Is Riwal met hulp bij bouw muur schuldig aan oorlogsmisdaden?

AMSTERDAM Achter gesloten deuren buigt het Openbaar Ministerie zich 'de komende maanden' over de onlangs in beslag genomen administratie van het hijskraanbedrijf Riwal. Zit daar bewijs tussen dat de firma uit Dordrecht medeplichtig is aan oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid, te weten: het willens en wetens verhuren van materieel aan Israël voor de bouw van de muur en een Joodse nederzetting op de bezette Palestijnse Westoever?

Het is pionierswerk voor het OM. Wereldwijd staat het vervolgen van bedrijven en zakenlieden wegens betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in de kinderschoenen, zegt Wim Huisman, hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.


Slechts zeventig serieuze beschuldigingen van dergelijke 'witteboordencriminaliteit' heeft hij na internationaal onderzoek kunnen vinden. Tot een proces is het zelden gekomen, laat staan tot een veroordeling. Nederland, zegt Huisman, loopt daarin voorop met de 17 jaar gevangenisstraf die Frans van Anraat in 2007 kreeg opgelegd wegens het leveren van grondstoffen voor gifgas aan Irak.


Maar het OM betreedt niet alleen onbekend terrein in de internationale rechtspleging, het begeeft zich ook in het mijnenveld van het Midden-Oostenconflict. Het maakt het Riwal-onderzoek 'spannend en gewaagd', zegt Huisman. 'Het gaat niet om betrokkenheid bij misdaden in Liberia of Irak, waar de meningen niet zo over verdeeld zijn.'


Sinds enkele jaren zoeken Palestijnse en buitenlandse mensenrechtenadvocaten manieren om de Israëlische bezetting van de Westoever en de Gazastrook langs juridische weg aan te pakken. Israël is gebeten op die 'lawfare' - een Engels neologisme voor 'oorlogsvoering met juridische middelen'. Jeruzalem oefent daarom ook meer of minder openlijke druk uit op landen die een 'intifada in de rechtzaal' faciliteren.


De inval van veertig rechercheurs bij Riwal viel vrijwel samen met het aantreden van het kabinet-Rutte, dat in zijn regeerakkoord juist stelde te willen 'investeren in de band met de staat Israël'. Coalitiegenoten Verhagen en Wilders - beiden verklaard vriend van Israël - dachten daarbij waarschijnlijk niet aan een strafzaak rond Israëlische oorlogsmisdaden.


Het OM opereert strikt onafhankelijk en Den Haag kan normaal gesproken geen druk uitoefenen om de zaak-Riwal van tafel te krijgen. Vrees voor achterkamertjes bij justitie is niet nodig, denkt Huisman. 'Als er ergens een stevig OM is, dan is dat in Nederland, mogelijk vanwege onze gidsrol in het internationaal recht.'


Het neemt niet weg dat het diplomatiek rond de zaak kan gaan stormen. Als voorbeeld geeft Huisman de zaak rond het Canadese energieconcern Talisman, dat ervan werd beschuldigd medeplichtig te zijn aan oorlogsmisdaden in Soedan. Toen een Amerikaanse rechtbank zich over die civiele zaak boog, drong de Canadese regering er openlijk bij de VS op aan daarmee op te houden. 'De Canadese druk had geen zichtbaar effect. Wel is de zaak uiteindelijk door de rechter niet ontvankelijk verklaard.'


Of het onderzoek naar Riwal ook tot een proces tegen het Dordtse bedrijf leidt, valt moeilijk te voorspellen. Een leidraad ontbreekt. 'Voor deze zaak zijn geen precedenten', zegt Marcel Brus, hoogleraar internationaal recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als het OM er brood in ziet, is het nog de vraag of de Nederlandse rechter zich bevoegd acht over zo'n internationaal getinte kwestie te oordelen.


Twee omvangrijke stappen zijn nodig voor een veroordeling. In de eerste plaats, zegt Brus, moet de bouw van de muur en nederzettingen tot een oorlogsmisdaad worden verklaard. 'Het Internationaal Gerechtshof heeft in 2004 geoordeeld dat ze in strijd zijn met het internationaal recht, maar dat is juridisch gesproken geen synoniem voor oorlogsmisdaad.'


De vervolgstap is dat moet worden aangetoond dat het verhuren van bouwkranen aan Israël door Riwal een daad van medeplichtigheid was. 'Dat zou een verstrekkend oordeel zijn. In theorie wordt dan iedere arbeider die aan de bouw heeft meegewerkt internationaal strafbaar.'


Maar wat de uitkomst ook is, het feit dat justitie de zaak zo grondig opneemt is een signaal aan bedrijven die hun diensten verkopen aan de Israëlische bezetting. Mogelijk bedenken zij zich in het vervolg een tweede keer. 'Alleen daarvoor is het dus al van waarde', zegt Brus. 'Als een rechter ooit de bouw van de muur en de nederzettingen tot internationaal misdrijf betitelt, heb je daar als bedrijf wel aan meegewerkt.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden