Is het ouderwets de achternaam van je man aan te nemen?

Is het ouderwets en ongeëmancipeerd de achternaam van je man aan te nemen? Feministe Loes Singeling-Van der Voort (28) ging op (persoonlijk) onderzoek uit.

Beeld Claudie de Cleen

'Vaarwel, Amal Alamuddin. We hebben je nauwelijks gekend.' Dit schreef de Australische schrijfster Ruby Hamad toen George Clooney's stoere, onafhankelijke echtgenote besloot de achternaam van haar man te gebruiken. De supersteradvocate heeft haar identiteit opgegeven en gaat voortaan door het leven als 'de vrouw van', concludeerde de teleurgestelde Hamad.

Ik ben niet beroemd, maar wel een jonge vrouw (28) die ook de naam van haar man heeft verkozen boven haar eigen achternaam. Ik vond hem toevallig mooier: Singeling. Zangerig, minder saai dan mijn eigen Van der Voort. Bovendien dreigen de Singelings uit te sterven, terwijl de Van der Voorts zich rap vermenigvuldigen. Carrièretechnisch was het een goede zet - Singeling valt op en beklijft - en het leek me fijn die naam te delen met eventuele mini-Singelingetjes. Over het verlies van mijn identiteit heb ik me geen moment druk gemaakt.

Identiteit verloochenen

Maar mijn moeder, niet het type dat vroeger op de barricade haar beha in de fik stak, gruwelde bij de gedachte dat ik mijn naam vrijwillig opgaf. Hebben 'ze' daar nou al die jaren voor gevochten?

Ruby Hamad is streng over de keuze die ik als 26-jarige zo lichtvoetig maakte, want ze vindt het aannemen van de naam van je man 'een patriarchaal overblijfsel uit een tijd waarin vrouwen als bezit werden overgedragen'. Alamuddins naamskeuze versterkt volgens haar de 'perceptie dat vrouwen complementair zijn aan mannen', dat 'onze identiteit kan worden gegoten rondom de vaste, onveranderlijke man'. En dat gaat ons allemaal aan, schrijft ze.

Dit klinkt verontrustend. Heb ik toch mijn identiteit verloochend? En erger, de vrouwelijke bevolking argeloos een stukje teruggeduwd richting jaren vijftig? Dat was niet de bedoeling.

Ik ben niet de enige die tobt. Op de Amerikaanse feministische 'wedding plan'-website A Practical Wedding blijkt een jonge blogger moeite te hebben om de keuze voor de achternaam van haar man te rijmen met haar overtuiging. Uiteindelijk stelt ze verheugd vast dat haar beslissing wel degelijk feministisch is. Feministen strijden immers voor keuzevrijheid, en het in vrijheid kiezen voor een naam eert die strijd. Massa's dankbare reacties onder dit blog laten zien dat veel vrouwen dezelfde kopzorgen hebben.

Bij elkaar horen

De reden dat menig vrouw de achternaam van haar man kiest, is, zo blijkt op het drukbezochte Viva-forum, de wens 'bij elkaar te horen'. Soms noemen vrouwen zichzelf 'gewoon traditioneel'. Bezwaren klinken er ook: je wordt een 'aanhangsel van', het is nutteloos en onhandig bij een scheiding.

Zelf voel ik me traditioneel noch een aanhangsel van. Tegelijkertijd lijkt de stelling 'vrije keuzes zijn per definitie feministisch' me iets te kort door de bocht. Kan ik mezelf als feminist nog recht in de ogen kijken, met zíjn achternaam, of heb ik het emancipatie-erfgoed een genadeloze trap gegeven?

Maar om te beginnen: ís er wel zo hard gestreden voor het recht als gehuwde vrouw je achternaam te mogen houden? Ik stuit op een opmerkelijk gegeven: veel vrouwen van rond de 60 die ik vraag of ze vroeger hun naam konden kiezen, zeggen nee. Renée Römkens, directeur van Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis Atria, weet ook zeker dat je na het trouwen als vrouw de achternaam van je man moest aannemen.

Toch is dat nooit wettelijk verplicht geweest, ontdek ik. Het gebruiken van de naam van haar echtgenoot was in de opkomende stedelijke cultuur, een proces dat duurde van eind 19de eeuw tot midden 20ste eeuw, voor vrouwen vooral handig. Vrouwen gingen zich zelfstandiger gedragen, maar waren dat nog niet: ze hadden zelden betaald werk en waren juridisch 'handelingsonbekwaam'. In die ongelijke situatie lag het voor de hand om in de buitenwereld de naam van haar echtgenoot, het formele gezinshoofd, te gebruiken. Die gewoonte werd later, in de jaren vijftig, als een 'recht' in de wet verankerd, maar een plicht was het niet.

Welke naam?


Als twee mensen trouwen, mogen ze allebei voor zichzelf kiezen welke naam ze gebruiken: de eigen naam, die van de echtgenoot/echtgenote of beide namen met een streepje ertussen. Daarbij kun je zelf kiezen welke naam eerst komt. Dit geldt voor zowel hetero- als homoseksuele echtparen. Kies je niets, dan houd je je eigen naam.

Officieel houdt iedereen overigens ook de eigen achternaam. Het toevoegen van de naam van de echtgenoot/echtgenote in het paspoort is optioneel. Te allen tijde kunnen gehuwden ervoor kiezen het naamgebruik te wijzigen bij de gemeentelijke administratie.

Als er kinderen komen, ga je samen naar de ambtenaar van de burgerlijke stand om de naamkeuze vast te leggen. Zo niet, dan wordt een naam automatisch toegewezen. In het geval van heteroseksuele getrouwde of geregistreerde koppels, is dat de naam van de vader. Bij ongetrouwde koppels is het de naam van de moeder, tenzij de vader het kind erkent. Adopteren twee mannen een kind, dan vindt de naamkeuze plaats bij de adoptieprocedure. Krijgen twee getrouwde of geregistreerde moeders een kind, dan hangt de achternaam van het kind af van de juridische status van de moeder en/of de donor bekend is of niet.

Emancipatiecommissie

Dit lees ik, na flink wat spitwerk en tevergeefse telefoontjes naar experts, in een opgesnord overheidsrapport uit 1981. Dat rapport kwam tot stand op verzoek van de Emancipatiecommissie vanwege de problemen die vrouwen ondervonden bij het gebruik van hun meisjesnaam. Conclusie: het gebruik van de naam van hun man was dan wel geen verplichting, maar in het maatschappelijke verkeer wel een dwingend voorschrift. Door de gemeente, de belastingdienst en de verzekering werden gehuwde vrouwen automatisch onder de naam van hun man geregistreerd. Van de destijds ondervraagde gehuwde vrouwen dacht de helft ook geen keuze te hebben. Slechts 1 procent gebruikte, in 1980, de eigen achternaam, terwijl 21 procent dat graag wilde.

Die bevindingen worden in het rapport geïllustreerd met deze anekdote van een pasgetrouwde vrouw: 'De huwelijksambtenaar presteerde het mijn hand te pakken en te zeggen: ik weet wel dat u uw eigen naam wilt houden, toch zou ik het nog eens willen onderstrepen dat het een eer is voor u, mevrouw, om uw mans naam te mogen dragen, daarom zeg ik nu toch: gefeliciteerd mevrouw Van der Veer.'

Pas met de naam van haar echtgenoot telde de vrouw mee - als verlengstuk van haar man. Logisch dat het kiezen voor de achternaam van een man door feministen wordt geassocieerd met vrouwelijke ondergeschiktheid.

Dat vindt ook Soraya Chemaly, een Amerikaanse feministe en journaliste die hier eerder over schreef en die ik via Skype benader. Ik heb volgens haar geen last van die associatie omdat het feminisme mij niet met de paplepel is ingegoten, zoals bij vrouwen in de jaren zeventig en tachtig.

Opgebouwde carrière

Maar er is inmiddels ook veel veranderd, werp ik op. Gesnuffel in overheidsonderzoeken leert me dat gemeenten in Nederland sinds 1994 het naamgebruik moeten registreren. Daarnaast is de voorlichting over naamsvrijheid opgeschroefd. In 2002 gebruikte inmiddels 21 procent van de gehuwde vrouwen de eigen achternaam - inclusief (oudere) vrouwen die allang waren getrouwd; voor jonge vrouwen lag dat percentage waarschijnlijk een stuk hoger. Bovendien wist nagenoeg iedereen dat het kon. De vruchten van moeders strijd worden geplukt, de strijd is voorbij.

Maar hebben vrouwen anno 2016 daarom de heilige plicht die erfenis te eren met het behoud van hun eigen naam? Ik vraag het journaliste en feministe Asha ten Broeke. Zij behield haar eigen achternaam vanwege haar al opgebouwde carrière; een feministische keuze was het niet. 'Wat je ook kiest, het is het resultaat van keuzevrijheid. Als er maar één goede keuze is - je eigen naam houden - kun je moeilijk van vrijheid spreken.'

Chemaly vindt die redenering te eenvoudig. De werkelijkheid is namelijk nog altijd ongelijk: 'Ik had het niet met mijn naam, maar met andere dingen. Blijf je als vrouw fulltime werken als er kinderen komen, of doe je toch een stapje terug? Het líjken vrije keuzes, maar de maatschappij is beter ingericht op een bepaalde optie. Mannen wordt zelden gevraagd te kiezen.'

Dat de maatschappelijke praktijk de keuzevrijheid ondermijnt, ziet Ten Broeke ook. Soms krijgt ze post met haar partners achternaam erop, andersom gebeurt dat nooit. 'Ook denkt men vaak dat we niet getrouwd zijn.'

Beeld Claudie de Cleen

Gewoon mooier

Ik moet Chemaly gelijk geven. Mijn man heeft nooit overwogen mijn naam te nemen. Hoewel hij die inmiddels uit overtuiging van onze gelijkwaardigheid op zijn paspoort heeft toegevoegd, zal niemand hem snel Van der Voort noemen.

Dat de maatschappij achterloopt, staat los van mijn persoonlijke situatie, dacht ik. Ik vind de naam Singeling gewoon mooier. Maar dat argument gebruikt iederéén, werpt Atria-directeur Römkens tegen. Uit haar onderzoek uit de jaren zeventig bleek dat van de gehuwde vrouwen 90 procent als reden opgaf 'de naam van hun man mooier te vinden'. Maar echt: ik ben ervan overtuigd dat Singeling minder klinkt naar stugge Hollandse klei dan Van der Voort. Dat geldt heus niet voor al die andere achternamen. Römkens prikt daar doorheen: 'Waaróm vond 90 procent van de vrouwen hun geboortenaam niet mooi genoeg? Mannen hadden daar kennelijk geen last van.' Daarbij, vraagt ze, is er wel sprake van een keus als je alleen je mans naam kunt aannemen als alternatief?

Een beperkte keuze, dat geldt eigenlijk ook voor mij. Het liefst zou ik met beide namen door het leven gaan. Mijn geboortenaam heeft nostalgische waarde, mijn zus en broers heten zo, mijn overleden vader. Ik houd de dubbele naam onder e-mails ook stug vol, maar ik wil aan de telefoon niet overkomen als een freule die haar adellijke achtergrond wenst te benadrukken. Of als een vrouw die, zoals de triomfantelijke Bridget Jones, eindelijk single-af is en per se anderen wil laten weten dat ze alsnog is geschaakt. Voor het werken bij de krant moest ik bovendien kiezen.

Helaas, dat ik dezelfde naam wil als mijn nakomelingen, is ook een flut-argument. Kinderen kunnen gewoon mijn naam krijgen. En mijn man ook, als hij graag erbij wil horen - dat mag sinds 1998. Toch ken ik geen vrouw die haar man die harde eis durft te stellen. Zo'n suggestie kan ter sprake worden gebracht, maar als meneer niet wil, houdt het op. Dan buigt mevrouw.

Mannen willen soms nog wel een dubbele naam nemen, al blijft dit volgens het Centraal Bureau voor Genealogie ludiek. Hoeveel mannen dit doen sinds het mag, is opvallend genoeg nooit onderzocht.

De achternaamkeuze is en blijft een vrouwenzaak. En dát is het probleem, vindt Maddie Eisenhart, beheerder van de website met ideeën voor een moderne bruiloft waar ik het naamdilemma aantrof. Let eens op als twee mensen van hetzelfde geslacht gaan trouwen, zegt ze. Zij stellen zich vragen die heteroseksuele verloofden zichzelf zelden stellen: wie neemt wiens naam, waarom, wat is eerlijk?

Een vegetariër die een hamburger heeft besteld.

In Eisenharts perfecte wereld overwegen stellen, mannen en vrouwen, alle opties. Dan pas is er gelijkheid en kan een keuze individueel zijn, en niet symptomatisch voor een systeem.

Aangezien mannen nog geen twintig jaar de achternaam van hun vrouw kunnen voeren, is het niet gek dat we nog niet zijn aanbeland in die wereld. De conclusie uit het overheidsrapport, dat het achternamenprobleem vooral een kwestie was van betere voorlichting en niet van de wet, was misschien fout. Mannen mochten niet kiezen, dus bleef het in het vrouwendomein.

Zelf heb ik daar nu niets aan. Zolang de ongelijkheid er is, draagt mijn keuze daar niet alleen aan bij, maar wekt die ook een bepaalde indruk: dat ik ouderwets ben, of onderdanig. Dat ben ik niet, vandaar die opgetrokken wenkbrauwen in mijn omgeving. Ik ben me ervan bewust wie ik ben - en daarbij hoort het behoud van je eigen naam, vindt Römkens. Mijn keuze staat op gespannen voet met wat ik wil uitdragen: ik ben een vegetariër die een hamburger heeft besteld.

Eisenhart stelt me gerust. Zij draagt make-up - niet per se feministisch. 'Soms past iets bij je dat onderdeel is van de status quo', troost ze.

Tja. Toen ik mijn haar kort liet knippen, riep ik hoon en bewondering op om mijn 'feministische statement', terwijl ik gewoon op mijn lange haar was uitgekeken. Hamad is boos op Amal Clooney, omdat haar keuze niet bijdraagt aan een gelijkere wereld. Maar helpen we het feminisme vooruit door iedere vrouw te houden aan een onmogelijke standaard? Soms moet je kiezen tussen wensen en principes. Waar het wél bij mij past, werk ik graag aan een toekomst waarin vrouwen dat niet meer hoeven.

Maar even onder ons: als ík voor Loes Clooney had kunnen kiezen, had ik dat ook gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.