Is schrijven een ziekte of juist genezing van die ziekte?

De door mij bewonderde Ernest Hemingway schreef zijn boeken, staande aan een lessenaar. Vond hij dat mannelijker dan zitten? Je weet het niet bij Hemingway. Mannen plassen, en, als het even kan, sterven staande. Ik wil wedden dat hij stond toen hij met een van zijn geweren zelfmoord pleegde.

Een lessenaar vond ik een goed idee. Anders dan het luie zitten, was je vitaler bezig met het schrijven. Een vriend knutselde een lessenaar voor me in elkaar. Ik zette er mijn schrijfmachine op en schreef. Dat vond plaats in ons huis in Noord-Frankrijk. Staande had ik uitzicht over de golvende velden van de Thièrache. Ik keek meer naar buiten dan dat ik schreef. Het werkte niet voor me. Zittend achter mijn tafel met uitzicht op een witte kamermuur leidde niets me af en ging het beter.

Kijken naar een landschap neemt de noodzaak van je schrijfsel weg. Het landschap ligt er als een af gedicht. Er valt geen woord aan toe te voegen en je kunt er ook niet in schrappen. Je schrapt geen boom. Je kijkt er alleen naar. In de cyclus 'Zes betekenisvolle landschappen', opgenomen in de bundel Harmonium (Uitg. Knopf, 1931) schrijft Wallace Stevens: 'Een oude man zit/ in de schaduw van een pijnboom/ in China./ Hij ziet ridderspoor,/ blauw en wit,/ aan de rand van de schaduw,/ bewegen in de wind./ Zijn baard beweegt in de wind./ De pijnboom beweegt in de wind. Zo vloeit water/ over onkruid.'

Ik ben een zitschrijver. Als ik ziek in bed lig, schrijf ik niet. In Ghislain de Diesbachs biografie van Proust (De Bezige Bij, 1993) lees ik: 'Proust is het jaar 1921 begonnen met een bronchitis waardoor hij hees en koortsig aan bed gekluisterd is. Het houdt hem niet van zijn werk, al twijfelt hij of hij de volledige publicatie van Op zoek naar de verloren tijd zal meemaken.'

Ik herinner me dat ik een keer koortsig in bed lag en ijldroomde dat ik omringd door een vijandige omgeving een prachtige vrouw ( Indiaas?) met haar warme toestemming tot de mijne maakte. We waren hals over kop verliefd op elkaar geraakt. Ik was liever niet wakker geworden, maar werd het toch half. Ik noteerde op een velletje papier dat altijd met pen klaar ligt op het tafeltje naast mijn bed: 'Onmogelijk verliefd. Donkerhuidig. Liefste ogen. Roman.'

's Ochtends was de koorts geweken. Is schrijven een ziekte of juist genezing van die ziekte? De verliefdheid leeft nog in me, ik heb hem opgeschreven, maar ze zal uitgewist worden door andere dagelijkse zaken. Hoe lang behoud je een droom? Die roman zal ik niet schrijven.

Laat ik eindigen met het gedicht Inblazing uit K. Michels bundel Waterstudies (Uitg. Augustus, 2008). 'Als iemand die van je houdt niet van je houdt/ maar je wel op wil eten terwijl je geen appel bent/ noch de wortel uit drie, dan mag je niet/ en kan je niet/ een raadsel dat je rok na rok, afpelt als een ui, treurwerksgewijs/ tot alle generaties op zijn/ en een stem klinkt/ die op oudtestamentische toon beveelt/ zit niet zo te kutviolen.'

Een beetje klagerig zeuren mag best, vind ik. Ik mis mijn droom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.