Is Mark Rutte klaar voor het Torentje?

Er lijkt nauwelijks nog iets mis te kunnen gaan voor Mark Rutte. De voorman van de VVD wint alle peilingen en troeft zijn tegenstanders in debatten af....

Staat er binnenkort een bloempot met bromelia’s in het Torentje? Mark Rutte kreeg de tropische bloeiers deze week na een flitsbezoek aan een sierteeltbedrijf bij Aalsmeer. ‘Deze planten houden het langer uit dan de kabinetsformatie’, verzekert Jan Bunnik, die zijn bedrijf in De Kwakel heeft overgedragen aan zijn zonen Siegfried en Björn.

‘Hé super, man! Bedankt!’, roept Rutte joviaal. De rondleiding in de kwekerij vindt hij ‘grote klasse! Top!’

Met zijn informele omgangsvormen (‘Zeg maar Mark!’) klinkt Rutte soms eerder als student dan als staatsman. Bij een partijcongres in Rotterdam, waar hij in de snikhete zaal op het podium zijn jasje uitdeed, volgde een subtiel seintje van zijn staf: weer aantrekken, daar houdt de achterban niet van.

‘Een man van vlees en bloed’, oordeelt bromeliakweker Björn Bunnik, als Rutte is vertrokken met de kamerplanten.

‘Ik verbaasde me over zijn sectorkennis’, vult broer Siegfried aan.

Björn: ‘Ik heb vertrouwen in hem.’

Siegfried: ‘Hij is ontspannen.’

Diezelfde avond dineerde Rutte met partijgenoot Gerrit Zalm. ‘Regeerakkoord en kabinetsformatie’ waren ‘de hoofdonderwerpen’, schrijft de topman van ABN Amro op zijn interne weblog. Oud-vicepremier Zalm is meermalen betrokken geweest bij regeerakkoorden en kabinetsformaties. ‘Als de voortekenen niet bedriegen, zal dit voor Mark Rutte binnenkort de eerste keer zijn.’

Mark Rutte is in bloedvorm. Nog maar anderhalve week voor de verkiezingen lijkt voor de liberale lijsttrekker werkelijk alles mee te zitten: zijn energie, zijn boodschap, zijn entourage, de tv-debatten. En de peilingen. Nog maar kortgeleden was dat heel anders.

De vraag is niet langer óf hij de volgende minister-president wordt, maar wat hem daar nog van kan weerhouden. Ook voor de zelfverzekerde Rutte is het razendsnel gegaan. In april, bij de presentatie van het verkiezingsprogramma Orde op zaken, antwoordde hij nog voorzichtig en met duidelijke tegenzin op de premiersvraag: ‘Wij komen van heel ver en gaan met de hoed in de hand naar de kiezer. Als wij de premier leveren, ben ík kandidaat of iemand anders.’

Nu zegt hij zonder terughoudendheid: ik ben de kandidaat voor het Torentje. Dat de populaire eurocommissaris Neelie Kroes óók wordt genoemd, maakt de partij alleen maar groter.

’t Kan verkeren. Het vertrek van Geert Wilders en Rita Verdonk heeft diepe sporen nagelaten. Volhardend moest Rutte bouwen aan zijn eigen imago en aan de herpositionering van zijn partij. In de zomer van 2008 schreef hij in zijn eentje een nieuwe beginselverklaring.

Rutte betoogt daarin dat de staat geen geluksmachine is die de burger moet behoeden voor elk risico in het leven. Hij bepleit een ‘kleine, krachtige staat’ met fors minder ambtenaren, die zich niet bemoeit met de vraag of een vrachtwagenchauffeur mag roken in zijn eigen cabine, en die niet van elk kind een elektronisch dossier aanlegt. Hoog opgeleide kenniswerkers zijn welkom in Nederland, kansarme migranten niet.

Beslist zei Rutte in augustus 2008 in de Volkskrant wel ‘klaar’ te zijn ‘met de suggestie dat ik met dit beginselprogramma zou willen bewijzen de baas van de VVD te zijn, en geen links watje’.

Maar met het politiek gevoelige onderwerp integratie en immigratie hield de partij het wél moeilijk. Zei Rutte er iets over, dan werd hem aangewreven Wilders light te zijn. Vaak hield Rutte als enige fractievoorzitter in de Tweede Kamer zijn mond bij felle uithalen van Wilders (‘Die grijs gedraaide plaat van Wilders kennen we nu wel’), zoals bij diens pleidooi voor de kopvoddentaks. Het kwam Rutte vaak op het verwijt te staan oud-partijgenoot Wilders domweg niet aan te kunnen.

Ruttes pleidooi in mei 2009 voor de vrijheid van meningsuiting was bedoeld om de Partij voor de Vrijheid wind uit de zeilen te nemen. Maar het werd een publicitaire uitglijder, toen Rutte zei dat je ook de Holocaust mocht ontkennen. ‘Als iemand meent dat de Holocaust niet heeft plaats gevonden – terwijl er bibliotheken vol liggen met bewijs – moet hij dat kunnen zeggen.’

De peilingen bleven er somber uitzien voor de VVD, zolang de ‘massa-immigratie’ van de PVV het debat domineerde. De PVV en D66 aten de VVD leeg.

Maar hoe slechter het economisch ging, hoe beter de liberalen er voor kwamen te staan. Terecht claimt Rutte daar als eerste hard voor te hebben gewaarschuwd. Hij had niets met het optimisme van premier Balkenende (CDA) en vicepremier Bos (PvdA). De oplopende staatsschuld is ironisch genoeg een geschenk uit de hemel geworden voor Rutte. Economie is zijn thema.

Het eerste tastbare succes was in november 2009, bij de gemeenteraadsverkiezing in Venlo. In de geboorteplaats van Wilders werd de VVD de grootste partij. De PVV deed er weliswaar niet mee, maar het signaal was duidelijk. Dit voorjaar volgde in meer gemeenten een mooie uitslag in de lokale verkiezingen. In een stad als Den Bosch stak de VVD het CDA de loef af. Intussen was in februari het kabinet Balkenende IV gevallen. Precies toen Rutte er klaar voor was.

Maar toch, zegt een liberaal Kamerlid: ‘Ik heb geen sluitende verklaring voor ons succes. Ik zie geen wezenlijk andere Rutte dan vier jaar terug. Blijkbaar leren de mensen de echte Mark nu pas kennen en waarderen.’

De VVD had in het verleden tal van ‘premierwaardige’ kopstukken: van de opgewekte Hans Dijkstal tot de intellectuele Frits Bolkestein, van rekenmeester Gerrit Zalm tot de flamboyante Hans Wiegel (‘Ik ben de beste minister-president die Nederland nooit heeft gehad’).

Onder Wiegel maakte de VVD een grote electorale klap. In 1977 bracht hij de liberalen van 22 naar 28 zetels. PvdA’er Joop den Uyl kon geen kabinet formeren met het CDA en zo werd Wiegel vicepremier onder Dries van Agt.

In 1982 voerde Ed Nijpels de VVD aan met de slogan Gewoon jezelf kunnen zijn. Dit Veronica-liberalisme sloeg aan – de VVD schoot met tien zetels omhoog naar 36. Deze historische grootste winst werd verzilverd met regeringsdeelname aan het eerste kabinet-Lubbers.

Frits Bolkestein boekte in 1998 de grootste uitslag voor de liberalen: van 31 naar 38 zetels. De partij regeerde verder in Paars II.

Maar onder Wiegel, Nijpels en Bolkestein bleef de VVD telkens de derde partij na het CDA en de PvdA. De eerste keer dat de VVD de grootste leek te worden, was in november 2001. Hans Dijkstal kreeg al vragen over het premierschap, toen de liberale droom ruw werd verstoord door de opmars van Pim Fortuyn.

Lukt het op 9 juni dan wel? Mark Rutte kan zowel het VVD-record breken van de grootste winst (de tien zetels van Nijpels in 1982) en van de beste uitslag (die van Bolkestein, 38 zetels in 1998).

De partij verkeert in een roes. Een lid van het campagneteam, deze week bij een glas bier: ‘Ik wou dat we nu met een bootje vertrokken, over twee weken terugkwamen en de peilingen werkelijkheid bleken: dat we de grootste zijn...’

Is Rutte klaar voor het Torentje? VVD-coryfee Hans Wiegel zegt het niet te weten. ‘Je weet pas of je een goede premier kunt zijn als je het doet. Hij durft het aan, dat is het begin. Als hij er als lijsttrekker in slaagt van de VVD de grootste te maken, moet niemand in de partij roepen dat hij toch beter de fractievoorzitter kan blijven.’

Wiegel vindt Rutte met 43 jaar niet te jong. ‘Toen ik als 36-jarige vicepremier werd, kreeg ik ook te horen dat ik het beter niet kon doen. Maar ik wilde gewoon weten of ik het achter de regeringstafel ook kon.’

‘Er bestaan geen minimumeisen voor het premierschap’, beaamt Henk te Velde, die als hoogleraar onderzoek heeft gedaan naar politiek leiderschap. Maar Te Velde vond het ‘zwak’ toen Rutte in een debat zei dat hij ervaring had als staatssecretaris. ‘Want na de oorlog is er voor Balkenende nog nooit iemand premier geworden met bestuurlijk alleen die achtergrond. Hij had beter kunnen zeggen: toen ik leider werd van de VVD, stond de partij er slecht voor, en nu is het een blakende club.’

Toch zou wat Te Velde betreft Neelie Kroes geen gek alternatief zijn. ‘Rutte heeft niet het soort uitstraling dat we in Nederland graag op die plek zien. Cohen wel, en die heeft ook bestuurlijk ervaring. Dat mist Rutte toch ook. Bij Balkenende hebben we gezien dat hij het daarmee vrij moeilijk had.’

Er zijn overeenkomsten tussen de meeste premiers van de laatste vijftig jaar. Hun bestuurlijke ervaring bestond eruit dat zij allemaal minister waren geweest, op Balkenende na: de demissionaire premier was financieel specialist van de CDA-fractie en fractievoorzitter voor hij begon als minister-president. Hij had veel steun nodig van oud-premier Ruud Lubbers en van zijn minister van Justitie, Piet Hein Donner. Hij leidde vier kabinetten met een gemiddelde levensduur van twee jaar. Balkenende was duidelijk geen crisismanager.

Andere minister-presidenten hadden een steviger achtergrond. Lubbers was directeur van een staalbedrijf, minister van Economische Zaken en fractievoorzitter.

Wim Kok was vakbondsleider van de FNV, transformeerde de oppositionele PvdA-fractie naar een regeringspartij en werd eerst minister van Financiën, voordat hij het Torentje zijn werkkamer mocht noemen.

Rutte was staatssecretaris op twee departementen: Sociale Zaken en Onderwijs. Hij werkte daarvoor als human resources manager, personeelsbaas, bij Unilever. En Rutte bleef als politiek leider van de VVD overeind op moeilijke momenten, zoals tijdens de lange machtsstrijd met Rita Verdonk. Zij werd uiteindelijk door Rutte uit de partij gezet.

‘Als premier moet je een zekere loutering hebben ondergaan. Dat heeft Mark’, vindt PvdA’er Peter Rehwinkel, de burgemeester van Groningen die promoveerde op de positie van de minister-president. ‘Hij heeft zes zetels verloren in 2006 en moest lang vechten om zijn politiek leiderschap te vestigen. Oók na de strijd met Verdonk. Hij is van ver gekomen: vorig jaar zomer stond hij nog op 6 procent als ideale premier.’

Voor elke leider geldt dat het eenzaam is aan de top. Maar het kan nog een beetje eenzamer. Als Rutte minister-president wordt, verschijnt er vooralsnog geen herziene editie van het boek Getrouwd met de premier. Dan komt er voor het eerst een vrijgezel in het Catshuis, de ambtswoning van de premier.

Rehwinkel: ‘Het is opmerkelijk dat hij de eerste minister-president zonder relatie lijkt te worden. Oud-directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst Hans van der Voet zei ooit dat je als premier een stabiele relatie moet hebben. Maar Rutte heeft echt zijn klankborden wel om zich heen. Het is ongewoon, maar het is niet gezegd dat je zonder relatie geen goeie premier kan zijn.’

Vijf jaar geleden was zijn status als vrijgezel nog een thema in de verkiezingscampagne, maar dit keer kan hij aanschuiven bij gezellige tv-programma’s als Koffietijd zonder dat het punt wordt aangeroerd.

Rutte, in 2006 in de Volkskrant: ‘Ik ben wel gestrikt door vrouwen, maar ik wil niet samenwonen. En de vrouwen in mijn leven wilden dat wel, settelen met kinderen en zo. Dat wil ik niet. Sorry, dat gaat gewoon even niet gebeuren. Ik vind het leuk om alleen te wonen. Nee, laat ik het zo zeggen: ik vind het heerlijk om alleen te zijn. En voor mij is geluk niet samen met een vrouw in een huis. Nu niet. Het kan een keertje gebeuren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden