Reportage Oorlog in de Filipijnen

IS ronselt in de as van Marawi alweer nieuwe strijders

Marawi werd in 500 jaar nooit veroverd. Tot een groep IS-strijders de Filipijnse stad ineens bezette. Vijf maanden oorlog heeft Marawi compleet verwoest en de inwoners verbannen naar kampen buiten de stad. Daar worden alweer nieuwe strijders geronseld.

Families speuren in de resten van de verwoeste stad. Marawi is door de oorlog met de grond gelijk gemaakt Beeld Getty Images

Een rauwe ochtendhoest in een van de tenten wekt een haan, de haan kraait, een kind begint te jengelen, een vrouw begint te kijven en al gauw is er overal kabaal en gestommel. Sarimanok Tent City wordt wakker. Een voor een komen de mensen uit hun tenten om aan een nieuwe dag te beginnen. Ze sjokken naar de latrines, vullen een emmer met water en beginnen zich te wassen: het ochtendritueel van hun vluchtelingenbestaan dat nu al ruim een jaar duurt.

De stad waar de tentmensen vandaan komen heet Marawi en ligt 10 kilometer hiervandaan. Dat lijkt vlakbij, maar voor wie in Tent City woont is het onbereikbaar ver. De stad wordt nog steeds bewaakt door militairen. De binnenstad is verboden terrein, en hun huizen zijn er niet meer. Vijf maanden oorlog met de strijders van Islamitische Staat heeft de stad volledig verwoest en de bewoners verbannen naar deze tenten. Zelfs een scheet is drie rijen verderop nog goed te horen. En dat is nog niet alles, moppert een man die bibberend wacht op zijn koude wasbeurt. ‘Overdag is het heet alsof je in het vuur zit, en ’s nachts zit je in de diepvries.’

Trots

De mensen uit Marawi zijn trotse mensen. Trots op hun clan, trots op de islam en trots op hun stad, die in 500 jaar nooit door iemand was veroverd. Ze regelen het liefst hun eigen zaakjes. Dus hebben ze de overheid gevraagd: ‘Geef ons cement en stenen, zodat we onze huizen kunnen herbouwen.’

Maar zo werkt een overheid niet. Die zet eerst een ‘task force’ op, die zorgvuldig en langdurig plannen gaat maken, en dan gaat een Chinees consortium aan de slag met gemeenschapsgebouwen, scholen, kerken en moskeeën, en pas daarna zijn de bewoners aan de beurt. Dat is het traject, zegt Felix Castro. Hij is het hoofd van de Task Force Bangon Marawi. Hij schat dat het zeker nog drie jaar duurt voordat de mensen terug kunnen.

Vluchtelingenkamp Sarimanok Tent City, even buiten de stad Beeld Getty Images

Ground Zero

Wie de binnenstad in wil, heeft toestemming van de militairen nodig. Iedereen krijgt een escorte mee van gewapende soldaten, die bij elke stop posities innemen alsof er nog steeds terroristen onder het gruis verstopt zitten. De stad is angstwekkend stil. Zo stil dat het zelfs de militairen nerveus lijkt te maken. Een bord waarschuwt mensen voor granaten die niet zijn ontploft. Voor de stad maakt het geen verschil. Een explosie meer of minder kan hier geen schade meer aanrichten, want alles is al kapot.

Marawi is verpulverd, vergruizeld, kapotgeschoten en verbrand. Daken zijn weggeblazen en de wind fluit door de vluchtgaten die de terroristen in de muren hebben geslagen. Vijf maanden van straatgevechten en aanhoudende legerbeschietingen hebben de stad veranderd in een monochroom landschap van beton en roestig ijzer, een landschap dat we kennen van de televisie: de binnenstad van Marawi is als Aleppo. Ground Zero noemen ze het hier: dit is wat er overblijft na een atoombom.

De tentvluchtelingen zijn er nog één keer teruggeweest: in mei hebben ze drie dagen toestemming gekregen om te kijken wat er van hun huizen over was. Voor de meesten waren drie minuten al genoeg. Ze schreven hun naam op hun huis - ‘Eigendom van…’ - en reden terug naar de tent die de komende jaren hun thuis zal zijn.

Ground Zero was vanaf het begin het doelwit van de terroristen. Het is een eiland dat door vier bruggen is verbonden met de rest van de stad, en dat maakte het makkelijk te bezetten. De strijders hoefden alleen de bruggen maar te verdedigen om de soldaten van zich af te houden, en dat deden ze met dezelfde hardnekkigheid als ooit de Duitse jongetjes van het waargebeurde Die Brückein Berlijn aan het eind van WOII.

Toen de strijders op 23 mei 2017 de stad binnentrokken, viel het de mensen meteen op: hoe jong ze waren. Maar vechten konden ze, zegt kolonel Romer Brawner. De kolonel is de ondercommandant van de Filipijnse troepen in Marawi. Hij was hier een jaar geleden, toen er nog volop werd gevochten. Hij kan zijn bewondering voor de tegenstander niet verbergen. ‘We hebben een sluipschutter uitgeschakeld, die was pas 10 jaar oud. Zo jong, en zo’n vaste hand.’

De kolonel geeft achteraf grif toe dat het leger zich volledig heeft verkeken op de kracht van de bezetters. Toen op 23 mei de eerste schoten vielen, dachten ze dat ze met enkele tientallen jongens te maken hadden en dat die het hooguit een paar dagen zouden volhouden. Het leger had beter kunnen weten, zegt Brawner, als het maar een beter contact met de bevolking had gehad. ‘De bewoners van Marawi wisten allang dat er iets ophanden was, maar die hielden hun mond stijf dicht.’ Dat heeft te maken met het diepgewortelde wantrouwen van de moslimbevolking jegens het leger, maar ook met de lokale cultuur, zegt kolonel Brawner. ‘Marawi heeft een traditie van geweld, een cultuur van clans en familievetes. En daarbij hoort een zwijgcultuur. Niemand hier doet ooit zijn mond open, ze willen geen gedonder met andere clans krijgen.’

De strijders waren geen vreemden. De meesten kwamen uit de buurt, of waren zelfs familie: jongens die waren geronseld door de gebroeders Maute. De broers Maute begonnen hun gewelddadige loopbaan als leiders van een lokale knokploeg die berucht was om zijn afpersingspraktijken. Gaandeweg, onder meer door contacten met bewegingen als Abu Sayyaf, werden hun activiteiten meer religieus geïnspireerd. Er kwamen extra fondsen en wapens, en hun beweging groeide uit tot een legertje van enkele honderden vooral jonge jongens (die het makkelijkst te paaien zijn met een wapen en grote woorden). Samen met de Mautes zwoeren zij trouw aan IS, en dat trok weer strijders aan van buiten, vooral uit Maleisië en Indonesië.

Ze hadden de overval op Marawi lang en goed voorbereid, pal onder de ogen van de bewoners. Kolonel Brawner: ‘De mensen wisten dat strijdgroepen de stad binnenkwamen en dat ze wapens verstopten in huizen en moskeeën. De bevolking zweeg en liet ze hun gang gaan. Misschien dachten ze er te weinig over na. Er werd zo vaak geschoten in de stad. Dus toen de strijd losbarstte, deden de mensen gewoon de deuren en ramen dicht en wachtten. Ze dachten dat het wel weer zou overgaan.’

Het ging niet over. De strijders gijzelden tientallen mensen en verschansten zich in het centrum, dat ze veranderden in een onneembare vesting met de vier ophaalbruggen. De stad moest worden heroverd in bittere van-huis-tot-huisgevechten. De jonge IS’ers vochten zich letterlijk dood: 974 strijders kwamen om, slechts 12 werden er levend gepakt. Aan de andere kant sneuvelden 168 soldaten en raakten er meer dan 1.400 gewond.

Ma Dalton

Alle zeven gebroeders Maute zijn in de strijd gedood. Hun vader, Cayamora, stierf in een politiecel. De moeder, Farhana Maute, zit nog steeds gevangen. Zij was de Ma Dalton van de familie: de absolute matriarch. Zij onderhield de contacten met IS in Syrië, beheerde het geld dat daarvandaan kwam, regelde huizen en kocht wapens.

Haar huis in Marawi is na de oorlog volledig overhoopgehaald door het leger. De deur staat open. Binnen liggen kledingstukken, papieren en kapotgegooide rommel verspreid over de grond. De kasten staan open. Saleh gaat naar binnen. ‘Hier aten we, daar sliepen we, en hier luisterden we naar preken.’ Saleh is een vriendelijke jongeman van 23 jaar, blauw T-shirt en de ijzeren bankschroefhanddruk van een boer. En hij is lid van de Maute-groep. ‘Ex-lid’, zegt hij zelf.

Natuurlijk heet hij niet echt Saleh. Dat is zomaar een naam die hij af en toe gebruikt. In zijn kringen is dat gebruikelijk. De opsporingsposters in Marawi staan vol met aliassen. Owayda Benito Marohomsar, bijvoorbeeld, wordt ook Humam genoemd, maar iedereen kent hem als Abu Dar. Op het hoofd van Abu Dar staat 3 miljoen pesos, zo’n 50 duizend euro. Dat maakt hem tot een van de duurste terroristen in de Filipijnen.

Soldaten van het Filipijnse leger op jacht naar IS-strijders Beeld Getty Images

Abu Dar is beroemd van een video waarop te zien is hoe tien leiders de overval op de stad beramen. Twee gebroeders Maute staan erop, en Isnilon Hapilon, de ‘emir’ van IS in de Filipijnen. Negen van de tien zijn dood. Alleen Abu Dar leeft nog. Hij is ontsnapt en leidt nu de hergroepering van wat er over is van IS.

In het huis van Farhana Maute werd Saleh geschoold. ‘Elke dag waren er preken. Het klonk allemaal heel goed. De imam vertelde dingen die andere imams ook vertelden.’ Saleh geloofde in de noodzaak van een jihad, een heilige oorlog. Die was nodig om de stichting van een islamitische heilstaat af te dwingen. ‘Ik dacht: als ik een paar kafirs doodschiet - een paar ongelovigen - dan nemen ze ons wel serieus.’

Hij overleefde, en ging op zoek naar andere overlevenden. Onlangs trof hij er een paar. ‘Ze vroegen me of ik weer mee wilde doen. Een nieuwe jihad, maar dan beter. Ze zeiden dat ze tweehonderd man in de jungle aan het trainen waren.’

Hij heeft nee gezegd, beweert hij. Toen zijn medestrijders gijzelaars begonnen te doden en kerken en scholen verwoestten, verloor hij zijn geloof in de strijd, zegt hij. ‘Dat was niet wat de profeet Mohammed mij had geleerd.’

Tips

Kolonel Brawner ziet een positieve kant aan de totale verwoesting van de binnenstad: die heeft de zwijgcultuur van de mensen doorbroken. ‘Dit is zo erg, dat willen de mensen niet nog een keer meemaken. Dus als ze nu iets verdachts zien of horen, komen ze dat melden. We hebben al een paar vuurgevechten met resterende groepjes terroristen gehad, die we konden opsporen dankzij een tip uit de bevolking.’

Brawners taak is het die bevolking nu te vriend te houden. Geen gemakkelijke taak als je checkpoints moet bemannen en jacht moet maken op de overlevende terroristen die alweer bezig zijn nieuwe strijders te ronselen. Brawner: ‘Ze ronselen onder weeskinderen, familieleden van gedode strijders en onder arme gezinnen. Vooral in Tent City.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.