Column

Is iemand begraven in de achtertuin wel natuurlijk?

Met veel belangstelling las ik gisteren in deze krant de reportage van Caspar Janssen over natuurbegraven. De belangstelling daarvoor is groeiende en bijna had ik geschreven dat de natuurbegraafplaatsen als paddestoelen uit de grond schieten.

Een lijkwagen bij natuurbegraafplaats de Heidepol in Schaarsbergen, Gelderland. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Een lijkwagen bij natuurbegraafplaats de Heidepol in Schaarsbergen, Gelderland.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Om toch maar even door te gaan: niet alleen armlastige landeigenaren, maar ook Natuurmonumenten hebben een gat in de markt ontdekt. Zoals mensen tegenwoordig graag natuurlijke producten consumeren, zo willen zij ook graag worden begraven in een natuurlijke omgeving.

Maar ja, hoe gaan die dingen? Wie in de buurt van zo'n beoogde natuurbegraafplaats woont, ziet zijn (of haar) gemoedsrust danig verstoord door een stoet van rouwenden die met dagelijkse regelmaat langstrekt. Het eerste spandoek met de tekst 'Natuurbegraven brengt een grafstemming in het bos' is al gesignaleerd.

Eerlijk gezegd voel ik wel mee met degenen die al die lijken liever zien vertrekken uit hun achtertuin, want wat is natuur nog in dit land? Bijna niets van wat wij in Nederland als natuur beschouwen is werkelijk natuur. In de 20ste eeuw waren 'fascisme' en 'fascistisch' de meest misbruikte woorden, in de 21ste eeuw zullen dat 'natuur' en 'natuurlijk' zijn.

(Tekst gaat verder onder foto)

null Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Dat ik het stuk van Casper Janssen met buitengewone belangstelling las, komt door mijn grootvader Mozes Pam, die op 22 december 1919 in De Kroon op het Amsterdamse Rembrandt-plein met een groep gelijkgezinden de oprichtingsvergadering bijwoonde van de Arbeiders Vereeniging voor Lijkverbranding (AVVL). Cremeren was toen nog bij wet verboden, al werd het oogluikend toegestaan. Een maand eerder had mijn grootvader meegelopen met de kist waarin Domela Nieuwenhuis - de vader der arbeiders - naar het gedoogde crematorium van Westerveld werd gebracht.

Crematie was destijds onlosmakelijk verbonden met de verheffing van de arbeider. De arbeidersklasse had haar eigen culturele instellingen, zoals kranten en tijdschriften, uitgeverijen en bibliotheken, muziekverenigingen en botaniseerclubs, en natuurlijk de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC). Een crematievereniging hoorde daarbij, want socialisten vonden begraven een onhygiënische gewoonte die ziektekiemen voortbrengt. Dat hele begraven, meenden zij, ging in tegen het gezonde verstand, een opvatting waarmee zij lijnrecht kwamen te staan tegenover wat in christelijke en Joodse kringen doorgaans werd beleden. Opgevreten worden door wormen vond de religieuzen doorgaans natuurlijker dan het verbranden van het lichaam. Ook dacht men dat de ziel meer zou lijden onder het vuur dan onder de verstikkende aarde.

Mijn grootvader ontwikkelde zich tot een gedreven 'cremist'. Hij werd redacteur van het blad De Urn, schreef pamfletten en open brieven aan verantwoordelijke ministers en reisde Nederland rond om lezingen te geven over de voordelen van het reine cremeren boven dat smerige begraven. Hij behoorde ook tot degenen die in de jaren dertig de opdracht gaven om een propagandafilm te maken over cremeren. Daarin werden de schaduwzijden van het begraven zo levensecht getoond dat de censuur ingreep - die bestond toen nog voor films - en de vertoning verbood zo lang er beelden te zien waren die door voorstanders van het begraven als kwetsend werden ervaren.

Uiteraard kreeg Mozes Pam het ook aan de stok met rabbijnen. Zo ontwikkelde zich tussen hem en rabbijn Ph. Coppenhagen een felle polemiek over de vraag of het Joodse geloof de crematie verbiedt. De rabbijn meende dat het verbranden van een lijk 'het vernietigen is van een door de Godheid geschapen vorm', hetgeen neerkomt op 'een vergrijp tegen Gods schepping'. Mijn grootvader was het daar niet mee eens en hij verwees naar foto's van opgegraven lijken. Als je nou iets het vernietigen van een door de Godheid geschapen vorm kon noemen, dan was het wel zo'n half vergaan lichaam, getrokken uit de modder. Waaraan mijn grootvader nog toevoegde: 'Ik zie ook liever een mooi schilderij van Israels'.

Toen de na de oorlog de klassenstrijd was gestreden en ook arbeiders biefstuk gingen eten, werd de naam van de AVVL veranderd in de Algemene Vereniging voor Lijkverbranding. Tegenwoordig heten ze Yarden, wat verwijst naar de rivier de Jordaan, die wij eens allemaal zullen afzakken. Yarden verzorgt tegenwoordig ook begrafenissen en, wie weet, misschien zelfs natuurbegrafenissen.

Mijn grootvader werd in 1943 onvrijwillig gecremeerd in het vernietigingskamp Sobibor.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden