Analyse Studiefinanciering

Is het sociaal leenstelsel voor studenten echt asociaal?

‘Asociaal’ en ‘verrot’ noemde GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil het ‘sociaal leenstelsel’ deze week. In 2015 is de basisbeurs vervangen door een studielening. Door de ommezwaai van GroenLinks is er geen politieke meerderheid meer voor. De belangrijkste bezwaren tegen het sociaal leenstelsel op een rijtje.

Beeld Getty Images/Cultura RF

1. Het sociaal leenstelsel is asociaal

Studeren wordt weer voor de rijken, waarschuwden critici in 2015. Dat is niet gebeurd: de toestroom naar hogescholen en universiteiten is alleen maar verder gegroeid. Ook de doorstroom van mbo naar hbo, belangrijk voor de laagste inkomensgroepen, is gestegen.

De meeste studenten laten zich niet afschrikken door een studielening, blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Of hun ouders nu rijk zijn of een bescheiden inkomen hebben, blijkt daarbij geen rol te spelen. Er is wel een belangrijke uitzondering: het aantal havisten uit een bijstandsgezin dat naar het hbo doorstroomt is met 10 procent gedaald. Weliswaar ging in 2015 de aanvullende beurs voor studenten uit de gezinnen met de laagste inkomens met ongeveer honderd euro omhoog naar 365 euro, maar doordat de basisbeurs verdween, is de armere student er netto op achteruit gegaan.

‘Alleen voor de allerarmsten is dit stelsel asocialer’, zegt Hans Vossensteyn, onderzoeker naar onderwijsbeleid aan de Universiteit Twente. Hij was zelf betrokken bij de invoering van het stelsel, maar noemt het fout dat armere studenten minder financiële steun krijgen. ‘Zij hebben juist dat extra duwtje nodig. Bij hen is de angst om te lenen het grootst.’

2. Studieleningen leiden tot stress

Volgens een onderzoek van Motivaction in opdracht van het Interstedelijk Studenten Overleg leiden studieleningen tot veel stress bij studenten: 60 procent zegt regelmatig stress te ervaren, 40 procent spreekt over ‘emotionele uitputting’. Ook andere onderzoekers en studentenpsychologen rapporteren veel stress, depressie en andere psychische problemen onder studenten.

Volgens minister Van Engelshoven van Onderwijs kan die stress niet worden toegeschreven aan één factor, de studieschuld, maar aan een opeenstapeling van factoren, zoals de hoge eisen die studenten zichzelf opleggen, de onderlinge concurrentie en de invloed van sociale media. Binnenkort zal het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een groot onderzoek naar stress onder studenten presenteren.

De meeste studenten lijden in elk geval niet aan leenangst, constateerde het Nibud in een onderzoek uit 2017. Lenen is steeds gewoner worden. In 2017 ervoer 12 procent de studieschuld als een probleem, in 2015 was dat nog bijna 30 procent.

3. De studieschuld brengt toekomst in gevaar

Ook vóór 2015 maakten studenten schulden. Met 270 euro was de basisbeurs bij lange na niet genoeg om de studie en het studentenleven te bekostigen. Na invoering van het leenstelsel is de gemiddelde schuld van Nederlanders wel flink gestegen. In 2014 lag die nog op 14 duizend euro, inmiddels is het gemiddelde bedrag gestegen naar 21 duizend. De verwachting is dat die stijging doorzet.

Met de invoering van het sociaal leenstelsel zijn de terugbetalingsvoorwaarden wel versoepeld. Moest een student eerder binnen 15 jaar zijn schuld hebben afbetaald, nu mag een schuldenaar daar maximaal 35 jaar over doen. Ook moesten studenten in het oude stelsel nog maximaal 12 procent van hun loon afdragen, nu is dat beperkt tot 4 procent van het extra inkomen boven het minimumloon. De studieschuld beperkt wel de mogelijkheden bij het afsluiten van een hypotheek, iets dat zwaar weegt in een tijd van hoge huizenprijzen.

Bovendien wil het kabinet de rente over studieleningen verhogen, wat zou neerkomen op een gemiddelde stijging van de studieschuld van vijfduizend euro. Toch hoeft de lenende student niet bang te zijn voor financiële problemen, zegt onderzoeker Vossensteyn: ‘De student kan de schuld over een veel langere periode uitspreiden dan voorheen. Gedurende die periode gaat het inkomen omhoog, waardoor terugbetalen makkelijker wordt.’

Conclusie

Uit de cijfers en onderzoek kan moeilijk worden geconcludeerd dat het sociaal leenstelsel ‘asociaal’ is. Alleen voor havisten uit bijstandsgezinnen die naar het hbo willen is vastgesteld dat zij worden afgeschrikt door het vooruitzicht te moeten lenen. Dat is een betrekkelijk kleine groep die ook geholpen zou kunnen worden door de aanvullende beurs te verhogen.

Maar de afgelopen jaren is het maatschappelijk klimaat aanzienlijk veranderd. De vruchten van de economische groei van de afgelopen decennia zijn vooral bij bedrijven en hoogste inkomens terecht gekomen. De brede middenklasse heeft er veel minder van geprofiteerd. Een herinvoering van de basisbeurs, in enigerlei vorm, zou een gebaar naar die middenklasse zijn.

Er is ook meer oog voor de moeilijke positie waarin jongeren zich bevinden. Zij worden onevenredig getroffen door de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de stijging van huren en huizenprijzen. Eerder deze week liet het CBS zien dat jongeren steeds later een vaste baan krijgen, een huis kopen en aan een relatie en kinderen beginnen. In die situatie is het sociaal leenstelsel met relatief hoge studieschulden een extra stressfactor.

Binnenkort stemt de Tweede Kamer over de verhoging van de rente op studielening. Het is een eerste test voor de bereidheid van politieke partijen om studenten tegemoet te komen. Een nieuw stelsel van studiefinanciering zal pas bij de formatie van een nieuw kabinet in beeld komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden