Column

Is 'nepparlement' een gevaarlijk woord?

De gedachte dat het woord 'nepparlement' heel gevaarlijk is, getuigt van weinig vertrouwen in de democratie.

Marjolein Faber (PVV) in de Eerste Kamer. Beeld anp

Oorlog in de senaat. Marjolein Faber (PVV) zegt dat de meeste burgers tegen asielzoekers zijn, terwijl de meeste parlementariërs juist voor opvang stemmen. Die laten zo hun kiezers in de steek, vindt Faber, en zijn dus eigenlijk 'nepvolksvertegenwoordigers'. Ankie Broekers-Knol grijpt in: het is de bijl aan de wortel van de democratie om te spreken van een nepvolksvertegenwoordiging, zegt de voorzitter. Ze vraagt Faber om het woord terug te nemen, maar die weigert dat. Er volgt een korte discussie, waarbij Broekers-Knol uiteindelijk zelfs de microfoon van Faber uitschakelt.

Achteraf prijst vrijwel iedereen het kordate optreden van Broekers-Knol. Maar waarom zou Faber eigenlijk niet van een nepparlement mogen spreken? Je kunt het schokkend en onaardig vinden, maar het gaat wel erg ver om haar te vragen het woord terug te nemen. Al was het maar - grappig detail - omdat ze het niet heeft gezegd. Faber ziet een heleboel 'nepvolksvertegenwoordigers', maar noemt nadrukkelijk niet het hele parlement nep. Een subtiel verschil, maar essentieel. Voorzitter Broekers-Knol maakt er helemaal zelf 'nepvolksvertegenwoordiging' van: ze legt een woord in de mond die ze snoert.

De reden voor dit overgretig ingrijpen, is natuurlijk dat PVV-baas Wilders vorige maand wel degelijk sprak van een nepparlement. Volgens velen kwam hij daar te makkelijk mee weg. Maar ook Wilders doelde met zijn uitspraak op het verschil tussen wat 'het volk' wil, in zijn ogen althans, en wat de meeste parlementariërs doen. De Kamer vertegenwoordigt de kiezer niet goed, vindt Wilders - vandaar de term nepparlement.

Volgens de grondwet is dat onmogelijk: het parlement spreekt per definitie voor het hele Nederlandse volk. Als het je niet bevalt wat er met jouw stem gebeurt, stem je de volgende keer op iemand anders. Zo werkt indirecte democratie.

Maar wat nou als het wáár is? Wat als parlementariërs willens en wetens het belang van anderen boven het belang van de mensen stellen die zij vertegenwoordigen? Zelfverrijking, nepotisme, onbeperkt vluchtelingen opnemen - het is subjectief waar je de grens trekt, maar als je vindt dat andere Kamerleden hun plicht verzuimen en het landsbelang schaden, moet je dat kunnen zeggen. Juist als Kamerlid, en juist in het belang van het staatsbestel.

De gedachte dat het woord 'nepparlement' heel gevaarlijk is, getuigt van weinig vertrouwen in de democratie. Alsof één scherpe pesterij de hele boel kan ontwortelen. Wat staat ons wel niet te wachten nu dit woord (vooral dankzij tegenstanders) toch is verspreid? Gaat 'het volk' nu nadenken over andere bestuursvormen? Bijvoorbeeld met heel veel referenda, of een systeem waarbij Maurice de Hond alles bepaalt?

Wie weet. Dat mag allemaal. En om het voor elkaar te krijgen, zal zo'n voorstel gewoon door het parlement moeten, waar het met alle mogelijke woorden kan worden bestreden. Als de microfoon maar aan staat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.