INTERVIEWKIM PUTTERS

Is Nederland socialer geworden dankzij corona? SCP-directeur Kim Putters betwijfelt het

Is Nederland tijdens drie maanden coronacrisis socialer geworden? Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, betwijfelt het. ‘De hulp die burgers elkaar nu bieden, is geen compensatie voor het bouwwerk dat door corona is weggeslagen.’

Kim Putters: ‘In dit stadium van de crisis speelt de schuldvraag nog een ondergeschikte rol.’Beeld Kiki Groot

Natuurlijk vindt Kim Putters (46) het, als privépersoon, plezierig dat Nederland uit de greep raakt van de ‘intelligente lockdown’. Hijzelf werd, volgens zijn partner althans, steeds chagrijniger nadat het zwembad waar hij dagelijks zijn baantjes trok had moeten sluiten. En hij mist de gang naar zijn werkplek in Den Haag, waar hij met collega’s ‘indringende gesprekken’ had die online – zo leert inmiddels de ervaring – niet kunnen worden gevoerd. 

En als híj al enige moeite had met de vrijheidsbeperking van de achterliggende maanden, vergt het weinig inlevingsvermogen om te beseffen hoe het moet zijn geweest voor de mensen ‘die met drie kinderen en één laptop in een krap bemeten flatje wonen’.

Maar als directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, SCP, vraagt hij zich af of de mogelijkheden die deze crisis biedt voor de herinrichting van de samenleving wel optimaal zullen worden benut als het gevoel van urgentie verdwijnt. ‘Twee weken geleden sprak ik hierover met David Halpern, mijn evenknie in het Verenigd Koninkrijk. En die zei: als je het besef wilt vasthouden dat grote hervormingen nodig zijn – bijvoorbeeld in de zorg, op de arbeidsmarkt en bij het versnellen van duurzame bedrijvigheid – dan moeten daar de komende twee maanden de zaadjes voor worden gelegd. Want bij een terugkeer naar de normaliteit, ook als die later bedrieglijk blijkt te zijn, zal het gevoel dat dingen écht anders moeten weer afvlakken. 

‘Met betrekking tot Nederland vraag ik mij af wat de invloed van de Kamerverkiezingen, begin volgend jaar, zal zijn op de dynamiek rondom de coronacrisis en de wenselijke hervormingen: óf we gaan het juist dáár over hebben, óf we menen ons ten onrechte de luxe te kunnen veroorloven om het daar níet over te hebben.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Heeft de maatschappelijke reactie op corona u verrast?

‘We hebben gezien dat een onvoorziene omstandigheid allerlei instituties en conventies onder druk kan zetten. Als je mij vier maanden geleden had gezegd dat we thuis zouden moeten blijven en dat we allerlei rechten zouden moeten inleveren, en dat al die beperkende maatregelen op een persconferentie worden afgekondigd, dan zou ik dat niet meteen hebben geloofd. Maar of dat met offervaardigheid heeft te maken? Ik weet niet of mensen aanvankelijk het idee hadden dat ze iets voor langere tijd opgaven. Zij hoopten met de inlevering van vrijheid die vrijheid ook weer heel snel terug te krijgen. In dat ‘samen’ waar de afgelopen maanden zo op werd gehamerd, lagen verwachtingen en een welbegrepen eigenbelang besloten.’

En daarvan is de houdbaarheid beperkt gebleken.

‘Het draagvlak is zeker aan erosie onderhevig, getuige de weerstand die de getroffen maatregelen toenemend oproepen. We hebben al in een vroeg stadium van de crisis gezegd dat onze gehechtheid aan vrijheid gaat schuren met de offervaardigheid die van ons wordt verlangd. Niet alleen omdat het allemaal wat lang duurt en omdat het wat ongemakkelijk wordt als de zon gaat schijnen, maar ook omdat er groepen in de samenleving zijn die zich niet aan die anderhalve meter kunnen houden – verstandelijk gehandicapten, dementerenden, mensen in de zorg. Er zijn ook mensen die het risico niet zo zien. En mensen die denken: als die mensen dicht bij elkaar aan een tafeltje zitten, kan ik het ook wel doen. Al deze varianten liggen onder de oppervlakte van ‘we doen het met z’n allen’.’

In hoeverre onderscheidt deze crisis zich van die van 2008 en de daarop volgende jaren?

‘Die crisis, feitelijk een keten van crises, had een meer sluimerend karakter. Daar raakten mensen meer door ontmoedigd dan door de plotselinge crisis van dit moment. De bankencrisis voedde ook het wantrouwen tegen de instituties. Dat is vooralsnog niet, of in mindere mate, het effect van de coronacrisis. Niemand geeft Mark Rutte of de banken de schuld van corona. Natuurlijk zullen de instituties bij zichzelf te rade moeten gaan of ze adequaat op de crisis hebben gereageerd, maar in dit stadium van de crisis speelt de schuldvraag nog een ondergeschikte rol.’

Lagen er bij het SCP scenario’s in de kast voor de maatschappelijke gevolgen van een pandemie?

‘Daarover hebben we niet specifiek nagedacht. Dat ligt ook meer op de weg van het RIVM en het CPB: die hadden eerder wel scenario-achtig onderzoek gedaan naar de gevolgen van een pandemie voor respectievelijk de volksgezondheid en de economie. Dat zijn de domeinen waar de gevolgen van corona ook veel eerder zichtbaar zijn. 

‘De pandemie heeft cycli met uiteenlopende snelheden ontketend. Dit najaar, als het CPB ongetwijfeld zwaar weer voor de economie aankondigt, zullen de armoedecijfers in De Sociale Staat van Nederland die wij publiceren nog geen alarmerende aanblik bieden. De sociale impact van corona zal pas over een jaar of twee in zijn volle omvang zichtbaar zijn, als het virus hopelijk met succes is bestreden, en als de economie weer groeit.’

Al die opgewekte verhalen over mensen die elkaar zo fijn zijn gaan helpen, zijn dus nogal voorbarig.

‘De tijd zal het leren. Corona heeft zeker hulpvaardigheid ontketend. En het is mooi dat het kabinet nu wijst op het belang van sociale cohesie. Maar de hulp die burgers elkaar nu bieden, is geen compensatie voor het bouwwerk dat door corona is weggeslagen. Een winstwaarschuwing is dus zeker op z’n plaats. 

‘Het is allemaal prachtig: online contacten onderhouden, bij de buurvrouw vragen hoe het ermee is. Maar we moeten niet vergeten dat vóór corona meer dan 4 miljoen mensen mantelzorg verleenden. Heel veel van die mantelhulp is nu stilgevallen. Het zou al heel mooi zijn als deze groep de mantelzorg zou kunnen hervatten. En dan heb ik het nog niet eens over de sportverenigingen en de andere plekken van vrijwilligerswerk die de laatste maanden door de neveneffecten van corona zijn geraakt. 

‘We hebben het de laatste tijd vaak horen zeggen: we delen meer met elkaar dan we dachten. Maar we kunnen er niet zomaar van uitgaan dat dit duurzaam is.’

Maar de burgers kijken niet alleen naar elkaar, ze kijken ook verwachtingsvol naar de overheid.

‘Herman Tjeenk Willink (voormalig vicepresident van de Raad van State, red.) stelde in dat verband onlangs bij Buitenhof een vraag aan de orde waar ik eerder nog niemand over had gehoord: kan de overheid dit allemaal wel aan? Dan heb je het niet over de vraag of overbruggingsuitkeringen ten onrechte zijn verstrekt, of dat je wankele bedrijven moet blijven steunen. Die vragen waren allemaal nog wel te voorzien. 

‘Maar als we in de publieke dienstverlening meer van de overheid gaan verwachten, moeten we ons wel realiseren dat in de uitvoering dingen misgaan. Dat vergt investeren, samenwerken en vanuit de burger denken. In een land waar overheid, maatschappelijk veld en markt altijd een zekere machtsverdeling zijn overeengekomen, kan de overheid echter niet een te grote broek aantrekken. 

‘De verzorgingsstaat was de grote uitzondering op de regel van een overheid op afstand. In Nederland draaide het bij de inrichting van de samenleving om burgerschap. De overheid is in het maatschappelijk leven pas gaandeweg een grotere rol gaan spelen, om zich vervolgens – vanaf de jaren zeventig – weer vergaand terug te trekken. In het licht van de geschiedenis zou je dat als normalisering kunnen aanmerken. De grote vraag is nu: keert de overheid terug op het terrein dat ze had verlaten, herpakken de maatschappelijke organisaties zich, of pakt de markt die rol? Het past niet bij de geschiedenis van Nederland om dit allemaal aan de overheid over te laten.’

Daarvan lijken veel Nederlanders zich niet bewust te zijn.

‘We keken wel naar de overheid, maar die overheid heeft op haar beurt sterk op de professionals geleund. In die zin lijkt Nederland op de Scandinavische landen. We zijn het zuidelijkste Scandinavische land als het gaat over individuele vrijheid, gelijkheid, menswaardigheid. Als het gaat om de rol van de overheid staan we met één been in het Scandinavische cluster, en met één been in de Angelsaksische wereld: een beetje dimmen met die overheid. 

‘We willen keuze hebben. Maar we willen ook dingen samen doen met die overheid. Die worsteling zie je permanent terug in de politiek. In de zorg volgen we zo lang mogelijk de protocollen. We volgen de professionele route. We laveren tussen overheidspaternalisme en de vrees dat de overheid mensenlevens onvoldoende beschermt.’

En zo krijg je een intelligente lockdown.

‘Of de lockdown intelligent was, weet ik niet: de aanpak paste simpelweg bij de Nederlandse cultuur. Hij was de uitkomst van een weging van belangen, waarbij het belang van mensenlevens zwaar heeft gewogen. Maar dat belang is tot dusverre te weinig gekoppeld aan de vraag hoe we onze samenleving inrichten. 

‘De vraag ‘wie vangt dit op?’ is nu echt wel heel urgent. Met betrekking tot de Participatiewet was vorig jaar onze harde constatering dat niet meer, maar minder mensen met een beperking aan het werk komen, dat – áls ze aan het werk komen – ze meestal in tijdelijke contracten terechtkomen. Ik heb nog niemand de vraag horen stellen hoe het nu, na ruim drie maanden corona, met die mensen staat. De kans is groot dat deze mensen hun werk zijn kwijtgeraakt, en dat het heel moeilijk zal zijn om hen weer aan het werk te krijgen als ze er een jaar zijn uit geweest. 

‘Er wás al een crisis, en die heeft zich onder invloed van corona verder verdiept. Als het gaat om kwetsbare groepen, zijn er een paar in beeld – verpleeghuizen, jongeren die nu leerachterstanden oplopen. Maar mensen die al aan de kant stonden, kunnen nu helemaal buiten beeld raken. Zij zullen pas zichtbaar worden als het stof van de coronacrisis is gaan liggen.’

Stel: het kabinet vraagt van u een verlanglijstje met drie punten. Welke zouden dat zijn?

We hebben onlangs, samen met de andere planbureaus, onze adviezen al aan het kabinet voorgelegd. Als ik er drie punten uit zou moeten halen, dan zou ik als eerste punt noemen dat beslissingen op de korte termijn worden verbonden met hervormingen van de toekomst. Benut de kansen die er ook zijn. Investeer bijvoorbeeld in bedrijven die duurzaam werken en investeer in nieuwe technologie. 

‘De hervorming van de arbeidsmarkt is zeker zo belangrijk. Dan gaat het ook om het om- en bijscholen naar beroepen die de komende jaren hard nodig zijn. Dat is vooral nodig voor mbo’ers en oudere werknemers. Flexwerkers zou meer zekerheid moeten worden geboden. Hiervoor liggen er al concrete plannen, bijvoorbeeld het rapport van de commissie-Borstlap. 

‘Een derde punt is het beschermen van kwetsbare groepen. Ik noemde al de mensen met een arbeidsbeperking, maar denk ook aan jongeren die te maken hebben met de jeugdzorg of alleenstaande ouderen die hulp nodig hebben.  Uiteraard is het nu aan de politiek om op basis van onze adviezen de beslissingen te nemen en de uiteenlopende belangen tegen elkaar af te wegen.’

Invloedrijkste Nederlander

De bestuurskundige Kim Putters (geboren op 22 september 1973) is sinds 2013 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, een van de belangrijkste adviesorganen van het kabinet. Hij is als bijzonder hoogleraar Beleid en Sturing van de Zorg in de Veranderende Verzorgingsstaat verbonden aan de Erasmus Universiteit. Hij is bestuurslid van het Oranjefonds en van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, en hij is kroonlid van de SER. Vorig jaar wees de Volkskrant hem aan als de invloedrijkste Nederlander.

Lees ook

In 2019 stond Kim Putters op één in de Volkskrant Top 200, de lijst met de meest invloedrijkste Nederlanders.  Bekijk hier de gehele lijst en ontdek wie in Nederland aan de touwtjes trekken. 

Om onrust in de samenleving te beteugelen en stappen vooruit te zetten heeft Nederland een nieuw perspectief nodig, betoogden Kim Putters en Feike Sijbesma, de nummer twee in de Volkskrant Top 200,  begin 2020. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden