015 een vrediger jaar zal worden en bij de Japanners was dat nog minder, tegenover meer dan de helft van de Marokkanen en 70 procent van de inwoners van Fiji. Het lijkt er dus op dat bij het vooruitzicht op meer bonje de vechtlust vergaat.

Het lichaam van een in 2010 in Uruzgan gesneuvelde Nederlandse militair komt aan op Eindhoven.Beeld anp

Face to face

Dit soort vergelijkingen zijn nochtans lastig te maken, zoals in deze rubriek al eerder uiteen is gezet. De belangrijkste vraag is of de data overal op dezelfde manier zijn verkregen. Dat is bij een enquête onder ruim 64 duizend inwoners van 63 verschillende landen geen gemakkelijke opgave.

En inderdaad, als we de verantwoording van de methode erbij pakken zijn al snel een aantal probleempunten te ontdekken. Zo werd in Nederland de enquête gehouden onder inwoners tussen de 18 en 70 jaar, maar in sommige landen konden 15-plussers ook meedoen, en in Mexico mochten jongeren vanaf 13 jaar al de vragenlijst invullen.

Ook de methode was niet overal gelijk. In 24 landen werd de enquête online afgenomen, maar in landen waar de internetdichtheid minder hoog is werden de inwoners persoonlijk of telefonisch ondervraagd. In Marokko werd de survey bijvoorbeeld 'face to face' afgenomen, wat mogelijk meer sociaal wenselijke antwoorden opleverde, zeker bij een vraag als 'Ben je bereid te vechten voor je land?', die inspeelt op eergevoel en nationale trots.

'Het is 'claimed behaviour'', benadrukt ook Verheggen van Motivaction. 'Datgene dat men zegt te zullen doen. Dat kunnen we natuurlijk niet testen.'

Vraagstelling

Dan is er nog de taalkwestie. Ook bij zorgvuldige vertaling is er kans dat er kleine nuanceverschillen in de vraagstelling sluipen. En juist de vraagstelling is bij dit soort enquêtes belangrijk, meent datajournalist Stephan Okhuijsen, die erover schreef op weblog Sargasso. 'Dat Nederland zo extreem scoort vond ik verdacht, dat was voor mij aanleiding dieper te graven.'

Okhuijsen maakte zelf een mini-enquête over vechtbereidheid met drie verschillende vraagstellingen - heel onwetenschappelijk, zoals hij zelf al zegt. Na 50 respondenten per vraag zijn er geen schokkende resultaten, maar wel kleine verschillen te zien - hoewel dat, nogmaals, niks bewijst. 'Het moment waarop je de vraag stelt kan ook van invloed zijn', aldus Okhuijsen. 'Is dat op het moment dat er een discussie woedt over de Nederlandse bijdrage in Afghanistan, is er een andere associatie dan wanneer de angst voor terreur een grote rol speelt.'

Of inderdaad 85 procent van de Nederlanders de kuierlatten pakt als er gevaar dreigt, zullen we waarschijnlijk pas bevinden als de (vul hier een vijand naar keuze in) daadwerkelijk aan de Nederlandse poort staan te rammelen.

Oordeel:

Beeld .
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden