ANALYSE

Is het verheffingsideaal uit de tijd?

De Tweede Kamer praat woensdag over het jaarverslag van de onderwijsinspectie. En dat is niet mals: hoog- en laagopgeleid bewegen zich van elkaar af. Het begin van een fatale tweedeling?

Middelbare school in Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het is wreed. Vier jaar PvdA in de regering en wat constateert de Inspectie? De ongelijkheid in het onderwijs neemt toe. Uitgerekend de emancipatiemotor bij uitstek hapert. Het staat in het in april verschenen jaarverslag van de Inspectie van het Onderwijs en de Kamer debatteert er vandaag voor het eerst over met de beide bewindslieden, minister Jet Bussemaker (PvdA) en staatssecretaris Sander Dekker (VVD).

Dat het sociaal-democratische verheffingsideaal wordt bedreigd, is een hard gelag voor de PvdA. De oppositie zal het er vandaag zo hard mogelijk inwrijven. Heeft de partij dan toch de oren teveel naar de VVD laten hangen? Heeft dat geleid tot 'tweedeling', zoals de SP stelt? Of is eerder sprake van autonome ontwikkelingen, waaraan de partij niet zoveel kan doen?

Vaststaat dat er trends in de samenleving zijn waarop de politiek weinig invloed heeft. Hogeropgeleiden trouwen met hogeropgeleiden. Hun kinderen gaan naar scholen waar ouders actief participeren. Ze willen het beste voor hun kind, zitten er bovenop. Blijven kinderen achter, dan kopen deze ouders huiswerkbegeleiding in. Doorstroming naar de universiteit is het doel. Daar wachten - naar liberale wens - steeds meer university colleges, waar ruimte is voor excellentie.

Kwetsbare sociale milieus

Hoe anders liggen de kansen voor kinderen die opgroeien in de meer kwetsbare sociale milieus. Die gaan vaak niet naar dezelfde scholen. 'Het verschil in scholen onderling neemt toe', zei Monique Vogelzang, de inspecteur-generaal van het Onderwijs, eind april in de Kamer bij het verschijnen van haar rapport. Ze sprak van sterke en zwakke scholen. Op die laatste categorie voelt soms tot wel 25 procent van de leerlingen zich onveilig.

Hoe kan het onderwijs weer 'brede groepen meenemen', waarin het van oudsher zo goed was? Dat is de vraag waarvoor de Kamer zich gesteld ziet. Helaas is een eenduidig antwoord niet te geven. Dat blijkt wel uit andere kloeke studies, die nog weer na het Inspectierapport verschenen. De OESO lichtte het hele Nederlandse onderwijs door en concludeerde dat het er door de bank genomen best goed voor staat.

De Europese organisatie nuanceerde in feite de bevindingen van de Inspectie. In vergelijking tot andere landen worden kinderen uit alle sociale lagen bereikt en steken ze wat op. Wel zijn veel leerlingen slecht gemotiveerd en de klassen onordelijk.

Een middelbare school in Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Pijnpunt

Daar komt een pijnpunt tevoorschijn: te weinig uitdaging voor de slimsten. Maar het politieke antwoord daarop is vooral een kwestie van maatschappijvisie, bleek deze week uit alweer een nieuw rapport, van dit keer het Centraal Planbureau (CPB). Leerlingen gedijen het best in homogene klassen, met kinderen van hetzelfde niveau. Maar zo wordt het primaire onderwijs bij voorkeur niet ingericht. De huidige selectie bij 12 jaar in het voortgezet onderwijs wordt al als te vroeg ervaren.

Door alle plannen van politieke partijen die dezer dagen over elkaar heen buitelen, loopt een rode draad: meer aandacht voor de positie van de leraar. Een docent moet maximaal 20 uur per week lesgeven op de middelbare school, heeft de Kamer onlangs op initiatief van D66 bepaald. Dan heeft hij meer tijd om die lessen voor te bereiden, kan hij coaching krijgen en zal hij dus een betere leraar worden.

Die leraar hoeft niet zozeer het hoogst denkbare opleidingsniveau te hebben, als hij maar sociaal vaardig is, schrijft het CPB. Zeker op de basisschool. Want omdat de klassen daar heterogeen zijn, moet een leraar meerdere registers kunnen bespelen. Hij moet kunnen 'differentiëren'. En hij moet aan het eind van de rit een onafhankelijk schooladvies geven, los van de achtergrond van de ouders. Volgens de Inspectie gebeurt dat nu, waarschijnlijk onbewust, niet altijd.

Een middelbare school in Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

CPB-rapport zaait voornamelijk twijfel

Presteren basisschoolkinderen beter als ze worden gesorteerd in parallelklassen van verschillende niveaus? Dat is zeer onzeker, menen wetenschappers. En ze hadden wel meer aan te merken op het lijvige onderwijsrapport dat het Centraal Planbureau deze week presenteerde. Het CPB zelf staat nog vierkant achter de publicatie.

In de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen zal naast de leraar ongetwijfeld de voorschoolse educatie een prominente plaats krijgen. Die is niet voor alle leerlingen zinvol, maar wel voor kinderen die al op heel vroege leeftijd een leerachterstand hebben.

Wat de bewindslieden in elk geval hebben bereikt, is dat het onderwijs weer politieke prioriteit heeft. Een prioriteit die al snel miljarden euro's extra kost, want in het onderwijs geldt per definitie de wet van de grote getallen. Ook daarmee kunnen de verkiezingsprogramma's alvast rekening houden.

Een middelbare school in Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden